vreemdmakingsmachine
Deze zomer maakte ik voor het het Vredescentrum in Antwerpen, “Gezjost”. Een voorstelling over het – vreemd – zijn in een land. Dit onderwerp schoot nogal wat mensen in het verkeerde keelgat, men lustte me rauw. Alsof ik hun trots aantastte of hen beschaamde.Nog andere riepen dat ik geen tekst kan schrijven, een uiterst onrealistisch maatschappijbeeld geef, of geen regie- concept kan ontwikkelen. Dit onderwerp vraagt duidelijk een meer beschouwende interpretatie omdat een groot van het publiek nog steeds bezig is met een streven naar een zedelijke en maatschappelijke volmaaktheid. Met dit onderwerp mag je geen rechtstreekse confrontatie aan gaan. De afwijzing van de voorstelling hing nauw samen met de morele verontwaardiging die ze opwekt. Tenslotte zijn er ook mensen die vanuit hun verleden of dagdagelijks met vreemdelingen werken en die me in de supermarkt, buiten op een plein of op straat aanspreken en mezelf en mijn acteurs in het oor fluisteren dat het zo is en dat we het heel juist hebben laten zien. “Bedankt daarvoor….” en dan kijken ze weg. Het was ook raar dat een voorstelling die de verbeelding zo op gang brengt, zonder gemakkelijke sensatie, wordt afgedaan als “cabaret” of “voor de grap”…. en zo werd deze voorstelling toch wat ze moest zijn; een vreemdmakingsmachine die afhankelijk van wat de toeschouwer verwachtte een ander verhaal werd. Of zoals schilder Francis Bacon het beschrijft: “Als je jezelf door de tijd en door te werken meer en meer conditioneert voor datgene wat gebeurt, dan word je meer alert voor hetgeen het toeval je voorstelt. In mijn geval denk ik dat alles wat ik ook maar enigzins goed gevonden heb, het resultaat is van een toeval van waaraf ik heb kunnen werken. Omdat het mij een gedesoriënteerde visie geeft op een gegeven dat ik probeer te vatten.”
