Deze dagen zijn dagen dat mensen  zich soms te dicht bij elkaar wagen om elkaar geluk te wensen en stoppen te laten knallen. Maar ook dagen waarop mensen hun hele hebben en houwen verliezen door allerlei omstandigheden. Meer dan ooit ligt er ons een overlevingstoekomst te wachten; alleen de sterkste zullen blijven staan.
Ook in mijn vak kijkt iedereen naar iedereen in het peloton en wacht af. Er worden weinig tot geen risico’s genomen. Niet in engagementen maar ook niet artistiek. Meer dan ooit wordt er theater gemaakt op een veilige noem het zelfs oubollige manier. Dus de evolutie is dat er geen evolutie is. Dat iedereen eigenlijk te moe is om verder te gaan dan de reeds bewandelde paden. En het publiek? Het publiek vindt het goed. En dat zou goed moeten zijn alleen staat het een verdere ontwikkeling in de weg. Want makers die zich in deze malaise bevinden krijgen gelijk en makers die verder willen moeten hun kop houden of worden gesust met een project in een garage zonder publiek. De gulden middenweg blijft ver zoek ook al dacht ik lang dat hij er was… Gelukkige zoektocht in 2009!

Ik heb vandaag de langste snotneus van mijn leven uit mijn neus gehaald. Langer heb je nooit gezien. Hij droop van het nat en was natter dan een kat bij nat weer welteverstaan.
Ik gleed er over uit. Een zwerver riep me toe, “seg man loop ‘ns beetje sneller!”. Ik riep “begin jij maar te lopen want mijn neus hier of ginder is altijd even nat.”.

Ik weet,danku, het is goed maar het is ook het beschamende niveau waar we met het jeugd en kindertheater zijn aanbeland en straks staan we weer allemaal te huilen dat we niet genoeg centen hebben gehad. Ik begrijp, jij begrijpt, wij begrijpen. En dan verder…

Tot vorig jaar ging ik in dit seizoen naar de zee. Omdat de zee dan op haar mooiste is. Niet op haar stilste. De omgeving wel, de omgeving is muisstil. Meestal logeerde ik op het appartement van vrienden. Daar schreef ik dan aan een nieuwe voorstelling. De zee inspireerde me en legde me een vast ritme op; Opstaan, ten laatste om acht uur- schrijven – lopen- ontbijt- schrijven- wandelen- schrijven- aperitief- avondeten- drinken, véél drinken- slapen. Dit jaar kan ik niet naar de zee omdat ik simpelweg geen tijd heb om naar de zee te gaan. Maar ik mis haar wel. Ik mis haar, haar ritme en het ritme dat ze me oplegt.

Deze week werk ik met de studenten van de Dageraad uit Kortessem. Vele van hen zijn kleine dikwijls gekwetste zieltjes. Langzaam aan bloeien ze open. Precies van die lenteklokjes, elk hebben ze hun verhaal maar alles vertellen ze nog niet. In mei van volgend jaar is er een presentatie van dit unieke project.
Je kan alles op de voet volgen op hun pagina bij Het nieuwsblad.

1:
Mag ik u de hand drukken?

2:
Het is het eerste wat ik geleerd heb.

1:
Een handdruk is iets heel openhartigs.
Als ik koppig zou zijn zou ik dit niet doen.

2:
Niks menselijk is u vreemd.

1:
Mag ik u iets zeggen?

U lijkt op een aap.

2:
Toen ik hier aankwam mocht ik kiezen de dierentuin of het variété zoals u ziet heb ik voor het laatste gekozen.

1:
Een aap op het hoogtepunt van zijn carrière!

Ik zal u niks nieuws leren maar…
zo geeft u geen hand.

2:
Waarom niet? Het is het eerste wat ik geleerd heb. Ik geef altijd zo een hand.

1:
Het is het eerst waar u mee in contact bent gekomen daarom denk je – is het je vroegste herinnering- dat dit het eerste is wat je geleerd hebt. Maar dat is niet zo.
Het is de hand van je vader, je moeder of van een verpleegster die je je herinnert.

2:
Geloof me, het is het eerste wat ik geleerd heb.

1:
Bent u daar zo zeker van?

2:
Ja en moest ik niet zeker zijn ik zou het u niet vertellen. Alles is tegenwoordig openbaar. Alles. Niks is nog geheim.
Kijk.
(doet zijn broek uit en laat een litteken zien)
Ziet u dit litteken. Dit is een herinnering aan het moment dat ze me hebben gevangen genomen. Ik zie u nu kijken alsof u vol afschuw terugblikt op uw eigen verleden en u klaagt niet maar bent ook niet tevreden. Is dat juist?

1:

Voor een aap hebt u een menselijk inzicht .
Ik sta nooit meer stil bij dit leven.
Het is juist, Ik dien wetsvoorstellen in waar ik zelf tegenstem om de tijd tegen te gaan.

