Het in hokjes denken, is dat iets wat nu de kop opsteekt of heeft dat altijd bestaan? Ik probeer mijn blik en gedachten zo ver mogelijk open te houden opdat ik niemand beoordeel of ver-oordeel vooraleer ik er kennis mee heb gemaakt. En natuurlijk bestaat er zoiets al smaak en kleur maar hoe kan je oordelen over smaak en kleur als je het alleen maar van horen zeggen hebt? Op dit ogenblik begeleid ik de jongens van het vierde jaar hout, beroeps van het VTI in kontich voor een productie,wij? genaamd, waarbij ik er vanuit ga dat elk mens, hoe klein en moeilijk ze ook zijn en hoe gestigmatiseerd ze ook zijn een ongeslepen diamant is. En dat als ze willen natuurlijk, ieder mens zijn werkelijk kunnen moet kunnen tonen. Al te gemakkelijk zou het zijn, mocht ik me als kunstenaar opsluiten in een ivoren toren en me niet betrekken bij de zoektocht van een mogelijk toekomstig publiek. Hoe groot, klein, zonder onderscheidt van ras, kleur, intelligentie…Net omdat die kloof er wel is in onze maatschappij is het mijn verdomde plicht als kunstenaar -nu meer dan ooit -onze godverdomste plicht -en ik weet dat ik niet mag vloeken- om mensen te motiveren en de kans te geven zich te uiten. Daarvoor zet ik alle middelen in om voor een zo breed mogelijk publiek mijn verhaal te doen, de verbeelding te laten spreken. Dat is mijn engagement in dit vak en dat is het parcours dat ik afleg. En hoe zou het zijn mocht elk kunstenaar, al was het maar af en toe, even naar beneden komen en daadwerkelijk investeren in een ander dan zichzelf? Helaas leren de wetten van de markt en de maatschappij ons dat je alleen met jezelf bezig moet zijn en als je dat niet doet dan ben je een vogel voor de kat. Uiteindelijk heb je maar 1 vriend en dat ben jij. Dus ik begrijp het wel dat de meeste kunstenaars prefereren om vanuit hun toren voor het hun en enkel hun geinterreseerde Oilily publiek kunst te blijven maken. Die kennen ze, dat is veilig, daarvan krijgen ze bevestiging. “Ik heb een publiek opgebouwd…”, tuiten hun lippen zuinig en ze nippen aan hun glas met diezelfde lippen.

Vrijdag ga ik naar de dageraad, een school voor bijzonder onderwijs in het prachtige Haspengouw. Daar ga ik vertellen en in de namiddag brengen deze kinderen hun zelfgeschreven gedichten. Vorig jaar was dit voor mij  een enorme ontmoeting met leerkrachten  die vochten voor hun kinderen die in deze maatschappij al letterlijk geklasseerd zijn. Hun gedichten spraken van een grote volwassenheid die niet tot bloei kwamen maar wel (levens-)ervaring hadden. Hier heb je te maken met echte mensen, met veel schroom en ondanks hun jonge leeftijd een echt verhaal.

 

 

Ze huilt omdat ze een keuze wil maken. En ik kan haar helpen door te verdwijnen. David Copperfield achterna. Ik zou kunnen zeggen dat de wereld aan haar voeten ligt, dat ze vrienden en familie heeft, dat haar carrière daar daar ligt, dat ik niet wil dat ze huilt.

Maar, stommeling die ik ben, vergeet het telkens ik haar zie. Dan word ik overmand door een stilte die in egoïsme ombuigt omdat ik haar dan bij me wil. Huil maar goed dat vergeet je die carrière, dan vergeet je vrienden en familie en daar daar dan ben je enkel van mij en mij alleen! Alsof dat kan…

Het is stil in de stad, geen terrorismedreiging. Hier en daar een verloren hart dat zenuwachtig weg springt bij het aanschouwen van een oude liefde. Ach, uiteindelijk settelt het zich achter een koffie en doet alsof het met iets anders bezig is. Alsof dat kan…

 

Bloedrode hemel die mijn hart verwarmt.

Zacht gestreel van dit universum

Wanneer heb jij bepaalt dat ik zo moet huilen om uw aanwezigheid?

Ik ben en was een deel van u en nu verstoot je me zo lafhartig.

Zoet gemin van al wat we hadden bleef niks meer over.

Er was echte liefde.

Maar het gezoem van de wereld doorbrak het met haar stilte.

Daarom

Als je ooit nog eens je hart aan mijn oor legt doe het dan voorzichtig.

