Auteur: Stefan Perceval
de stempel die niet bestaat.
Ik sta samen met mijn vrouw voor een loket van het district waar we wonen. Een loket waar we eerder al stonden omdat dit land grossiert in stempels. Toen moesten we ons daar aanmelden omdat mijn vrouw uit het hoge noorden komt en ze maar niet begrepen dat ze naar hier kwam voor “de liefde” . Dat stond namelijk niet in haar nieuwe gestileerde computerprogramma. De vrouw zei toen dat ze verder niks voor ons kon betekenen en dat we de hele onderneming maar opnieuw moesten starten. Toen ik haar zei dat dat echt niet kon snauwde ze me toe dat ik maar in m’n eigen land moest blijven. Gelukkig was mijn vrouw zo koel om me van het loket te verwijderen want een ongekende woeduitbarsting maakte zich meester van me. Diezelfde dag heb ik klacht ingediend bij de ombudsvrouw van de stad Antwerpen maar zei schreef me enkele weken later terug dat ik ook onbeleefd was geweest. Dat hielp dus niet. Maanden later kreeg ik een enquêteformulier van diezelfde ombudsvrouw met de vraag of ik “goed was verder geholpen door onze diensten?”. Wel, ik weet waar ik in de toekomst mijn kont mee afveeg. Dus daar stonden we weer, een stempel halend. Het vrouwtje had ondertussen wel al een cursus “grijnzen voor dummies” gevolgd. De mensen voor ons werden desondanks met een kluitje in het riet gestuurd want als je wil dat ze jou helpen moet je niet bij deze dienst zijn. Wij hadden gelukkig enkel een stempel nodig…mevrouwtje grijns bekeek het formulier en meldde ons dat zij niet bevoegd was om daar een stempel op te zetten, sterker nog dat niemand in dit gebouw ons kon helpen. “Er wordt hier namelijk gevraagd naar een stempel die niet bestaat.”,grijnsde ze verder. Het surrealisme bereikt dagdagelijks een hoogtepunt in dit land waar mensen zoals ik een loopbaan kunnen uitbouwen, ook dat is – geef ik eerlijk toe- surrealistisch. En de stempel die niet bestaat vind ik echt – op de valreep – de beste uitvinding van het voorbije jaar. Volhouden, we gaan er voor, na de stempel die bestaat; de administratie die niet bestaat! Gewoon toegeven!
Als ik veertien ben!
Sinds de moeder van mijn zoon en ik uit elkaar zijn vier ik oudjaar met hem. In zijn nog prille bestaan op deze planeet gaat het over zes keer die we samen doorbrachten van het oude naar het nieuwe jaar. Maar dit jaar viert hij het met zijn mama en haar gezin. “Ik vier terug oudjaar met jou als ik veertien ben, papa.”, zei hij me nadat we samen tot de vaststelling waren gekomen dat we dit jaar niet samen zullen zijn.”Want weet je, elk jaar schuift een dag op en een week zijn zeven dagen dus binnen zeven jaar ben ik veertien en dan ben ik terug bij jou!”. Op het moment zelf stond in er niet lang bij stil maar nu ik met mijn schoonmoeders demente kat op mijn schoot zit voelt het alsof ik voor lange tijd afscheid moet nemen van mijn zoon. Ik weet wel, het gaat maar om die eene dag, die jaarwisseling, maar het vooruitzicht dat we dit nu zeven jaar niet samen gaan beleven maakt me triest vanbinnen. Mijn zoon komt binnen na een wandeling op het strand,”papa, jij woont in het kleinste kamertje ter wereld, weet jij dat? En weet je waar dat is, papa?”. De demente kat luistert mee.”In mijn hart, papa.”. Het zijn deze dagen, denk ik, ze maken me weemoedig ook in de toekomstige zin maar weet nu wel dat ik een eerste klasse verblijfplaats heb.
pakt uw valies vol plannen en maakt da ge weg zijt!
Morgen pak ik mijn valiezen in Luik, buiten heel veel schrijfwerk komt er een relatief rustige week aan. De vooruitzichten in het nieuwe jaar zien er alvast heel goed uit en ik heb er zin in.
Luik.
