De laatste dagen waren de eerste dagen van het nieuwe jaar. Sneeuw verstopte mijn huis, mijn tuin, de wegen er naar toe. Alles slipte dicht en was spekglad. Ik was bezig met het uitzetten van lijnen, lijnen voor anderen maar ook lijnen voor mezelf. Het vak dat ik uitoefen dwingt me mezelf steeds in vraag te blijven stellen. En op zich is dat fijn maar dat woelen brengt ook de grotere levensvragen steeds weer boven. De eerste dagen van dit nieuwe jaar ben ik vijf jaar in de tijd terug geslagen. Alsof er iemand met een houten plank tegen mijn hoofd sloeg waarop in koeie van letters stond “VERLEDEN” . En dat is niet erg maar wat er is gebeurt is gebeurt en dat moet niet als een boomerang om de x tijd terug komen. Want als mensen spreken over reïncarnatie dan geloof ik dat maar niet in een volgend leven maar in dit leven.Om de zoveel tijd, telkens weer. En nu is het weer terug komen. Niemand zal het zien; ik zal zoeken en werken en zo telkens weer verder. Lijnen uitzetten voor anderen maar ook voor mezelf.

E giel klaain en e genti moeizeke was nek ie oan ’t speile
In de garde mangée.
En het pruufdeg van de macroni en van de restant van ne roti
En dan wee van nen hette keis en van e pak sjoekolat
En van e transjeke patée et a la fin van een oubakke kust
Mo doevan kreig da muizeke vriedigen dust.
Het zag doea e fleske stoen me vaaif sterre, me spinnewebbe rondom.
En da muizeke vond da fleske tof
Mo seulement ’t haa gienen tirbouchon veu da fleske te débouchonneireen
ten paktege da muizeke zaaine élan en het begost da fleske te chargeren
En het sproenk en het sproenk en het sproen da fleske oemver en parterre.

Da fleske was stukket en da wat er in was, was faaine cognac van ieste kaliteit
Ne gielen halve liter, en da muizeke laneerdegem in daaine plas
En het lektegede en het lektegede ga kunt ni geluuve hoe goed dat da was
En het lektege nog en encore en toujor tot dat oep ’t lest gien fles,
giene plafon en giene vloer ne mie en zag.
Want da muizeke was in ienekie scheilkroemeneile zat.
Mais dans un dernier effort stoend het recht oep zaain achterste pute
En het kloptege me zen twie vuste op zaain bust lak ne grute
En het riep gelak as Tarzan oit in de cinema geried veu de straaid:
Woe es daan speirige koeter dak em zaaine nek afbaait.

Hei, hei pas oep zenne na moeten ie paaise dak ale da poëzieke
Em zitte déclameire allien veu ale t’amuseire.
Nei, nei nei neie
‘k em ale wille démonstreire dat asser soemtige zaain die mè convictie
e stuk in eullen oar drienke dat da nie es seulement en allien veu te drinken
mo wel veu nekie zat en hiel doeffes te kunne zaain.

Want dèn vergeite z’eulle miseire en ze vergeite eulle paain
En no zoe ne veufde of nen tiende geus,
Da dangt van ale constituusse af,
Vuult de klaainste pachacrout hem gelaak as ne reus
De gruutste voegebond vuult hem gelaak as ne miljopnair
En paaist dattem in een beede me zaaie loekes slopt in ploche
Van oep zaaine paljasparterre.
Ne poeffer verget zaaine poef
en nen boelt zaain mismokthet en zaaine boelt
Ne lafoed weunt nen héros
En ne pe me en stem oem haat me te kappen
Da paast dattem zingt lak as ne nachtegoel.
Ne zatte schacht es ne kapitaain
En ne kapitaain ies ne generoel
En ik , het Ketje, daan fabrikeit poëziekes
En détail et en gros
En ik vuul ma nog straffer as Vondel en Victor Hugo.
Aswannier ge donc van zeleive ne zatlap zeeit
Respecteit hem en bezeeit hem mè takt
Ge kunt nuuts nie weite veu wie dattem zen aaige pakt.

En surtout mense die noe ma lustert
Bekloegt hem nieet ‘t es masschien den ienigste kie
In daan sukkeleir zen leive dattem nie af enzieeet.

