Gij draait een fles wijn open en kijkt naar de tafel. Ik zit aan diezelfde tafel en zoek uw ogen. We drinken verder zonder te kijken. Op televisie zijn er allerlei theorieën over geluk; de ene zegt dat geluk pas geluk als je het kunt delen en de andere beweert dat geluk onmeetbaar is. De fles is leeg, we omhelzen elkaar en ik loop de nacht in. Daar kom ik mensen tegen die die hun geluk zoeken in flessen en glazen maar alleen hun vervormde zelf zien. Als ik niet meer weet wat geluk is dan zou er geen verschil zijn tussen mij en hen. Maar ik weet het wel. Dat is mijn geluk.

Overal waar we met Hondstuk komen verdringen mensen zich aan de kassa om de voorstelling te zien. Wachtlijsten zwellen aan, in Leuven stonden er 300 mensen op de wachtlijst en gisteren- in Brussel- riepen mensen elkaar alle zonde van Israël toe. En dan te weten dat er extra voorstellingen zijn in Antwerpen. Na afloop van de voorstelling in Brussel gingen Sien en ik nog iets drinken in een klein cafeetje aan de overkant van het PSK. Aan de bar zaten twee mannen – “de twee Dirk-en” – die niet binnen waren geraakt en dat wreed betreurden. Ze besloten dan maar om zich helemaal lazarus te gaan drinken. Het resultaat was dat telkens we iets bestelden ze begonnen te blaffen. Ook zij komen – hopelijk nuchter – naar Antwerpen.

Ben net terug uit donkere wouden waar ik samen met de studenten van De Dageraad opzoek ging naar een wereld waar ze straks hun Icarus verhaal in zullen spelen. Wat onzeker begint eindigt altijd in een afscheid met een pruillip. Elke kunstenaar zou dit moeten doen. Niet alleen om zijn of haar rol als kunstenaar een werkelijke plek te geven maar ook om te weten wat mensen zijn; dunne vellekes. En dat mogen we niet vergeten, we mogen niet vergeten dat we zelf niet meer dan een dun velleke zijn en dat de mensen voor wie we onze kunst maken ook niet meer zijn dan een dun velleke. En soms verbergen we ons achter een berg van complexiteit in de vorm van wat dan ook maar als we het echt zouden willen toegeven dan komen we er op uit dat het niet meer zijn dan loze gedachten en woorden om de tijd mee te vullen. En loze woorden heb ik niet gehoord de laatste dagen en wie kan dat zeggen?

En toch kan je denken zonder te bestaan.  Soms kan je ergens zijn en toch heel onzichtbaar zijn. Zo onzichtbaar dat mensen vergeten dat je d’r bent. Zo verschrikkelijk onzichtbaar en dat heeft niks met een aanwezigheid te maken. En tegelijk is het ook heel fijn om aanwezig te zijn zonder dat je zichtbaar bent want het geeft je de luxe van het observeren. En observeren dat is denken zonder echt aanwezig te zijn.

Eindelijk! Gisteren gingen we het weten! We gingen weten naar welke school van onze keuze mijn zoon mag gaan. Net zoals het inschrijven gebeurde alles digitaal. We gingen een e-mail krijgen en daarin zou het verlossende nieuws staan. Want nieuws was het; het nieuwe inschrijvingssysteem dat volledig hightech jouw keuzes aftoetste met beschikbare plaatsen in een school. En het centrale thema in dit nieuws was dat je zeker een plek had in één van de door jou opgegeven scholen! Wel, gisteren wisten we het en we weten nu ook dat mijn zoon nergens ingeschreven is wegens vol in alle scholen die we hadden opgegeven. Nochtans had ik alles uitgesloten, was de dag van de aanmelding speciaal thuis gebleven om – zodra dat het systeem opende- mijn zoon aan te melden in verschillende scholen. Het systeem opende om 14.00u en om 14.12u was mijn zoon ingeschreven in de scholen van onze keuze. “U was bij de eerste, mijnheer.”, zei de baliebediende toen ik gisteren met de gegevens die ik kreeg naar de studiewijzer –die het hele systeem superviseren – stapte. Daar kreeg ik te horen wat ik al wist; dat mijn zoon inderdaad nergens is ingeschreven. Maar…dat ze vanaf 19 april weten waar er nog wel plek is en dat hij dan naar die of die school mag. Toen ik de lieve baliebediende zei dat ik niet die of die school wil maar één van de scholen van onze keuze haalde ze haar schouders op en zei gibberig dat er niets aan te doen viel, “dat is het systeem, mijnheer…”. Het systeem dat zo geloofd werd omdat er geen wachtrijen zouden zijn slaat dus haar virtuele deur in mijn bakkes toe. En niet alleen van mij, ondertussen heb ik verschillende ouders gehoord die ook de onmogelijkheid van dit systeem onderstrepen. Zo is er een Nederlandse collega van me die in augustus naar Antwerpen verhuist maar ook zijn kinderen zijn nergens ingeschreven omdat hij te ver weg woont. Het systeem aanvaard dat niet… De bravoure waarmee dit systeem werd aangekondigd is nu in stilte gehuld want toen ik gisteren op de kantoren van de studiewijzer was stonden hun telefoonlijnen roodgloeiend. Want weet je, het systeem is ontworpen met streepjes en nullekes maar een gezicht vind je niet. En daar zijn nu veel mensen naar opzoek. Toen ik gisteren tegen mijn zoon zei dat de klassen waar we hem voor aangemeld hadden vol zaten zuchtte hij diep en zei,”dan zit ik niet meer bij m’n vriendjes,papa…”.  Vriendjes? Maar dat mag je niet verwachten van een systeem.

De koude zou nu langzaam uit het land moeten trekken. Maar de voetjes blijven kou, ijzel zet zich vast op het gras. Vandaag weten we normaal gezien naar welke school mijn zoon mag gaan. Een tijd terug moesten we hem aanmelden in een systeem en daar mochten we dan opgeven naar welke school onze voorkeur gaat en dat systeem zal vandaag zijn keuze bekend maken. Ik durf er om wedden dat dat nog brokken gaat maken. Deze week speelde we de eerste hondstuk in Antwerpen en ook dat lokt heel veel enthousiaste reacties uit. Er zaten ontzettend veel jonge mensen in de zaal en die herkennen zich heel goed in die onvoorwaardelijke vriendschap van onze hond. Gisteren ben ik ook begonnen met mijn studenten van de Dageraad in Kortessem. Net als vorig jaar dragen ze allemaal – hoe klein ze ook zijn- hun verhalen met zich mee. Ik zou hen oneer aan doen iets – wat dan ook- prijs te geven van hun verhalen.Begin mei kan je er zelf naar komen kijken en luisteren in Kortessem. Dat dit project een ongekende waarde heeft bewees zijn voorganger al. “1 seconde” zette mensen op de kaart. Mensen waar van al op vroege leeftijd dromen en een mogelijke toekomst worden afgenomen. Want we zijn hier goed om mensen klein te houden. Bijna letterlijk duwen we mensen “kopke onder”. Dit project laat die mensen die voor verzopen worden aanzien terug goesting krijgen om zelf initiatief te nemen. Helaas is er een buitenwereld die niet alleen bestaat uit bloemen, planten en lucht die daar anders over denkt. “Houd stom stom dan hebben we d’r geen last van.”, klinkt het. Heelder instituten worden opgericht om stom stom te houden.En weet je wat het ergste is? Het lukt.