Er zijn zo van die momenten dat je de tijd onbewust beleeft;  ik heb die momenten als ik heel triest ben. Ik sprak er over met een man die me zei dat ik misschien wel depressief was maar dat ben ik zeker niet – dat weet ik zeker . Triestigheid is een symptoom geworden en geen verwerking van een rouwproces door eene of geene gebeurtenis. Die momenten van  leegte ontstaan door dat er daarvoor een blokkering was van verdriet, tranen die je niet laat zien.Het onbewust beleven van de tijd duurt ook geen dagen – het is slechts een fractie van een dag dat ik me helemaal laat gaan zonder er iemand mee lastig te vallen.  Ik zie het ook bij mijn studenten – en ik heb er héél veel dezer dagen – diegene waar de buitenwereld van zegt dat ze “zwakbegaafd” zijn laten hun tranen de vrije loop en tonen hun verdriet als het moet. Diegene die zogenaamd normaal begaafd zijn kroppen het op, bewegen en denken vaak heel klein terwijl de andere doordat ze “vrij omgaan met verdriet” juist ook een enorme vrijheid in hun denken en bewegen.

EXIT

12 jongeren (11-17 jaar) gaan, samen met theatermaker Stefan Perceval en choreograaf Erik Kaiel, op zoek naar thema’s als grenzen, overgangen, ontmoetingen. EXIT mixt beweging, woord en performance (en misschien ook live muziek).

GEZOCHT: PRODUCTIELEIDER

We zoeken een productieleider die de organisatorische aspecten kan combineren met een gevoel voor, ervaring met of zeker betrokkenheid bij het werken met jongeren.

productie:  je zorgt voor de praktische organisatie van de repetities en voorstellingen (materialen, locatie, afspraken), bent de verbinding tussen het artistieke proces en de productie/organisatie.

jongeren: contact met jongeren en ouders, afspraken, …

TEWERKSTELLING

Deeltijds contract.

INTERESSE?

Neem contact op met cultuurcentrum Hasselt, Gerhard Verfaillie, gerhard.verfaillie@ccha.be

In het kader van; “gedaan met het gezeik over de crisis” en “een gegeven paard kijk je niet in de bek”en “geef je medemens is een kado” spelen we morgen de voorstelling ALLEMAN helemaal gratis en voor niks in cc hoeve Dieseghem in Mortsel. Om 15.00u beginnen  we en wie er niet is heeft geen excuus!

Terwijl de lucht de sprakeloze kust kijk ik in de ogen van mijn  vrouw. Op de blauwe zolder van de morgen kalk ik samen met mijn studenten uit Leopoldsburg onze verbeelding en luister naar de verhalen van voorbije weken en weekend als een scheepsjournaal in zeilflarden. De één is stoïcijns maar heeft wel een geheime liefde, de ander heeft zich als een zeevogel laten verloren waaien . Luidruchtig gelach doorbreekt soms een onbestemde onrust en Anny  wiegt lief een vrouw met veel verdriet over haar vriendin die vorige week plots overleden is. Soms zeggen ze dat deze studenten hun helderheid is als een motor zonder uitlaat, ze vergeten en verstommen , zeggen ze. Maar ik ben er zeker van dat ze stille kreten laten, liefdes die dorsten en strakker dan de sterren weten wie jij bent.  Frida komt op me afgelopen en zegt: “Ik mis je , Stefan.” .Haar ogen, zwart maar niet verward.

Deze ochtend las ik op de site van Knack dat ” Stefan Perceval krachtige, stille beelden neer zet…” naar aanleiding van de voorstelling “Yesterday” die ik dezer dagen in de Vooruit in Gent speel.

Vandaag was een kruispuntdag;  de dag begon met een bezoek aan de vakbond waar ik voor het eerst sinds veertien jaar ook voor mezelf kwam . Ookal weet ik dat ik dit beroep niet hoefde te kiezen omdat er elders geen perspectieven zijn of omdat het zoveel zekerheid geeft in economisch barre tijden is dit toch een moment waar ik met verschrikkelijk klamme handjes naar uit keek. “Spreekt u Vlaams? Gelukkig maar….”, ondanks het vroege uur was de man achter het “snelloket” duidelijk opgelucht dat ik nog net Vlaams sprak, “U bent lid maar bent hier nog nooit geweest?”.  Het “snelloket” is een eerste sluis waar je door moet om dan naar een tweede sluis verwezen te worden. “Ja, dat klopt.”, zei ik,”Maar ik heb alles bij…” en ijverig begon ik al mijn c4’s van de afgelopen veertien jaar op de balie te leggen. “Ow, ow….” , stamelde de man,” dat gaat één van mijn collega’s met u doornemen.”. Hij gaf me een nummer, wees naar een nog grotere ruimte en raadde me aan daar te wachten.”Ga ni buiten een sigaret smoren want as u beurt voorbij is dan kunde terug van voren af aan en subiet wur het hier heel drukskes.”, lachte hij. Ik zei hem dat ik niet rookte en ging op een stoeltje zitten in een ruimte vol “ervaringsdeskundigen”. Om de zoveel tijd werd er een nummer afgeroepen en dan ging er weer iemand met gestage of sloffende tred naar het loket om zijn of haar verhaal te doen. Eentje werd gesuggereerd dat hij de RVA probeerde op te lichten en dat hij niet meer moest komen discussiëren. De man knipoogde wat zenuwachtig naar me en ik dacht hij elk moment een bom in de ruimte zou gooien. Een andere man kwam binnen met twee fietswielen en wilde snel geholpen worden omdat hij anders z’n trein zou missen! Toen hij zag wat er nog allemaal voor hem zat liep hij weg als een wielrenner die net in de spurt geklopt was.

