Terwijl de laatste zomerstruiken wegzakken in het goudbruin van dit seizoen zag ik in alle stilte een levensjaar voorbij glijden. Het was een heerlijk jaar, voor het eerst sinds lang weer een jaar dat verrijkend was. Geen afbraak maar opbouw. En ik weet dat het misschien gek kan klinken als je 36 bent maar ik ben aan een nieuw parcours begonnen en daar waar angst lang de bovenhand heeft gehad is er nu weer plaats voor een fantastisch pallet van ervaringen,indrukken en emoties.
36
Nog vier jaar en ik heb bijna de leeftijd die mijn vader had toen ik geboren werd. Bijna zal ik weten hoe hij zich voelde. Bijna. Voelen en begrijpen.
london virgin
De eerste keer dat ik in Londen kwam was met mijn vader. Met Jokertravel kon je voor een paar duizend Belgische franken de oversteek maken. We waren nog nooit echt over ’t water geweest en dus vlogen we. Jokertravel dus…In Londen sliepen we in een klein agganebisch hotelletje en overdag zochten we onze weg door de stad waar alles van links komt. We zagen “Les Misérables” in Londen en hadden het over Frankrijk in Engeland. Typisch Perceval, ergens zijn en dan toch weer ergens anders naartoe willen. Maar nu kan al die nog nooit in Londen is geweest duidelijk maken dat hij of zij het verdient om naar Londen te gaan door mee te dingen naar de titel “London virgin”. Bekijk ook de verborgen camera filmpjes… www.londonvirgins.be
“I’m gone”uit Snowball.
I’m gone
I’m never coming back
I’m gone
I’m spring on the run
I’m gone
Like a summers bird
I’m gone
On her way to the sun
I’m gone
To a warmer place
I’m gone
To a warm embrace
I’m gone
That holds me tight
Close to a heart
That always wants to find me
I told you already a thousand times
I’m gone
You heard what I said
I’m gone
To the end of the moon
I’m gone
You won’t find me that soon
I’m gone
To my ever-best friend
I’m gone
This is the end
I’m gone
For ever ever more
I’m gone
I’m serious now
You cal yell
you can shout
But it’s over and out
I told you already a thousand times
I’m gone
Chasing fireflies in trees
I’m gone
To a tower overseas
I’m gone
To the dwarfs underground
I’m gone
To the hypnotizing sound
I’m gone
Of a mermaid in her shell
I’m gone
Where all stories will end well
I’m gone
In an ice-cream dream
I’m gone
When my mummy calls my name
damp is met kenmerken van autisme!
Is na hypersensitief weer een nieuwe in vakjes gedeel van de nieuwe mensheid die nog alles moet leren . Zelfs hun weg zoeken! Damp is niet autistisch maar wel een beetje. “Met kenmerken van autisme.” Maar wat autisme? Is autisme zoals liefde voor voetbal. Ben ik autistisch omdat ik alleen maar vanuit mijn vakgebied – theater genaamd –echt functioneer in deze wereld. Het leven is een inspiratiebron waarbij elk detail voor mij belangrijk is. Ik damp hier van, subiel zonder ook maar iemand te verwonden. Damp is iets nieuws en toch kennen we het. Of ben je zelf de ochtend vergeten dat je zei of dacht; “niet met mij… Ik niet. Ik ben niet wat jullie denken.” (sluit de aanhalingstekens.)
Trein naar Brussel.
Op een trein naar Brussel praten mensen niet met elkaar.
Op een trein naar Brussel bedenken mensen of dat yoga een sport is?
Op een trein naar Brussel staren we de inkt uit elkaars zakken.
Op een trein naar Brussel dromen we over terug naar huis.
De trein naar Brussel is ons landje op de trein.
Bolleke sneeuw naar China.
Als China te ver is kan je op de fotosite van onze lieve decormagiër Jan Strobbe alvast naar het decor kijken van Bolleke sneeuw. Check it out:
http://gallery.me.com/janstrobbe#100070&view=grid&bgcolor=black&sel=5
Vrijdag.
Er is niemand om koekjes te eten.
Niemand die om een zoen vraagt.
Niemand die tussen mijn ribben stampt.
Per ongeluk.
’t Is vrijdag.
Slisse & Cesar dus.
Met een inleiding van wijlen Anton Peters waar ik als kind ook mee gespeeld heb. De Nederlanders onder u, ni kwaad zijn, hé!

de lucht
Waar komt deze spanning vandaan? Al een paar dagen word ik verlamd door spanning. Ze vermoeid me zodat ik na enkele uren wakker zijn terug doodop ben. Soms moet ik dan denken aan mijn goede vriend Dimitri Dupont. Hij was moe, kon maar even schrijven en dan weer moe. Ging naar de dokter, ging naar het ziekenhuis. Ik was aan het repeteren met een voorstelling waar de oorspronkelijke regisseur was gaan lopen. Het was een middag pauze na een inspiratieloze repetitie toen Dimitri me belde. “Heui Slisse!”, hij noemde me altijd Slisse naar het bekende duo Slisse en Cesar. “Ga d’is zitten.” , zei hij aan de telefoon. Ik ging zitten.
Hij vertelde me het verhaal van het moe zijn en dan uit het niets; “’k heb kanker gast. Misschien valt het te genezen. Ik gaan binnen een paar weken onder ’t mes.” Wat toen volgde was een periode van twijfel afgewisseld met korte beterschap. Uiteindelijk is de dood hem komen halen. Heel stom hebben we op het einde niet meer met elkaar gesproken. Iets wat ik mezelf nooit vergeef. Na zijn begrafenis ben ik naar huis gegaan en toen zat er een reiger in mijn tuin die me vrank aan keek. Het was helemaal de blik van Dimitri, zo nen blik van “ en nu? Wa gaade nu doen, stommerik?”. We hadden niet veel woorden nodig. Elke dag denk ik nog aan hem en als ik met vragen zit, of twijfels dan vraag ik me af wat hij nu zou doen? Hij heeft me veel geleerd en we vulden elkaar aan. Als hij ergens boos om was kalmeerde ik hem en vise versa. Hij gaf me inzicht en structuur in het schrijven en maken van theater. We genoten van onze jaarlijkse uitstap naar de zee “om te schrijven”. Maar algauw zaten we achter een frisse pint bier om de woorden de woorden te laten. En nu? Wat zou je nu doen, Dimitri? Ik kijk naar de lucht en vraag het me af kerel.