HETPALEIS
is een theaterhuis voor kinderen, jongeren en kunstenaars in het hart van Antwerpen.
HETPALEIS wil net afgestudeerden warm maken voor kinder- en jongerentheater.
HETPALEIS zoekt voor de nieuwe editie van de HETPALEISdebutanten 2009 enthousiaste en gemotiveerde theatermakers en acteurs die bewust voor het jeugdtheater kiezen.
HETPALEIS biedt een aantal jonge mensen een eerste contract aan om binnen een professioneel kader aan het werk te gaan.
Onder leiding van Stefan Perceval gaan de HETPALEISdebutanten in de maanden augustus en september 2009 aan de slag in en rond HETPALEIS.

Ben je geïnteresseerd?

Aanmelden kan bij Hanneke Reiziger óf telefonisch (00.32.3.202.83.56) óf per e-mail: hanneke.reiziger@hetpaleis.be.

Na een gesprek volgt er een selectie waarbij zeven mensen overblijven die circa zes weken onder contract komen bij HETPALEIS.

Deze dagen zijn dagen dat mensen  zich soms te dicht bij elkaar wagen om elkaar geluk te wensen en stoppen te laten knallen. Maar ook dagen waarop mensen hun hele hebben en houwen verliezen door allerlei omstandigheden. Meer dan ooit ligt er ons een overlevingstoekomst te wachten; alleen de sterkste zullen blijven staan.
Ook in mijn vak kijkt iedereen naar iedereen in het peloton en wacht af. Er worden weinig tot geen risico’s genomen. Niet in engagementen maar ook niet artistiek. Meer dan ooit wordt er theater gemaakt op een veilige noem het zelfs oubollige manier. Dus de evolutie is dat er geen evolutie is. Dat iedereen eigenlijk te moe is om verder te gaan dan de reeds bewandelde paden. En het publiek? Het publiek vindt het goed. En dat zou goed moeten zijn alleen staat het een verdere ontwikkeling in de weg. Want makers die zich in deze malaise bevinden krijgen gelijk en makers die verder willen moeten hun kop houden of worden gesust met een project in een garage zonder publiek. De gulden middenweg blijft ver zoek ook al dacht ik lang dat hij er was… Gelukkige zoektocht in 2009!

Ik heb vandaag de langste snotneus van mijn leven uit mijn neus gehaald. Langer heb je nooit gezien. Hij droop van het nat en was natter dan een kat bij nat weer welteverstaan.
Ik gleed er over uit. Een zwerver riep me toe, “seg man loop ‘ns beetje sneller!”. Ik riep “begin jij maar te lopen want mijn neus hier of ginder is altijd even nat.”.

Ik weet,danku, het is goed maar het is ook het beschamende niveau waar we met het jeugd en kindertheater zijn aanbeland en straks staan we weer allemaal te huilen dat we niet genoeg centen hebben gehad. Ik begrijp, jij begrijpt, wij begrijpen. En dan verder…

Tot vorig jaar ging ik in dit seizoen naar de zee. Omdat de zee dan op haar mooiste is. Niet op haar stilste. De omgeving wel, de omgeving is muisstil. Meestal logeerde ik op het appartement van vrienden. Daar schreef ik dan aan een nieuwe voorstelling. De zee inspireerde me en legde me een vast ritme op; Opstaan, ten laatste om acht uur- schrijven – lopen- ontbijt- schrijven- wandelen- schrijven- aperitief- avondeten- drinken, véél drinken- slapen. Dit jaar kan ik niet naar de zee omdat ik simpelweg geen tijd heb om naar de zee te gaan. Maar ik mis haar wel. Ik mis haar, haar ritme en het ritme dat ze me oplegt.

Deze week werk ik met de studenten van de Dageraad uit Kortessem. Vele van hen zijn kleine dikwijls gekwetste zieltjes. Langzaam aan bloeien ze open. Precies van die lenteklokjes, elk hebben ze hun verhaal maar alles vertellen ze nog niet. In mei van volgend jaar is er een presentatie van dit unieke project.
Je kan alles op de voet volgen op hun pagina bij Het nieuwsblad.