Ik ben met mijn zoon aan de zee. We nemen vakantie. We lopen over de dijk.

Ook hier overal oranje en bruin.

Veel te veel mensen en go carts.

De meeste kinderen van tegenwoordig zitten in zo’n batterijen gestuurd vehicel hunnen hot – dog op te eten terwijl ze tegen uw schenen oprijen.

Ge moet u vooral niet verontschuldigen…

Fat – ass!

En dan al die gasten met hun veel te jonge vrouwen.

Of van die surf gasten met kinderen.

Dat zijn zo van die gezinnen die denken; kinderen of niet het leven gaat voort.

Surfin’ usa!

Een koppel new agers die bang zijn van de zon loopt ons voorbij.

“Weete schat, ik denk dat ik nu toch tijd ga maken voor een kindje.”

Ik heb zin om hen uiteen te rukken.

Nee, niet doen.

Geen kinderen op de wereld zetten!

Ziedet ni!

Hier, ziet rond u.

Het loopt allemaal fout.

Nu zijde nog ne bange bleke man maar straks zijde vader en ik weet dat ge uiteen wilt gaan omdat die van de the cure dat ook hebben gedaan. Maar ge moogt ni vergeten dat die mannen nooit thuis zijn en gij wel. Want gij zijt ne simpele ziel en ge gaat u vervelen met zo’n vrouw en een kind. Gelooft me!

Ze duiken in mekaars zwart en worden te warm voor de zon.

Misschien smelten ze nog op tijd weg.

Dat zou nog eens opluchting zijn!

Overal zijn huilende kinderen en vaders die doen alsof ze het niet horen.

Mijne zoon zegt:

“papa weet ge dat de zee altijd maar groter wordt. Dat er straks niks anders meer is dan zee”.

Dan zou ik wel fijn vinden.

We gaan ne pannekoek eten en dan krijg ik telefoon van mijn vader.

“O stefan, zedde gij aan de zee.”

Ja.

“Ik ook. Waar zedde gij?”

In middelkerke.

“Ja…Ik ook.”

Pa, ik en onze jef zijn ne pannekoek aan het eten.

Komt anders naar hier?

“Hebde ze zelf gebakken?”

Nee pa.

Beetje later sta ik met mijn vader en mijn zoon naar de zee te staren.

In de verte lijkt het alsof we een ijsbeer zien voorbij zwemmen.

“Daar, nen ijsbeer die verloren is gelopen!”

Het blijkt zo nen bot te zijn van pels van die….

“Zo, denkte nu da ge het beter hebt gedaan?”

Ik denk het niet pa.

Ik ben er zeker van.

We lopen nog wat over het strand.

Af en toe wordt de zon verduisterd door ne grote metalen vogel volgeladen met vaders die het normaal vinden dat ze daar in de lucht hangen.

Waarom zouden ze het abnormaal moeten vinden?

Zij verdienen dat, elke dag opnieuw.

10 jaar geleden werd ik vader van een klein veel te vroeg geboren jongetje, Jef.

De weken en uren voor zijn komst waren spannend. En eens hij er eenmaal was kon niemand me zeggen of hij lang blijven zou. “Als het fout gaat moeten we hem dan een nooddoop geven?”, vroeg de verpleger me. Ik had verstaan dat hij me vroeg of ze dan noodhulp moesten geven en ja, natuurlijk moest dat! Maar een nooddoop nee, dat wilde ik niet. En kijk, nu tien jaar later staat er een gezonde, nieuwsgierige, eigenwijze kerel voor me. Die me de laatste weken mist omdat ik een nieuwe opdracht heb waardoor ik nog minder thuis ben dan voorheen. Maar ik weet dat hij en zijn kleine broertje, naast dat ze 1 zijn, naast dat zij twee handen op 1 buik zijn, zij met hun tweetjes alles voor me zijn.

…. En de sterren waren stil.

Geen één durfde nog te bewegen.