2:
Dat is mooi.
Eet en drinkt u en rookt u maar laat mij m’n waarheid.
Ik geef zo een hand. U zo.

Pa pa
wette nog da
‘k ik op m’n veloke
neffe a was
aan’t crossen langs de bomen
terwijl da gij waart
on’t joggen door het bos
op da pad vol dromen
en ik keek opzij
naar a naar boven
en gij nor mij
en ik wier wa groter
ik wier altijd blij
als gij lachte naar mij
en pa pa
wette nog da
ge me meenam nor daar
waar da kik ni mochten komen
veel te graaf
nor da concert van die grote
en niemand op’t school
die mij de volgende dag geloofde
en ik keek nor a
nor a nor boven
en gij nor mij
en ik wier wa groter
ik wier altijd blij
als gij lachte nor mij
ik wier altijd blij
als gij lachte nor mij

pa pa
wordt wakker man
d’ijskast is leeg
kheb geen geld voor den tram
en as ‘k te laat kom zet den trainer
mij weer op de bank
dus wordt wakker man
wordt wakker man

En pa pa
ik weet ook nog da
kik a thuis zag zitten
en wist dat er wa
woelde vanbinnen
vanbinnen in a
ge waart veel slechtgezind
en ge kon niks verdragen
en ik had veel echte schrik
van a woorden die kraakte
als gij thuis tegen a zin
in’t leven ronddwaalde
en ik keek nor a
nor a nor boven
en gij nor mij
en ik lachte en hoopte
da gij dan iets zee
zonder te boren
want ik wier altijd blij
als gij lachte naar mij
en pa pa
kweet ook nog dat’
mij ni kon schillen
da ge waart vertrokken
twas thuis nimmer kil en
ik voelde me verlost en
vrij zonder schrik
ook al hield ik van a moppen
gij waart nor ginder
a liefde a leven
a carriere zonder kinders
en om de zoveel weken
kwamen wij ondervinden
hoe da ge vocht mé a schimmen
wij waren voor nikske
goe dan op te vitten
behalve as ghad gesmoord
of gezopen zat mé vrienden
dan waarde goegezind en
en was’kik awe vriend
en ik keek nor a
nor a nor boven
en gij nor mij
en ik voelde dan hoop
wanneer da gij
nog is lachte nor mij

pa pa
wordt wakker man
d’ijskast is leeg
kheb geen geld voor den tram
en as ‘k te laat kom zet den trainer
mij weer op de bank
dus wordt wakker man
wordt wakker man

En pa pa
ik weet ook wel pa
dat’allemaal ni simpel
was voor a
op a negentien al kinders
en ok al een vra
mor uwe kop zat vol vlinders
die wilde proeven al
wat leven had te bieden
u werk boven alles
plus al die schoon grieten
die a gére hadden
en pa pa
ik weet ook wel pa
da ge zelf als kleine
nooit hed geleerd
om zacht te zijn en
en zacht te spreken1
om ne man te zijn
die z’n kinders leerde
hun menskes zijn
te respecteren
ge zag u eigen ni gére
hoe kon d’t ons dan leren
en bekan was awe zoon
liefdeloos overleden
mor kom ’t is over
over voorbij
ik droomde lest van a dood
mor ge kwam overeind
en ge keek nor mij
en ikke nor a
en ge lachte nor mij
en da mokte me blij
pake van mij
pake van mij

 Dit weekend komt de sint. Mijn zoon gelooft enorm in de goedheid van deze heilige man. Graag ga ik mee in zijn dromen en bouw ze op met wortels en klontjes suiker. En dan het verhaal als hij je ’s ochtends uit bed trekt . “papa kijk, ze hebben pepernoten achter gelaten en ze zijn met hun zwarte vingers aan mijn boek geweest.”. Ik keek naar mijn handen en zag dat ik de verf er nog beter moest afwassen maar hij zag het niet.

En dan moet ik soms terug denken aan de tijd dat ik zelf kind was en – met een boekje van een speelgoedwinkel – naast mijn moeder stond aan te wijzen wat ik allemaal wilde van de goedheilig man en ze zei, “gij weet ni wat da kost,zeker!?” En toen wist ik dat alles wat sint was niet meer was dan een commerciële machinatie maar ik ben er wel in blijven geloven.

Nog steeds krijg ik kriebels als ik de sint zie van ver of dichtbij. Dit jaar hebben we met mijn zoon drie uur staan koukleumen tot de sint van Ketnet zijn intrede maakte in de stad. We stonden vlak bij de aankomst plaats. Ik ken de sint van Ketnet van ander werk waar we soms samen vertoeven, hij zag ons en kwam op ons af en gaf mijn zoon een hand. Mijn zoon liep de hele dag als gehypnotiseerd rond want de sint van Ketnet is de echte sint.

Na de proefsessies beginnen we vrijdag aan het echte sintwerk en het is zo fijn te zien hoe het geloof in deze gebeurtenis zo onvoorwaardelijk kinderlijk kan en mag zijn.