Terwijl de jaaroverzichten de beelden tonen die we dit jaar in herhalingen hebben gezien ben ik aan het werk in het hart van Luik, Outremeuse. Een verzameling van kleine café’s waar je ’s middags een goedkope dagschotel kunt krijgen. Luik is wantrouwig deze dagen en ver van wat Simenon beschrijft in zijn boeken. Zielloos ligt de kerstmarkt er bij, inspiratieloos strompelen mijn studenten door de straten en een dag te vroeg starten de openbare diensten met hun staking. En het ergste is dat de prostituees in de straat waar ik woon me kennen en geen enkele moeite meer doen om me binnen te halen.
opera – land
Ons land, ooit ontstaan uit een revolutie na het horen van een opera keert stilaan terug naar waar het vandaan komt. De opera die nu speelt is er eentje die laat zien dat de afzonderlijke bestanddelen duidelijk van elkaar gescheiden zijn. Maar nergens is er een muzikale boog, aria’s zijn vals, de koorzangen ontbreken en er is al helemaal geen dramatisch verloop. We zouden hier naar de regisseur kunnen wijzen maar die is enkel goed in het openen en sluiten van zijn poorten.Een individuele en statische regie dwingt ons landje tot een eenzaam dolende massa liggende lichamen die luisteren naar de ondergang die hen voorspelt wordt. Ik hoorde gisteren nog ergens anders in deze wereld de ondergang voorspellen maar die acteur had wel een goeie vermomming, helaas is hij ook hij geen begenadigd acteur! Ja, ’t is een vak, hé….Hier spelen de spelers, nauwelijks stemgevend, zonder enige zeggingskracht. Het orkest is zwak en vraagt meer repetitie maar de toeschouwers laten zich gelukkig met gemak overrompelen. Het nuchter verstand is wegsmolten als sneeuw voor de zon want de energiefacturen voor dit spetakel blijven hoog. Evenals de courante rekeningen die we voor – tijdens en na deze expressieloze pretentie moeten betalen. Positief aan dit alles is dat er stilaan een abstractie is gekomen in het denken van onze bevolking en dat is dan weer gefundenes fressen voor psychoanalytici met een slecht geweten die ons duidelijk maken dat wit de kleur van de hoop is en de maagdelijkheid! Dat laatste niet vergeten! Want ondertussen staan er in de coulissen veel stoute oude heren in het zwart gehuld en met hun kruis op hun revers die zich laten pijpen in de hoop dat hun stem goed zit om de volgende boutade in toneelopenig te gooien. Binnen dit en enkele jaren is er dan weer een nieuwe protagonist die iedereen oproept met een witte ballon en de vergeelde foto van een moederke in badjas gehuld in de straten van Brussel te protesteren tegen deze overgedimensioneerde rollen terwijl ze allerlei associaties roepen: “STOUT!”, “BOE!”, “AWOERT!” of een staking….Hopelijk spreken ze me aan om de dynamiek te regisseren. Ik zou ze – in de breedte van de straten- op een lijn van 20 mensen zetten in dezelfde kledij, zo maak ik me ook sympathiek bij de Brussels politie want dan kunnen ze makkelijker het aantal tellen. 20 mensen per lijn en honderd lijnen is 2000 mensen, ze kunnen zelfs per honderd lijnen tellen en ondertussen een pintje drinken. En zo is iedereen content. Vandaag hoorde ik iemand vragen of ons land een sterk merk is? De geïnterviewde begon zijn marketing job te verdedigen en zei dat we toch sterke troeven hebben. Dat er niet zoiets bestaat als slechte reclame. Ik had zin om te roepen: “Ja, dat zal allemaal. Maar d’r bestaat wel zoiets als ne slechte opera!”
Eindspeech “the great dictator” – Chaplin.
“I’m sorry but I don’t want to be an emperor. That’s not my business. I don’t want to rule or conquer anyone. I should like to help everyone if possible; Jew, Gentile, black men, white. We all want to help one another. Human beings are like that. We want to live by each others’ happiness, not by each other’s misery. We don’t want to hate and despise one another. In this world there is room for everyone. And the good earth is rich and can provide for everyone. The way of life can be free and beautiful, but we have lost the way.
Greed has poisoned men’s souls; has barricaded the world with hate; has goose-stepped us into misery and bloodshed. We have developed speed, but we have shut ourselves in. Machinery that gives abundance has left us in want. Our knowledge as made us cynical; our cleverness, hard and unkind. We think too much and feel too little. More than machinery we need humanity. More than cleverness, we need kindness and gentleness. Without these qualities, life will be violent and all will be lost. The aeroplane and the radio have brought us closer together. The very nature of these inventions cries out for the goodness in man; cries out for universal brotherhood; for the unity of us all.