Het kleine nieuwe sterretje zweefde onzeker in het rond maar algauw verscheen er een lichtje in en het sterretje was geboren. Alle sterren waren blij en fonkelde zoals nooit tevoren. Ze namen het sterretje mee in een baan rond de aarde en lieten het alles zien. Het groen en blauw van de wereld en ook de wolken en de koude die soms hun neus deden lopen. En hoe fijn was het wel niet als je soms als ster naar beneden viel. Heel veel mensen en dieren klampte zich aan dat vallen van die ster en wenste al wat hun hartje verlangde. Het sterretje werd een ster en groot en fonkelde en viel soms naar beneden en hoorde dan in het donker het gejoel van de mensen. Ach die mensen, die dachten dat daarmee het leven van de ster ophield. Het was slechts een trukje. Eventjes je lichtje uitdoen en dan naar beneden vallen. Floep! Oooooo! De bewondering voor de ster  was groot. Andere sterren benijden de ster en fonkelde  nog harder en nog feller als hij in de buurt kwam. Het leek soms alsof het daglicht nooit verdween. Sommige mensen volgde de ster met lange buizen waar ze hun ogen in staken om de ster nog beter te kunnen zien. Maar op een dag, niemand wist waarom,had de ster geen zin meer om te fonkelen. De ster draaide zich om in het donkerste van het donker en deed het lichtje dat de ster ster tot ster maakte uit. “Wat doe je nu?”, riep een ster van enkele meters verder.

De ster had geen zin om te antwoorden. Vuurwerk werd in de lucht geschoten om te zien wat er met de ster aan de hand was. De wereld stond voor een raadsel. Maar de ster zuchtte en vroeg zich af of het wel zin had om ster te zijn. Wat mist de wereld aan een ster meer of minder?

“papa!”

Mijn zoon roept me.

Hij is warm van de slaap.

Ik neem hem uit zijn bedje.

Heb jij het vuurwerk gehoord.

Hij kruipt in me weg.

Gelukkig nieuwjaar, jef.

“Gelukkig nieuwjaar papa”.

 

Ze staan op een hoopje in een hall met teveel tegenlicht en te weinig ziel.

Terwijl ze daar zo staan spelen ze met de zwaartekracht of hoe nabijheid en contact de aard van ons bewegen veranderen. Zonder bewustzijn zijn hun handelingen de neerslag van hun onderzoeksterrein. Handelingen die samen gaan met gemoedsstemmingen, duizenden per dag per persoon. Op enkele dagen tijd wordt hun bewustzijn verhoogd en de houding waarmee ze consequent in hun leven staan. “Ik ben ni goe bezig maar wil daar verandering in brengen.”, is een weerkerende laatste zin als ik vraag hoe het met hen gaat? Voor me staan een groep jongeren met stempels als schoolmoeheid, moeilijke thuissituaties, time – outer maar ook “fuck buddy”  en “friends with benefits” komen dit jaar in mijn VanDaele. Maar niet voor lang. Op drie dagen tijd verzetten we bergen en kijken verder naar wat een toekomst zou kunnen zijn. Op de derde dag zoeken ze bewust naar poëzie en beseffen dat ze die zelf voortbrengen. Dit is wat ze schrijven:

Ziggedezaggedezo
Het leven is nice,
Maar het blijft ni altijd zo.
’t is ne struggle for life,
Maar we kome d’r wel ‘OOH’!
We houden het high,
The limit is the sky.
Den beat beat is hard,
Just gelek I.
Yeah we come by,
Zonder stress , we zijn the best.
Echte power in ons chest.
Betje zot in de kop,
Maar da kan gene kwaad.
Als ge ni volgt rot dan op ,
Wij zijn 1000 KARAAT !
Ayeeee !! ‘BEAT’

1000 KARAAT !

Begin mei 2014 kan je dit project beleven in cc DEKERN in Wilrijk.

