tante Blondien

Tante Blondien is dood. Ik ben op haar begrafenis geweest met mijn oudste zoon, Jef.
Hij ging mee omdat het in Bilzen was en Bilzen is de stad van Thibaut Courtois. Onze Jef is zot van keepen en zijn grote voorbeeld is Thibaut Courtois uit Bilzen. Naast de kerk in Bilzen is er een wand waar fans van Thibaut een boodschap voor hun held kunnen achterlaten. Mijn zoon schreef “hallo groothand” en tekende er de vingertoppen van een hand rond, alleen de toppen van de vingers om zo de vreugdekreten van de andere schrijvers niet te hinderen. Tante Blondien had dit graag gezien. Dat weet ik zeker. In mijn kindertijd ging ik regelmatig op vakantie bij mijn tante Blondien. Mijn vader leefde met haar samen in Bilzen. Eerst in de Wijsstraat en later op de hoek van de Wijsstraat en de Parklaan. In het huis in Wijsstraat stond tante Blondien meestal in de keuken die uitkeek op de tuin. Tante Blondien vond dat een kind moest spelen en dus deed ze verwoede pogingen om deze schuchtere jongen te laten spelen. Tante Blondien woonde vlakbij de Kattenberg in Bilzen en dan stuurde ze me weg om deze helling te beklimmen. Als ik slechts één keer op en af reed en direct weer bij haar stond stuurde ze me weer weg met de vermanende woorden: “Zoekt u maar een vriendje!”. Dus bleef ik langer weg en reed in grote bogen rond de Bilzerse jeugd die ook op en af de Kattenberg reden en me af en toe boven of beneden stonden op te wachten en iets riepen. Wat verstond ik niet uit angst dat mijn hart uit mijn hoofd zou bonken. ’s Avonds hoorde ik tante Blondien haar bezorgdheid over mijn geslotenheid delen met mijn vader. “Een kind moet spelen, Eduard!”, zei ze terwijl ze de papiertjes van de karamellen die mijn vader rijkelijk rondstrooide opraapte. Tante Blondien kookte elke middag, stak ’s avonds een kaarsje aan en leerde me zo wat huiselijkheid zou kunnen zijn. Ik heb het pas veel later leren toepassen . Tante Blondien lachte veel en luisterde goed als je dan iets zei. Ze was als een moedertje. “Momo”, zou mijn zoon Jef zeggen. Zo noemt hij mijn vrouw Marit omdat hij haar van zijn mama niet mama mag noemen. En wij volwassen begrijpen dat maar voor zijn kleine jongenshoofd is het veel na te denken en spontaniëteit af te breken alvorens hij mijn vrouw zomaar flapuitelijk, “mama” noemt. Dan lacht hij en vraagt ons om het zeker niet tegen zijn mama te zeggen. “ Een kind moet kunnen spelen.”, zei tante Blondien en dat is zo. Een kind moet duizend keer de Kattenberg op en af fietsen om zijn angsten te overwinnen. De Kattenberg en tante Blondien als metaforen voor wat kind zijn zou kunnen zijn.

Advertenties

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s