Na een uur wachten was het dan aan mij. Gewapend en voorbereid ging ik naar het loket maar moest toch even een mogelijke huilbui wegslikken toen ik me realiseerde waar ik voor kwam. Ik, vader van een flinke zoon, net gehuwd sta hier om een uitkering te vragen? Dat kon niet. Ik wilde gaan lopen maar dat zou niks oplossen. De vrouw achter het loket zag bleek en had sterretjes op haar aangezicht. “Ik kom een uitkering aanvragen.”, stamelde ik en voelde me schuldig. “Een werkeloosheidsuitkering?”, vroeg de dame waarop ik zei dat het misschien wel helemaal niet nodig was aangezien het maar over veertien dagen ging en dat er wel dringender zaken in deze wereld geholpen moesten worden. “U hebt daar recht op.”, zei ze en bekeek mijn c4’s en ging raad vragen bij een dame die een beetje verderop zat. “Goed, ik ga uw c4’s van het laatste kwartaal invoeren de rest mag u terug mee naar huis nemen.”Regelmatig moest ze in overleg met een van haar collega’s onder het motto van:”Sorry, maar ik ben nieuw hier en een kunstenaar heb ik nog nooit gehad.”.  En startte opnieuw een rond je over en weer.

Na één van haar vele vragenrondes aan haar collega kwam ze terug en vroeg me of ik uitvoerend of creërend kunstenaar was? “Allebei.”, zei ik waarop ze wederom naar haar collega liep. Toen ze weer terug kwam vroeg ze me wat ik het meest deed? “Ik creëer als schrijver en regisseur maar als acteur voer ik uit dus dat is fifty fifty. “. Ze herhaalde als gehypnotiseerd mijn woorden en liep naar haar collega en toen zag ik dat ze zwanger was. “Maar wat doet u full time?”, kwam ze wanhopig terug op haar stoeltje schuiven. “De dingen die ik doe doe ik full time zowel uitvoerend als creërend.”.

“Ok,”, zei ze,”dan zet ik gewoon een kruisje bij allebei.”. Ze glimlachte wat ongemakkelijk en stelde nog een tiental vragen waarvan ik zeker wist dat ze er niet toe deden.

Op één van mijn C4’s had een werkgever ingevuld dat ik 10.000 €uro per maand verdiende. “Ik veronderstel dat dit niet klopt”, zei ze met een veel magere zweetvinger op het blaadje papier. “Nee, dat klopt niet.”. “Dan stel ik voor dat u eerst om een correctie gaat vragen bij die werkgever en dan later nog is terug komt. Sorry hoor, maar er is veel misbruik van het artiestenstatuut!”.  Ik draai me om en loop naar buiten. Een collega fietst voorbij en roept “alles goe, waar zijde mee bezig?!”. Ik lach en fiets verder. Ik verstuur een brief in een pas overvallen krantenwinkel annex postkantoor. Overal hangen er krantenknipsels van de eigenaar met en zonder blauw oog. Een vrouw vraagt of ik een adres voor haar op een enveloppe wil schrijven. Ik zie het adres en zeg haar dat het vlakbij is en dat ze het evengoed gewoon kan gaan afgeven. “Nee is België is met post en stempel is bewijs!”. Ik schrijf het op terwijl een paar ouderlingen commentaar geven op ‘de po-li-tiek’ en aan elkaar uitleggen dat ze eigenlijk makkelijke mensen zijn. Ik geef de enveloppe aan de vrouw en ze wil me bedanken met een briefje van vijf €uro. Vijf €uro voor een adres op een enveloppe te schrijven! Ik bedank haar en wandel naar buiten. Tegen dat mijn zoon naar huis komt vul ik de ijskast en denk na over mijn toekomst; ik speel, regisseer, schrijf, coach, geef les. Moet ik een keuze maken of kan ik dit alles blijven combineren? Ik vraag mezelf af waar ik het gelukkigst van wordt en kom tot de conclusie dat ik harde keuzes moet maken maar wel bij ben dat ik alles doe wat ik doe. Tijdens een gesprek met mijn broer Peter wordt die gedachte nogmaals bevestigd. Het is zoals Wittgenstein schrijft;” als het kind de taal leert, leert het tegelijk wat te onderzoeken valt en wat niet te onderzoeken valt. Als het leert dat in de kamer een kast is, dan leert men er niet aan twijfelen of dat wat het ziet nog altijd een kast is of alleen maar een soort coulisse.”. En daar word ik blij van.