Hij staat voor me. Hij staat recht. Normaal staat hij niet. Normaal  zit hij in zijn rolstoel. Een stoel die hem van punt a naar punt b brengt. Dat is normaal voor hem. Nu staat hij want hij heeft het over zijn passie; toneel spelen. Hij staat lang en met vuur. Na anderhalfuur zijgt hij weer in zijn rolstoel. “Ik voel geen pijn.”, zegt hij, “Als ik met toneel bezig ben voel ik geen pijn.”. Hij volgt zijn passie, hij speekt en spuwt  zijn woorden uit. Hij heeft passie in elke vezel van zijn lichaam. Hij staat boven elke gemiddelde Vlaming en toch plaatst diezelfde gemiddelde Vlaming hem in het bijzonder onderwijs. Samen roepen we dat dat niet kan! Dat dat een vergissing moet zijn!  Maar niemand hoort ons. En die ons horen gaan smalend voorbij want het is niet hun probleem dat hij op alle vlakken bijzonder is. Ik spreek met hem over straks, als dit gedaan is. “Wat gaat er dan gebeuren, Stefan?”. Ik weet het niet, Brent. Ik verstop me achter hier en nu en het doel dat we moeten halen. Dat we spelen in Neerpelt en in Leopoldsburg. En dat iedereen dit gezien moet hebben. En dat kunnen we alleen maar hopen.

Wortel van Glas is te zien op 14 januari 2014 om 20.00u  in cc Leopoldsburg en dit ten voordele van Opening Doors, een Grundtvig-project, één van de vier sectorale programma’s van het Europese Lifelong Learning Programme dat zich richt tot de sector van de niet-beroepsgerichte volwasseneneducatie.

wortel van Glas

Mensen leven hun levens op verschillende kruispunten. Je bent tegelijk vader, man, broer, kunstenaar. In mijn werk met mensen met mensen met een beperking komt er ook het onoversteekbare kruispunt ‘iemand met een beperking’ bij. Vandaag zat ik in  een panel met hoogleraren, schrijvers, een wereldberoemde filosoof over hoe je cultuur en onderwijs samen kan brengen. Terwijl ik al deze hoge dames en heren over gemiddels hoor praten en hoe fantastisch ze wel niet hun eigen kinderen opvoeden vraag ik me af hoe zij dit kruispunt zouden oversteken? Ik gooi de vraag op en zie de filosoof wegzakken, denkend aan welke andere wereldberoemde filosoof een beperking had en hoe hij deze nu zou kunnen citeren zodat de dame die het panel leidt zachtjes van haar stoel kan afglijden en later van zijn schoot.  Een dronken man in het publiek probeert recht te staan en een antwoord te formuleren maar meer dan “ik…gij…wij allemaal….kkkkkunst”, verstaan we er niks van. De filosoof komt tot de vaststelling dat wellicht ieder mens een beperking heeft maar dat de er de laatste tijd een grote nood is aan een doelgroepenbenadering. Hij geeft zichzelf als voorbeeld en ik zie dat de hoogleraren en de schrijvers en de dame die het panel in goede banen moet lijden monkelend van zijn woorden eten. De filosoof geeft toe dat hij elke dag een glas wijn moet drinken als hij thuis komt. “Je zou dit een beperking kunnen noemen…”, vertelt hij terwijl hij verder gaat over het culinair orgasme waar van geniet als hij ’s avonds zijn ijskast leegvreet. Deze wereldberoemde filosoof stelt na een omweg over verschillende kazen  dat een beperking ook iets hele krachtigs kan zijn. En daar ben ik het helemaal met hem eens. Maar hoe kun je een gelijkwaardige relatie opbouwen als je denkt dat jij normaal bent en er anderen zijn die niet normaal zijn? Of dat jij minder kwetsbaar bent dan diegene waarvan ze zeggen dat ze kwetsbaren zijn? Of als je denkt – wat ik denk – dat jij participeert en de anderen niet?  In mijn dagdagelijkse zoektocht kom ik steeds meer en meer projecten tegen waarbij mensen met een beperking hun kunstjes mogen tonen in de vorm van een karaokewedstrijd of het zo goed mogelijk nadansen van een heel lenige choreograaf. Maar steeds minder en minder projecten waarbij de mensen met hun beperking de regie overnemen en tonen hoe ze zich willen ontwikkelen, zodat ze ons andere werkelijkheden kunnen laten zien en werkelijk bijdragen aan artistieke vernieuwing. We staan op het kruispunt maar geraken niet aan de overkant.

