Mijn hart de foto’s.
De foto’s van Mijn Hart kan je op deze link bekijken!
http://www.flickr.com/photos/31043017@N03/2909209353/in/set-72157607701492779/
De foto’s van Mijn Hart kan je op deze link bekijken!
http://www.flickr.com/photos/31043017@N03/2909209353/in/set-72157607701492779/
De politicus zat in zijn zetel. Het was nacht. Hij keek in het donker. Ruikend naar het parfum van zijn minnares en alcohol van één of ander feestje. Want dat vond hij wel fijn aan zijn job; de feestjes, recepties voor van alles en nog wat. Zijn vrouw stak het licht aan.
“Ik heb je op televisie gezien.”, fluisterde ze omdat ze de politicus niet graag stoorde als hij in het donker staarde. Ja, dat deed hij wel meer; in het donker staren. Ook overdag. En toch bleef hij volhouden dat er geen probleem was. Iedereen geloofde het, ook al had iedereen daar zo zijn gedacht over, behalve de vrouw van de politicus. Ze had hem zien groeien van student tot politicus en nu staarde hij in het donker. Hij wist niet wat hij het volk nog kon wijsmaken en het volk begon ook te beseffen dat de rol van de politicus één grote schijnvertoning is die ons land veel geld kost. Sommige mensen in het volk stelden voor om een manager aan te stellen maar toen werd de politicus heel bleek en snauwde naar het volk, “als je me eens zou laten uitpraten dan zou je begrijpen waarover het gaat!”. Het volk woelde in hun tuintjes en keek hoe de politicus keizer zonder kleren bleef spelen en niets zei tegen hen.
De vrouw van de politicus legde een oranje boekje voor hem neer, “spaarboekje ASLK” stond er in zwarte letters op gedrukt. “Hier, da’s van jou. ’t Is niks meer waard, dat weet ik ook wel. Ik heb naar je geluisterd op de televisie. Ik ben altijd de enige geweest die naar je luisterde en je begreep.”. De politicus nam het boekje, deed het open en zag dat het saldo op + nul stond.
“Dat is het!”, riep hij, “plus nul. Dat is wat we nodig hebben!”. Hij riep zijn chauffeur en scheurde in een rotvaart naar zijn minnares. De straten lagen er verlaten bij. Zijn minnares deed de deur van hun liefdesnest met uitzicht op het koninklijk paleis niet open. De politicus wilde terug in zijn auto stappen maar zijn chauffeur reed weg. “Ach, een beetje buitenlucht zal me geen kwaad doen.”, dacht de politicus en liep te voet naar zijn kantoor in een verlaten hoofdstad. De straten waren bezaaid met buitenslapers maar de politicus liep trots door en hield vast aan zijn spaarboekje. “Plus nul.”, prevelde hij. Aan zijn kantoor hield de militaire politie hem tegen. “ Politicus, in naam van het volk arresteren wij u en verbannen u levenslang naar de kerkers van onze democratie! ”, riep een flink uit de kluiten gewassen kakidrager. Deze jongens waren geoefend en sloegen de politicus in de boeien. “Maar…”, riep de politicus, “ik had nog een goed plan. Plus nul! Alles moet plus nul zijn en ik zal voor zorgen.”, schuimbekte hij terwijl ze hem in de kerker duwde. Die ochtend miste niemand de politicus want zoals steeds werd het land bestuurd door andere mensen, vrienden van de koning, met namen als Lippens en Davignon. De koning melde dat hij het land ging besturen, “zoals ik altijd al doe.”, voegde hij er smalend aan toe. Iedereen die van ver of dichtbij iets met de politicus te maken had werd verbannen uit het land. Natuurlijk kende niemand hem. En het volk? Het volk vond het best want ze hadden na al die jaren gezien wat ze moesten zien namelijk, dat de politicus een marionet is zonder hersens die gestuurd wordt door de ware poppenspelers en voor die jongens was het volk angstig. Echt bang.

Er zijn zo van die nachten dat je door de stad doolt.
Dat je het leven ziet van op een afstand.
Er zijn zo van die nachten dat iemand je nodig heeft.
Maar dat is niet zo.
Er zijn zo van die nachten dat je de kou langs je neus en je oren in lichaam voelt binnen sluipen.
Ook al heb je ze niet uitgenodigd.
Er zijn zo van die nachten.