Graag neem ik het ritme over van je ademen.

Het pompend rondstuwen van je bloed.

Van je zijn.

Als je ooit je hart aan me geeft doe het dan voorzichtig.

Ik wil altijd zeker zijn.

Een hart van we – zien  – wel doet zo veel pijn.

 

stefan p.

 

 

We liepen door Brussel. Brussel ligt op een berg, weet je dat? We keken vanop het dak van parking 58 over Brussel. We veroverden de wereld of toch de onze. We aten een broodje bij de Suisse en wisten dat we volmaakt gelukkig konden worden als we dat maar wilden. En zij, ze zong in de AB en we liepen er voorbij. Je bloed bleef hetzelfde, je hartslag ging te snel en de wind nam je mee. Uit mijn handen, weg van mijn lichaam, daar waar je altijd zal zijn.

 

Ik doe de meeste van mijn inkopen in de Lidl. Gewoon omdat het simpelweg de goedkoopste winkel is. Op mijn weg daar naartoe zie ik altijd een vrouw met een klein dochtertje in een telefoonhokje staan. Soms staat te bellen, soms zit ze in haar portiek, soms ijsbeert ze over en weer naar het telefoonhokje.Ik begin haar stilaan te kennen, knik haar gedag als ik haar daar zo zie. Ze wacht…Ik weet niet op wat of op wie, kan me er iets bij voorstellen. Enkele dagen geleden legde ze de telefoon neer – net op het moment dat ik voorbij kwam- ze keek me recht in de ogen, er rolde een traan langs haar wang.Moedeloos duwde ze haar dochtertje die zich verdiept had in de wondere wereld van het vuile glas van het telefoonhokje terug haar huis binnen. Vandaag zat ze weer op de trapjes van haar huis, ze ga bleek, ze ziet er altijd bleekjes uit maar vandaag nog witter dan wit. Ik knikte haar gedag en ze bolde haar wangen en liet haar lippen ploffen. “Als ik vanavond de lotto win dat ben ik hier weg!”, riep ze op de adem die ze uitblies. Dat zouden we allemaal doen, denk ik. Geld = weg.Haar dochtertje stak haar vrolijk hoofd langs de deur, het werd groen en ik stak over.

Ik vind de Lidl echt ne goeie winkel;hij is super -goedkoop en ze hebben er alles. Alleen loopt er soms wat raar volk rond; ik bijvoorbeeld die volgens mijn laatste profielonderzoek beter in de colruyt zou gaan shoppen. Ja, dat was zo’n treezebees die me aansprak en die me vroeg of ik wat tijd had voor een kleine vragenlijst. Ze zag er niet onaardig uit dus ik was bereid op haar vragen te antwoorden; hoeveel ik verdiende, wat mijn gezinssituatie was of ik veel op afbetaling kocht, wat mijn favoriete zepen, eten enz…waren en of ik de boodschappen deed?  Ik zei haar dat ik alleen was en dat als ik de boodschappen niet deed er niemand de boodschappen zou doen. Ze lachte wat onwennig en kwam tot de conclusie dat  colruyt echt een winkel voor mij was. Ik zei haar dat ik daar af en toe wel kwam maar dat die grote verpakkingen voor een man alleen soms te groot zijn en dat het product apart kopen dan weer voordelger was in de Lidl…Ze zuchtte, ze wist niet beter. Ik had haar ook op de grond kunnen gooien, had ze waarschijnlijk ook helemaal niet erg gevonden. “Tja…”, zei ze,”bedankt voor de medewerking.” En dat was het, geen kus, geen hand, geen afspraak voor de avond nadien of volgende week of…niks. Bedankt, echt waar!

Het profiel van het publiek dat bij Lidl winkelt is een mix van alle mensen op deze aardkloot, alleen rijke mensen komen er niet en als ze er komen dan zijn ze toch flink vermomd. Maar de winkel heeft succes dus het is duidelijk dat er voor de Lidl nog een grote toekomst te wachten staat. Dat de Lidl gaat groeien. De Lidl zal uiteindelijk nummer één worden in de supermarktrace aangezien de kloof tussen arm en rijk alsmaar groter wordt. Maar de Lidl, en dat is een minpunt, kampt met een zuinig personeelsbeleid. Er zijn nooit genoeg kassa’s open en als de kassa’s open zijn dan zijn de rekken weer leeg en dat lijdt soms tot frustratie van menigeen. Zo liep ik daarstraks door mijn Lidl en ineens zag ik een man de winkelverantwoordelijke tegen de muur zetten. En hij riep, “als ik de lotto win kom ik hier nooit ni meer, Adolf Hitler!” En kletste de verantwoordelijke in het aangezicht. Echt kletsen, zo met de platte hand.