Na het ontslag van Ignace Cornelissen bij HetGevolg neem ik de regie in handen van “Petrus en den doodendraad”, een tekst van Guido van Meir. In “Petrus in den doodendraad”  blikt Petrus terug op zijn leven tijdens de Eerste Wereldoorlog. Een passionele liefde tussen Petrus en Marie werd gedwarsboomd door koppig toeval, een reeks verschrikkelijke gebeurtenissen, een dodelijke draad en een wereldoorlog. Hoe komt een man uit zoveel gruwel tevoorschijn, waarmee houdt hij zich staande? Een leven lang vastklampen aan een onvervuld verlangen, verdwaald in het verleden.  Televisielegende Jo Demeyere en de jonge Sofie Palmers vertellen dit verhaal.
 
Deze voorstelling gaat 08 januari 2014 in première en is te zien in heel Vlaanderen tot half maart 2014.

‘Wortel van Glas’ werd ruim 10 jaar geleden geschreven door Josse De Pauw in opdracht van HETPALEIS. De Pauws tekst draait rond kwetsbaarheid en fragiliteit. Het hoofdpersonage Wortel van Glas, oorspronkelijk gespeeld door mezelf, krijgt levenslessen van zijn wijze nonkel Biet. Hij reist naar de vier hoeken van de wereld op zoek naar zichzelf.
Ditmaal maak ik “Wortel van Glas” met Brent Vandecraen. Brent is een jonge student die ik leerde kennen op Buso Zonneweelde in Lommel waar hij opviel door zijn bijzondere gedrevenheid en passie voor theater. Sinds enkele maanden repeteren ze intensief in het cc Leopoldsburg en Dommelhof Neerpelt aan deze nieuwe voorstelling waarin Wortel van Glas een vraag erft van zijn nonkel, Nonkel Biet van Glas. Het personage Wortel vertelt over zijn nonkel en over diens ‘waarheden’ die achteraf meer blijken te zijn dan toevallige bedenkingen. Zoals “niks is meer dan we denken” of “Eens je weet hoe het loopt, heb je maar te volgen”, of nog dat we voorzichtig omgaan met glas en porselein opdat het niet zou breken, maar dat we nog voorzichtiger er mee omgaan eens het gebroken is en wij de scherven ruimen…
De voorstelling speelt op 10 januari 2014 in HETDOMMELHOF in Neerpelt en 14 januari 2014 in cc LEOPOLDSBURG, later dit seizoen nog op verschillende plekken in Vlaanderen en Nederland. 

Vorig seizoen mocht ik samen met compagnie Tartaren aan de slag, we onderzochten welke taal een mens gebruikt naam van de liefde? We onderzochten wat zich achter hun buitenkant afspeelt. We ontdekken en ontwikkelende ‘talen’, waardoor een bijzondere theatraliteit ontstaat met als resultaat een voorstelling die verwondert en aanzet tot zelfreflectie. In dit gewoel mijmeren de personages over de meest universele liefde: de moederliefde.

Cie Tartaren zet de voorstelling neer in M, in de zaal van Constantin Meunier waar twee schitterende beelden over moederliefde te zien zijn. Zo toont Grauwvuur van Meunier een moeder die zich over haar overleden zoon buigt en zijn dood beweent. Ziehier een impressie van dit werk in museum M.