“Gezjost” is een poëtische en beeldende voorstelling die deze zomer voor heel wat controverse zorgt op de Zomer van Antwerpen.  Stefan Perceval schreef en regisseerde “Gezjost” in opdracht van het vredescentrum in Antwerpen .

“Gezjost” vertelt het verhaal van leeuwentemmer, dierenvriend en in – zichzelf- prater  Jozef Kets en zijn compagnon Maarten. Maarten was tot twee jaar geleden leraar maar mag na een ongeval geen les meer geven, mag zelfs geen voorlees – ouder zijn en zal waarschijnlijk als 32 jarige levenslustige jonge man op pensioen gesteld worden. Als “geïmporteerde” Antwerpenaar weet Jozef Kets alles over zich aanpassen en uitvergroten in de tweede grootste havenstad van Europa.

Jozef is dan ook  bereid het meisje dat bij hem aanspoelt te helpen  in haar worsteling met haar nieuwe identiteit maar er zijn grenzen aan solidariteit.

22 september 2011 is deze voorstelling nog te zien in HET DOMMELHOF in Neerpelt in het kader van het TAKT – festival.

Op Cap Gris Nez ligt een hotel tussen de stranden die elkaar als ogen niet zien,
waar mosselen op hout draaien als in het circus.

 Cap Gris Nez is een plek vol gedachten aan gisteren waar je alleen kan zijn met anderen die alleen zijn,
samen met je eigen stem, die niet klinkt
 als in een wankel en vermoeid bestaan 
waar geen geluid meer doordringt.
Daar ligt hotel Les Mauves, dichtbij de horizon zorgen twee vrouwen er voor dat de lichtjaren hen niet inhalen.

Het driejarige Britse meisje Lily vroeg zich af waarom tijgerbrood eigenlijk tijgerbrood heet. Het motief lijkt immers meer op dat van een giraffe. Ze stuurde de Britse supermarktketen Sainsbury’s een brief en kreeg antwoord.

 

Nu gaan ze hem begraven,

De lustigen kever, Jan – Mei.

Zij dragen den brave dode

Zingend door de wei

Ha! Ha!

Jan – Mei viva!

De krekel zingt

Met droeve stem :

Domine ! Domine ! Requiem !

Vier blinkende rode slakken,

Sluipend, kruipend, openen de stoet.

Vier grijsgespikkelde zwarte trekken

De statige wagen, maar zonder moed.

Ha! Ha!

De Mei viva!

De krekel  zingt

Met droeve stem :

Domine ! Domine ! Requiem !

De goudvlieg bromt “miserere”

En de krekel

In kostersdracht

Herhaalt wel duizend keren

“miseremini”, de eeuwige klacht.

Ha! Ha!

Jan – Mei viva!

De krekel zingt

Met droeve stem

Domine ! Domine ! Requiem !

Vier jeugdige kikkers dragen

Een groene floeren olmenblad.

Vier muggen volgen zoemend de wagen

En zwieren met het wierookvat.

Ha! Ha!

Jan – Mei viva!

De krekel zingt

Met droeve stem

Domine! Domine! Requiem!

Terwijl men den armen Kever

Zo gauw gauw – in het grafkuil duwt,

Spreekt heer hommel

Een roerende snoerende lijkrede uit.

Ha! Ha!

De Mei –viva !

Maar de krekel,

Met droevere en droevere stem

Zingt eeuwig zijn

Domine requiem.

Marit, Stefan,

Lieve schatten,

Dit is een bijzonder moment. Bijzondere momenten moet je bewaren. In een doosje in je hoofd.

Weten jullie het nog? De eerste keer dat jullie blikken kruisten? Sluit even je ogen en denk er nog eens aan; zie je het moment? Goed, hou het even vast. Weet je nog wat je dacht? En nee Stefan, niet dàt. Je eerste gedachte. Hou die vast. Die eerste gedachte toen je in elkaars ogen keek. Dan zullen jullie begrijpen wat ik nu ga vertellen. Want ik wil het even hebben over een bijzonder moment voor mij: de eerste keer dat ik Stefan zag. Een miezerige woensdag in oktober 1973. Ik keek over de rand van het wiegje in de kraamkliniek van Schoten en ik dacht: “Mijn God, wat is me dat voor iets!”  Het leek, dames en heren, of onze moeder bevallen was van een rode ragebol. Een melkwit wormpje met knalrood nesthaar dat recht overeind stond. Een mini-Johnny Rotten. Een omgekeerd uitroepteken met een vette rode punt erop. Volgens het geboortekaartje was het mijn taak om blij te zijn met de geboorte van mijn broertje, maar ik kreeg alleen maar de slappe lach. Ik wist meteen: “Die nieuwe broer van ons, zullen we geweldig goed in de gaten moeten houden. Dat wordt hier dikke fun.” Een grote broer had ik al, en nu wist ik ook meteen hoe het voelde om er één te zijn.