De aanwezige doelgroep schrok hier niet van en zette de winkelactiviteiten verder. Een ouderling riep met oude generaalstem;” da d’iss wér zo ne makak, zeker!” . Maar ook dat liet het –  voornamelijk Arabische publiek- koud. Het was geen makak zoveel was duidelijk. “Sorry,”, zei de verantwoordelijke,”we hebben een personeelstekort en de bel doet het niet.” Mij deed het denken aan Samson en Gert waar de bel het ook nooit doet en waar ze tot vervelens toe moeten kloppen. Heb al dikwijls gedacht dat ze dat grapje ‘ns mogen veranderen. Dat zou pas verrassende televisie zijn! Maar hij  had het hier over de bel die gerinkelt wordt op het moment dat het écht druk druk is aan de kassa. En als die bel het niet doet dan staat er op den duur een mega-file en dat werkt mensen op hun heupen. Want zo hebben ze tijd om naar elkaar te kijken, naar de doelgroep waar ze inzitten en beginnen ze zich te realiseren dat ze liever ergens anders zouden zijn. Het incindent was voorbij en de verantwoordelijke riep met de bibber in zijn stem een collega die net aan een vriendin aan het uitleggen was dat ze hoopte dat ze snel zwanger was van Davy. Ze strompelde met haar dik gat naar de kassa en begon verveeld de producten in te scannen.Arme Davy…

Ik heb inkopen gedaan voor een heel weekend – eten en drinken- voor het belachelijke bedrag van 14,50Euro. En dan eet en drink ik wreed goed. Ik liep met mijn boodschappen naar huis en kwam voorbij het telefoonhokje. De vrouw en het kind waren er niet. Misschien zijn ze dood? Of misschien waren ze naar de krantewinkel om een lottoformulier weg te brengen. Ik hoop op geluk voor haar en voor het doelpubliek van de Lidl. Het zou deze wereld een heel klein beetje een betere wereld maken…

 

 

De wereld zinkt in mijn schoenen.

Dees doos is alles wa da’ k heb.

Ik zen ni ongelukkig.

Nee,ik zen soms wa verloren.

Dees leven is ni ça va.

’t Zijn leugenaars die dat zo noemen.

‘k heb mijn vrouw,

mijn grote liefde tot in ’t diepste van mijn tenen

verloren

omda’k kwaad was in dees leven.

Kon daar niks aan doen.

‘k zen zo geboren.

Dees doos is alles wa da’k heb.

Mijn moeder hee mij dat voorbeeld gegeven;

Spuwt op ’t leven dan staade altijd sterk!

Ze liep ook soms verloren.

Z’e gelogen over dees leven

Om ’t overleven ee ze nooit van haar hart gegeven.

Dees doos is alles wa da’k heb.

‘K eb twee flinke dochters.

De schoonhed zelve.

Ik zien ze hier soms voorbij paraderen.

Ze doeng of ze mij ni kennen

Dees doos is dan ook alles wa da’k nog heb.

En as ‘k goesting heb om te spuwen.

Dees leven te lijf te gaan.

Dan gaan ik in hoekske van de statie staan.

Daar waar de treinen hunne mist uitspuwen en ik roep de liefde van mijn leven heure naam.

 

stefan perceval.

gisteren kwam mijn zoon me zeggen dat ik nooit mag trouwen omdat hij anders zijn vader kwijt is. Zijn mama gaat trouwen en hij is daar wreed mee bezig dat hij haar gaat verliezen. Gescheiden zijn…

 