Beetje later zit ik op café en lees de krant. Een acteur komt binnen en vertelt me dat hij heel “gemortiveerd” is om een nieuwe rol te spelen. Ge-mor-ti-veerd….klinkt als een Vlaams acteur.

Aan de voorzitters van de beheerraad van:

Belgacom, Electrabel, Federale Belastingsdienst, Gemeentebelastingen, Provinciale belastingen, Huisvuilophaling, Autotaks, Grondbelasting, & Dexia

Betreft: Schuldherschikking

Geachte heren,

Het voorbeeld van topmanagers volgend en naar analogie met de recente
bankscenario’s, laat ik u het volgende weten :

Vanaf heden doe ik een herschikking van mijn rommelkredieten.

De onbetaalde rekeningen worden ondergebracht in een nog op te richten
vennootschap met staatswaarborg, teneinde mijn gezinsbudget te zuiveren
en te verlossen van deze vervelende facturen.

Deze vennootschap zal kort na de oprichting failliet verklaard worden wegens gebrek aan liquide middelen.

U kan uw claims dan indienen bij de curator.

Ik verwacht, eveneens naar analogie met de topmanagers, dat mij een
bonus zal worden uitgekeerd wegens goed beheer van mijn financiën.

Met beste dank voor uw begrip .

Honoré Gepluymd

Op 26 oktober om 15.00u spelen we “ALLEMAN” in de Dieseghemhoeve in Mortsel, voor iedereen vanaf 04 jaar! Tickets kan je reserveren op: info@driepees.be

 “Percevals tekst klinkt als de peuter die zich woorden eigen maakt en de oude mens die zijn vat op woorden verliest….Het is een stuk over hoe ouder je wordt, hoe jonger je weer wordt of waarom kind en kinds maar één letter en niet eens zoveel verschillen. Een stuk over dementie dus voor de volwassen kijker, een stuk over je jeugd niet verliezen voor iedereen.” Liv Laveyne – De Morgen.

Marleen zit naast me,  eet een stuk chocolade cake en vertelt over hoe ze vroeger het hele weekend uitging. “Kom Marleen, ’t is toneel.”, roept een begeleider. “Dag hé!”, ze staat op en geeft me een hand. “Ja Marleen, dag hé!”, zeg ik en sta mee op want ik geef toneel aan Marleen.

Maar dat weet ze niet. Vorige week was ze er niet,  Marleen is  opgenomen in Gasthuisberg.  Ze kloeg van aanhoudende hoofdpijn, het drainagepompje in haar hoofd was verstopt en is ze zondag voormiddag geopereerd.
Vandaag kreeg ik een berichtje dat het weer goed gaat met Marleen, ze praat weer over vroeger en vergeet het nu snel.

“Zo’n job als de uwe dat zou ik wel willen…”, mijmerde de man in een lift van een dood gestructureerd cultuurhuis tegen mij. “Zo’n job waar je vrouw nooit weet wat je uit vreet, waar je met andere vrouwen op de scene staat en mag spelen alsof je ze graag ziet.”. “Wat is uw job dan?”, vroeg ik. “Ik doe al twaalf jaar de programmering van dit huis. We zijn klein begonnen en nu zijn we wat we zijn. Hier werken 26 mensen in vaste loondienst. Niet slecht, hé.” Hij komt wat dichter zodat ik zijn adem ruik. Een typische kantooradem die dringend moet opengesperd worden, een lege biertank van een blond zuur lagerbier. “Ik weet precies hoeveel bakstenen er in onze nieuwe zaal zitten en de hoeveelheid mortel die is gebruikt  en in de laatste fase zal er geen steen meer over zijn noch verloren gegaan. Ja, wij denken aan de ecologische voetafdruk!”. “En werken hier ook artiesten?”, vraag ik hem.”Nee, we hebben wel een flinke programmering met veel schoolvoorstellingen en we hebben 150 abonnees.”. We stappen uit de lift. “Kijk, hier is de zaal! Hebt u een kleedkamer nodig want die is de architect vergeten….”. Hij kijkt me wat zielig aan alsof ik medelijden met hem moet krijgen. “Ik denk niet dat u mijn job wil.”, zeg ik hem, “Want dat is geen job, dat is een passie anders blijft je dit niet doen.”. “Goed, ik laat u.”, en hij draait zich onwennig om denkend aan zijn lening, de mortel, de bakstenen en misschien wel zijn vrouw.