Lieve Marit, ik ben hier om te getuigen over mijn broer, om ervoor te zorgen dat je zeker weet wat voor vlees er in de kuip krijgt. Want naar het schijnt is voor veel vrouwen, de man die ze aan hun zijde dulden, een soort “project”. Ze stappen in een relatie of in een huwelijksbootje stellig overtuigd van het feit dat zij hun man “wel zullen veranderen”. Dat zij, louter met de kracht van de liefde, van deze kikker wel een prins zullen kunnen maken. Dat is uiteraard een dwaling. Alleen al de geschiedenis van de partners en echtgenotes in de bloedlijn van de Percevals, bewijst wat voor een verregaande dwaling dit is. Want in die geschiedenis is er 1 zekerheid: alle meisjes die zich aan de zijde van een Perceval van het mannelijke geslacht vertonen, geraken onverbiddellijk op het slechte pad. Hoe dat komt?

Ter gelegenheid van dit huwelijk heb ik via National Geographic onze genetische herkomst even laten checken. Daaruit blijkt dat Stefan en wij afstammelingen zijn van een groep neanderthalers die zich ophielden in de grotten van Zuid-Frankrijk en Noord-Spanje. Hun plek in de geschiedenis hebben ze echter verdiend omdat van deze stam overblijfselen zijn bewaard: de eerste (en ook de enige) pornografische grottekeningen ter wereld. I kid you not. Ook onze verste voorvaderen waren al een bende geobsedeerden. Dus, lieve Marit: dat krijg je er alvast nooit meer uit.

En we dragen die naam natuurlijk. Perceval. De titel van de oudste liefdesroman uit de europese literatuur. Voor wie niet vertrouwd is met de details van dit middeleeuwse liefdesverhaal heeft onze oudere broer Luk straks een verkorte enscenering van amper 3 uur uitgewerkt op tekst van Tom Lanoye, die rond middernacht zal worden uitgebeeld door de auteur zelf in het bos op de heuvel. Eén ding kan ik jullie al wel vertellen: die Perceval is de enige die ooit de Graal te zien kreeg. Hij wijdde zijn leven aan louter edelmoedige doelen zoals het zoeken naar de ware liefde. Bij elke zweem van onrecht en haat springt hij dan ook te vuur en te zwaard en ontdoet hij zijn vijanden onderweg van overbodige ledematen, zoals daar zijn: een arm, een been en af en toe ook een hoofd. Ik weet niet hoe het met u zit, maar toen ik het verhaal las, dacht ik: dit lijkt wel mijn broer. Ja: Perceval, zijn doel is edelmoedig en zijn middelen radicaal. En niemand weet of het echt gebeurd is, maar het is toch ook altijd een fijn excuus. “Tja, het is een Perceval”.

Er zijn nog wel meer parallellen tussen Stefan en Ridder Perceval. Ridder Perceval vindt zijn roeping al heel jong en het was ook bij Stefan al in zijn prilste jeugd duidelijk dat deze jongen, onze kleine roodharige, een volstrekt uniek parcours zou lopen. Dat moet ook wel als je geboren wordt met rood haar op de verjaardag van de Russische revolutie, 17 oktober, dan moet je zelfs VOOROP lopen. Zorgen dat je de anderen voor bent. Zoiets vraagt creativiteit met wat je ter beschikking hebt. En dat deed hij met bravoure vanaf het prille begin. Want mensen, lang voor kunstenaar Wim Delvoye had onze bruidegom hier het kunstpotentieel van uitwerpselen ontdekt. Hij kon amper rechtop zitten, toen hij de zijkanten van zijn bed en de muren van de slaapkamer bewerkte met een abstract bas-reliëf gefabriceerd met zijn eigen verse kak die hij uit zijn pamper viste. Op een dag zat ik in de kamer ernaast toen ik letterlijk onraad rook. Dus ik trok de deur van zijn slaapkamer open. Hij was inderdaad in volle actie en wees triomfantelijk naar zijn werk op de muur terwijl hij opgewonden riep: “Bah Vies!” Dat was dus de titel van zijn eerste performance: “Bah Vies!” Ik zeg het: Wim Delvoye en Jan Fabre kunnen er een dikke punt aan zuigen.

 

Maar genoeg scherts.

Nu even serieus.

Men heeft mij gevraagd om jullie even toe te spreken, omdat ik nu jullie beider grote broer ben en ik vermoed ook een beetje omdat ik langs Perceval-zijde de ongewilde bezitter ben van een record: dat van het op dit moment langst lopende huwelijk. In een familie van mannen die het woord “bindingsangst” van vele nieuwe betekenissen hebben voorzien, schijnt dat een prestatie te zijn beste mensen, ik kan er ook niks aan doen. U moet maar zo denken: in het land van de blinden is de eenoog koning.