Het is vrijdagavond. Mijn zoon is terug naar zijn mama. Het moment dat ik alleen aan mijn schrijftafel zit. Daarstraks kwam er hier een slotenmaker omdat ik een deur niet meer open kreeg. Afin, het was een deur die – zolang ik hier woon – nooit open was geweest omdat je de ruimte waar de deur toegang tot gaf ook van aan de andere kant kon betreden. En nu is ze dus openen kan ik de andere kant weer dicht metselen. Zo gaat dat in het leven…En die slotenmaker die was echt kei – hard gehandicapt. Dat had ik nog nooit gezien. Ik dacht dat hij de deur nooit zou open krijgen. Maar ja hoor, hij zette zich met zijn spastische lichaam voor het gat en mikte er heel doeltreffend een loper in die de deur helegans opende. Hij speekte me onder toen hij zei dat die klus van enkele seconden zestig euro kostte. Ik wilde nog mijn verwondering uitspreken zowel over de prijs als over zijn handicap maar ik wijselijk mijn mond gehouden. Hij gaf me nog een kaartje en ja hoor hij is een professionele slotenmaker. Zo had ik hem ook in de gouden gids gevonden. Mocht er nu bij hebben gestaan dat hij gehandicapt was dan had ik hem misschien niet gekozen of misschien wel met het gedacht dat hij dan heel goedkoop zou zijn.
Weet je, ik speel nu in Hasselt in het huis Hoste. En dat is gelegen achter zo’n nieuw poepsjiek gebouw van de Vlaamse gemeenschap. En wat me opvalt, is dat daar heel veel blinden rond lopen. Ik zie daar elke dag wel zo’n stuk of negen blinden. En dat is toch wel veel op één dag voor een gewone zienende mens. Nu denk ik dat die misschien daar in dat gebouw van de Vlaamse gemeenschap werken. Dat zou zo maar eens goed kunnen! Ik vind dat toch wel knap maar ik vraag me tegelijk af of dat dat nu opschiet zo’n blinde.Nee echt, ik vind dat iedereen gelijke kansen moet krijgen maar het moet wel vooruit gaan, hé! Grapje, hé mensen! Komaan, ni zo zuur kijken!
Het vuurwerk knalt hier in de buurt voor het één of ander buurtfeest de lucht in. Had net mijn eigen kleine triomfje toen ik in de Knack blog las dat “Mijn hart werd beschreven als “…te mooi om onverschillig bij te blijven. Het is een piepkleine ode, gedragen door een stem die zich als warme kussens tegen je oren nestelt.” Daar word ik in deze eenzame tocht een heel klein beetje blij van. Morgen nog in Hasselt!
Hieronder alvast een voorsmaakje voor de volgende Mijn Hart, in Eeklo. Meer info op www.hetpaleis.be
Wie ben ik?
Heb ik een snor?
Ben ik zoals iedereen?
Ben ik zoals jij ?
Ik voel me niet veilig bij die gedachte.
Ik wil anders zijn.
Wanneer kan ik mezelf zijn?
echt, wie da ‘k ben.
Da weet ik ni.
Ik weet zelf ni wie da’k ben.
Misschien ben ik wel de koning maar zijn ze ’t me vergeten te zeggen.
“zijne majesteit, we zijn vergeten te zeggen dat u vandaag alleen maar groene lichten zal hebben. Het leven zal in één grote rotvaart voorbij vliegen. De mensen zullen voor u knielen, majesteit. U mag zeggen wat u wil,majesteit.”
Als ik kon zou ik mijn vel willen afgooien.
Iemand nieuw zijn.
DE NIEUWE MENS.
Vanaf morgen, donderdag 25 september 2008, speel ik MIJN HART in Hasselt. Dankzij de fantastische inzet en steun van Frank, Ben, Wolf, Raf, Tom en Paula en alle medewerkers van ver en dichtbij lukt het ons om steeds een ander verhaal te vertellen. Hieronder zien jullie hoe het was in Ter speelbergen. Kom ook in Hasselt kijken, het zal helegans anders zijn!
Sinds december vorig jaar is WOOORD, de eerste culturele podcast van Vlaanderen ten grave gedragen. Geboren op 19 januari 2005, leeft de genaamde WOOORD heden verder in onze herinneringen en, voor zolang men het toelaat, op de websitek van HETPALEIS of op www.wooord.be
“Als ge dacht da ge rustig thuis kon zitten of boven op uw lief pitten. Vergeet het. Yo, check it. Wooord!”
Zoals jullie weten werk in het Paleis in Antwerpen. Dat is gelegen in de stadsschouwburg in Antwerpen. De buren zijn de mensen van Music Hall en af en toe blijf ik heel geniepig aan hun repetitielokalen luisteren. Wat je d’r ook van denken mag. Nu zijn ze met de voorbereidingen voor “Annie” bezig…heerlijk. Tegen niemand zeggen, hé!