Even now my voice is reaching millions throughout the world, millions of despairing men, women, and little children, victims of a system that makes men torture and imprison innocent people. To those who can hear me, I say “Do not despair.” The misery that is now upon us is but the passing of greed, the bitterness of men who fear the way of human progress. The hate of men will pass, and dictators die, and the power they took from the people will return to the people. And so long as men die, liberty will never perish.
Soldiers! Don’t give yourselves to brutes, men who despise you and enslave you; who regiment your lives, tell you what to do, what to think and what to feel! Who drill you, diet you, treat you like cattle, use you as cannon fodder! Don’t give yourselves to these unnatural men—machine men with machine minds and machine hearts! You are not machines! You are not cattle! You are men! You have a love of humanity in your hearts! You don’t hate! Only the unloved hate; the unloved and the unnatural.
Soldiers! Don’t fight for slavery! Fight for liberty! In the seventeenth chapter of St. Luke, it’s written “the kingdom of God is within man”, not one man nor a group of men, but in all men! In you! You, the people, have the power, the power to create machines, the power to create happiness! You, the people, have the power to make this life free and beautiful, to make this life a wonderful adventure. Then in the name of democracy, let us use that power.
Let us all unite. Let us fight for a new world, a decent world that will give men a chance to work, that will give youth a future and old age a security. By the promise of these things, brutes have risen to power. But they lie! They do not fulfill their promise. They never will! Dictators free themselves but they enslave the people! Now let us fight to fulfill that promise! Let us fight to free the world! To do away with national barriers! To do away with greed, with hate and intolerance! Let us fight for a world of reason, a world where science and progress will lead to all men’s happiness.
Soldiers, in the name of democracy, let us all unite! ”
brief van mijn zoon.
geen vergunning
het vergelijkend frit en – schoolonderzoek
Terwijl ik met mijn zoon een vergelijkend fritonderzoek houd vraagt hij me hoe het komt dat Harry Potter nooit z’n tanden poetst. “Volgens mij heeft hij héél rotte tanden en stinkt hij want hij gaat ook nooit in bad of onder de douche of word je op Zweinstein door geesten gewassen dat zou ik ook wel willen, papa!?”. Ondertussen hoor ik twee ouders opgewonden met elkaar in discussie gaan omdat hun kind nu naar die eene school gaat waar zij zo verschrikkelijk bewust voor hebben gekozen omdat” die school veel meer van de kunstige dingens” is. Maar die school gaat nu samen met de school van mijn zoon. “Wist ge dat daar veel meer vreemden zitten?”, gaat de eene moeder verder. “Ik vind dat echt ni kunnen, wij hebben echt gekozen voor die school en de kinderen van die eene acteur zitten daar ook, ook voor de kunstdinges!”. Ik weet over welke acteur ze het hebben, een collega van me. Het is inderdaad zo dat ouders – in de buurt waar ik woon- een moord zouden doen om hun kind naar die school van “de kunst- dinges” te sturen. Maar dat volwassen mensen zo over kinderen praten omdat “hun kind schoon kind” is daar krijg ik het vliegend schijt van. Dit is geen keuze meer over het inhoudelijk want daar hebben ze duidelijk niks van begrepen maar over de vorm. Een koude rilling liep over mijn rug toen ik terug dacht aan de tijd van de Millet – jassen en wij ons dat helemaal niet konden veroorloven en hoe ze mijn moeder altijd voor mijn bomma hielden. Deze ouders zijn bevooroordeelde snobs die hun kind liefst op de reclame van Carrefour zien prijken. Ze krijgen me in de gaten en herkennen me, “Zijn zoontje zit ook op die school.”, fluisteren ze tegen elkaar. Ik steek twee fritten als draculatanden tussen mijn bovenlip en kijk hen aan. Mijn zoon lacht en laat een keiharde scheet. We lachen samen. De ouders weten met hun blik geen blijf en verdwalen tussen de cervela’s en kroketten in de koeltoog. Ze dachten misschien dat ik naar een andere frituur zou gaan, helaas; hier zijn goei fritten hier kom ik. Daar is een goeie school, daar gaat mijn zoon naartoe zo gaat dat in een democratische en geciviliseerde wereld. Hoewel…. Ik dacht dat we in een deel van de wereld leefde waar kinderen kinderen mochten zijn….en elke dag loop ik er tegen aan dat dat niet zo is.