In september maak ik voor Open Monumenten een nieuwe reeks van “Mijn hart”; een voorstelling in een huis met een zekere bouwkundige geschiedenis. Vorig jaar heb ik op Open Monumentendag een voorstelling gemaakt in een huis in de kerkstraat in Antwerpen. Op het eerste zicht was het een oud vervallen huis zoals er daar veel in de buurt staan maar eens de voordeur door kwam je in een fascinerende geschiedenis terecht vol liefde, trouw maar ook natuurlijk intriges, overspel en geruzie over geld. Bedoeling van dit project is om iedereen vanaf 06 jaar te laten kennismaken met een geschiedenis van een huis. Dat het meer is dan een hoop stenen. Deze keer speel ik het project ook in de verschillende provincies. Zo ben ik gisteren een psychiatrische instelling gaan bezoeken in Eeklo. Het is mengelmoes van stijlen maar het hart waar het ooit uit ontstaan is door de wil van enkele hoogbejaarde kloosterzusters bewaard gebleven. Je krijgt een prachtig beeld van hoe mensen vroeger over geesteszieken dachten. Wist je bijvoorbeeld dat vrouwen van rond de dertig die nog geen man hadden en die er een flamboyante levensstijl op na hielden veilig werden weg gestopt om de erfenis veilig te stellen? En zo zaten vele mensen onschuldig in de psychiatrie. Ik vond het wel geruststellend te horen dat alles te genezen valt en nu ja, zo goed als alles. Dit wordt ongetwijfeld weer een boeiende geschiedenis. In oktober, ergens in Eeklo, “Mijn Hart.”, een productie van het Paleis in samenwerking met Open Monumenten.

“Deze muziek moeten ze spelen op mijn begrafenis.

Op mijn laatste rustplek.

Ik,

Tussen zes houten planken.

Ik hoor niks.

De ultieme stilte.

Alleen het gewoel van de aarde op mijn hoofd.

En dan moet er iemand iets over me zeggen.

Over hoe goed ik wel niet was.

Over hoeveel goeds ik heb gedaan…

Wie kan er iets over me zeggen?

(denkt lang na)

Ik ken niemand.

En sterven?

Hoe kan ik sterven zonder hart?

Mijn lijf is koud en kil.

 

Ga toch weg;

Ga toch allemaal weg.

Wat doen jullie hier?

Het weer is goed buiten.

Het stond in de krant.

Het weer is goed.

Als het in de krant staat is het zo.

Ik hoef de zon niet te zien.

Mijn bleke vel zou verschrompelen moest het de zon zien.

Wat willen jullie weten?

Mijn naam?

Norbert.

Dujardin.

Zoals je het zegt; Dujardin.

Vroeger stonden hier fruitbomen.

Hier waar jij nu zit stond de mooiste.

Niet huilen,

Boos zijn,

Huilen is voor niks goed.

Huilen is voor kinderen.

Ik haat kinderen.

Mijn vader zei tegen me als je groot ben dan krijg je een olifantenvel.

En hij vloog weg,

Hij vloog weg van de fruitboom waar jij nu op zit.

Mijn vader was de mooiste vlinder die er was.

Mijn vader was een vlinder.

“Mijn vrijheid, boven alles!”, riep hij toen ik nog niet geboren was.

Mijn vader was een vlinder.

Zijn vleugels waren van paardenbloemen.

Zijn lichaam was van leder, groot en sterk.

“Als je groot bent dan krijg je een olifantenvel!” en hij vloog weg.

Daar hing ik, in mijn eerste kleine huisje.

Ik zag de wereld  door mijn aderen.

Kleine buisjes die me eten gaven.

En meer en meer.”

Uit “Mijn Hart”- Kerkstraat Antwerpen.

 

 

 

De zon schijnt en jij bent er niet. Jij loopt door een andere stad. Praat met andere mensen. Lacht ze zelfs toe. Ik bracht mijn zoon naar school en hij vroeg waar je was en waarom je er nu niet was en gisteren wel. Ik wist ook niet wat ik daarop moest zeggen. stilte. Maar kijk, de zon schijnt en jij bent er niet. Jij loopt door een andere stad. Misschien fiets je wel, misschien kom je vandaag een one night stand van vroeger tegen of een oude liefde waar mee het nu wel goed klikt want, vroeger niet maar nu wel of misschien vroeger ook wel maar het was maar voor één avond en dat hadden jullie afgesproken of wisten jullie, zonder woorden. De zon schijnt en ik vraag me af hoe het met je is daar in die andere stad, op die fiets en hoe je je voelt als je die mensen toelacht want dat kan je goed. stilte. De zon schijnt en mijn hoofd en hart verbergen zich in mannelijkheid hier in deze stad waar ik alles heb; een zoon, werk, familie, vrienden heb ik er 1 maar dat is ook al lang geleden realiseer ik me nu. Alleen de liefde ontbreekt me hier. Want de zon schijnt ook in deze stad, ik gooi me in de stad en iedereen lacht me toe en zet zonnebrillen op en kijkt vrolijk of “o, waar ken ik u van?”. De lente is daar, het wordt een warme zomer. Ik zet de venster open en kijk.stilte. De zon schijnt en ik zal doen alsof ik vrolijk ben en ook mensen toelachen dat lijkt het me het best als de zon schijnt.