Ik pretendeer dus ook niet om goede raad voor jullie in petto te hebben. Dat zou een tragisch geval zijn van een blinde die kreupelen moet leiden. Maar in een grijs verleden dat ik halstarrig probeer te verdringen, liep ik voor een spelprogramma op televisie in het spoor van de legendarische Vlaamse presentator Donaat Deriemaeker huwelijksfeesten en jubilea af in heel het land met een cameraploeg in mijn zog, dus een paar dingen over het huwelijk heb ik wel geleerd. Van een koppel in Dudzele leerde ik bijvoorbeeld dat je best zorgvuldig bent in de keuze van je openingsdans. Om hun huwelijksgelofte kracht bij te zetten, hadden zij namelijk gekozen voor “one day I’ll fly away”.  Een uurtje na die openingsdans ontspon zich dan ook een homerische ruzie tussen de twee families.

Op een dag verzeilden we bij een besje dat haar diamanten bruiloft vierde. En elke keer als we op zo’n jubileumfeest arriveerden vroeg de presentator aan het feestkoppel wat het geheim was van hun huwelijkssucces. In dit geval zei het oude wijfje bloedserieus: “Awel Donaat”…en ze pauzeerde dramatisch. Donaat zette zich schrap, want hij verwachtte iets heel wijs. En toen hapte ze naar adem en zei: “Ik zou het ook niet weten, waarom denkt ge anders dat we nog altijd bezig zijn?” Dat vind ik al een aardig motto om af en toe aan te denken in jullie nieuwe leven. Probeer niet teveel te weten, gewoon bezig blijven. Maar natuurlijk wel best met elkaar.

Lieve gasten, ik hoop dat jullie beseffen dat jullie getuige zijn van een magisch moment. Het is aan ons om dit moment te verankeren in ons geheugen, zodat het altijd ergens in iemands gedachten is, zodat het altijd blijft duren. En magisch is het zeker: Want in het middeleeuwse gedicht is Perceval een zoekende ridder.  In zijn zoektocht naar de ware liefde moet hij afrekenen met wat men in de middeleeuwse lyriek “dolende vrouwen” noemt. Wezens die erop rekenen dat de ridder uit Wales hen de schoonheid en de liefde kan teruggeven die hen door de tijd is afgenomen. De ridder denkt lang dat dit zijn ware missie is en verliest dus bijzonder veel tijd met het opbeuren van dolende vrouwen. Slechts na lange omzwervingen vindt Perceval de ware liefde bij prinses Blanchefleur, die hij eerst nog redt uit de klauwen van gemene piraten. Een leuk detail: niet toevallig zijn die piraten leden van de bende van Floris de derde, de graaf van Holland.

Daaraan moest ik denken, toen Marit 3 jaar geleden voor het eerst op ons kerstfeest verscheen. “Eindelijk”, dacht ik toen, “daar is eindelijk zijn Blanchefleur”. Eindelijk een griet met haar op haar tanden. Eindelijk een griet met gevoel voor humor. Eindelijk een griet die met haar beide benen stevig op de grond staat. Eindelijk een griet die altijd een antwoord klaar heeft. Eindelijk een griet die de zoekende ridder aankan. Want eens een zoekende ridder, altijd een zoekende ridder. Het verlangen naar de graal is nooit veraf.

Maar vandaag meert de zoekende ridder aan bij zijn Blanchefleur. In deze veilige haven heeft hij zijn harnas en zijn magische lans afgelegd, klaar om zich over te geven aan de ware liefde en de graal te vinden onder zijn eigen dak. Want bruur, zoals onze eeuwige vriend Shakespeare al schreef:

Since this fortune falls to you

Be content and seek no new,

If you be well pleased with this

And hold your fortune for your bliss,

Turn you where your lady is

And claim her with a loving kiss.

 

Joy will be the consequence.

Een aanbidder smeert zijn gezicht in met motorolie om te zorgen dat zijn belofte uit een gebed wordt verhoord tijdens de festiviteiten om de heilige Santo Domingo van Guzman te eren,Nicaragua.

Wouter Hillaert in De Standaard schrijft:

“Perceval heeft een pen die met taalspel overweg kan.Weet hoe je kinderen betovert met grote thema’s….Charmante dialogen en sterk spel!”

Sigrid,schrijft in het gastenboek van ZVA:

“de schitterende vertolking van Marit zit er knal op! Als je dagelijks met anderstalige nieuwkomers werkt, herken je zo die combinatie van kinderlijke naïviteit en volwassen volharding. Nederlands leren in een wereld waarin haast niemand van de autochtonen in het dagelijks leven het eigenlijk spreekt… het is een constante, frustrerende strijd die de meesten met bewonderenswaardige moed voeren. De passage over de kelder illustreert dit buitengewoon treffend. Kortom: Gezjost is een kleine, maar heel fijne voorstelling met pakkende acteerprestaties die het ZvA-publiek hopelijk toch wat doet nadenken.”

Hilde, schrijft in het gastenboek van ZVA:

“Het is inderdaad geen kant- en klaarverhaal of makkelijk entertainment, maar als je je kan openstellen voor de poëzie,staat je een mooie ervaring te wachten…”