Soms hoor je mensen over kunst praten en dan krijg ik daar vlekken van voor mijn ogen. Dat is kunst!, denk ik dan. Dat je kan praten over kunst en me doet duizelen van de onzin die je uit je nek slaat. En jammer genoeg kom ik steeds meer van die mensen tegen die van – het – over – kunst – lullen – in – dwaze – theorieën hun hoofdbezigheid hebben gemaakt. Zeg maar, dwaze kloten die zich verschuilen achter een statement. Zo hoorde ik iemand praten en die zei dat hij aan jonge beginnende kunstenaars vraagt wat hun groter plan is en hoe ze zichzelf zien in de huidige stroming. Word u al misselijk? Ik wel. Want elke pas beginnende kunstenaar die daar een pasklaar antwoord op heeft naast misschien; “ik wil alles veranderen!”, is een huichelachtige zak die niet met een groter geheel bezig is maar alleen met jezelf. Dat soort figuren kan goed lullen en dat moet je dus kunnen om nog ergens een plekje te mogen kneden.
Want hoe kan je als pas begint al weten wat je groter plan is? “Ik wil alles veranderen!”, is een goeie maar je moet toch steeds ergens beginnen. Eerst een kei verplaatsen en zien wat voor rimpeling dat veroorzaakt en dan zien of je je daar in kan vinden en of je daar iets van opsteekt wat je dan weer mee neemt naar een volgende kei of misschien wel naar een andere rivier…
Wat hij ook zei was dat hij een verhaal moet horen waarmee hij van z’n sokken geblazen wordt. Ik keek hem aan en zag hoe z’n rechthoekig design brilletje begon aan te dampen want hij wist het zelf ook niet wat hij uit z’n nek stond te lullen. Ik vroeg hem wat hem dan van z’n sokken blies en hij vond, heel lacherig, Maurice Engelen dus wel echt heel goed.
En weet je wat het erge is? Dat soort mensen zetelt in commissies, of erger nog, is artistiek verantwoordelijk voor kunstencentra die het begeleiden van “jong talent” hoog in het vaandel dragen. Ik zeg het u, ze kennen er niks van! Waarschijnlijk komt het omdat ze van de eene receptie naar de andere dwalen en ondertussen de scampi’s met staart en al naar binnen werken waardoor er een vernauwing in hun hersenen is ontstaan en waardoor ze alleen nog in pamfletten kunnen spreken want eerlijk, er moet eerst en vooral een plek zijn om te zoeken, waar je op je bek mag gaan en opnieuw zoeken zonder dat de kunstenaars van vandaag en morgen zich als aangeschoten wild hoeven te voelen dat onmiddellijk zijn marktwaarde moet laten bewijzen.
Mijn excuses, maar ’t is zoals kabouter Lui het zegt: “daar word ik zo moe van.”
Ik vind het echt dikke kak!
Antje de Boeck – Vlaamse actrice – gaat niet in op een uitnodiging van de Vlaamse dienst voor arbeidsbemiddeling om kaartjes te gaan scheuren bij de musical Daens. Waarom ze er niet op in gaat? Ze is actrice. Punt dus. Collega acteurs springen in ’t gelid en schreeuwen moord en brand want zo hoorde ik er eentje brabbelen op StuBru, “we zijn kunstenaars, we hebben daar een opleiding voor gevolgd dus we gaan toch ook niet de straat vegen!”. Wel lieve vrienden, ik ben acteur en ik zeg het u als ik geen werk heb en ze verplichten me om wat dan ook te doen om mijn bestaansminimum te garanderen, ik zal het godverdomme doen. En me niet verstoppen achter semi- zweverig kunstenaarschap. Er zijn duizenden mensen die opleidingen hebben gevolgd voor dingen waar ze – door allerlei redenen – geen werk in vinden. Er zijn miljoenen mensen die hun droom om die of die job of opleiding te volgen opzij hebben geschoven en iets anders zijn gaan doen om het hoofd boven water te houden. “We zullen voor de kunstenaars een andere regeling moeten uitwerken.”, Sprak de vrouw van de VDAB wat beduusd op het journaal. En wat hoor je dan vandaag; een man sprak me aan om te zeggen dat “die artiesten wel denken dat ze alles mogen. Waarom moeten jullie niet gaan werken en de kleine man schorsen ze even leuk in dezelfde situatie.”. En ik begrijp die man. Ik begrijp dezelfde vele boze reacties op dit voorval en zie niet in waarom er weer een uitzondering op de regel zou moeten zijn. Er zijn te veel kunstenaars en zeker acteurs. Er studeren er elke jaar veel te veel af in een veel te klein taalgebied misschien moeten we daar de vinger aan de pols leggen zodat we vele ontgoochelingen kunnen besparen.
Uiteraard heeft iedereen een droom en het is goed om die achterna te jagen maar soms moet je er ook voor vechten en door een dal voor durven gaan, zonder uitzondering.