Op 29 maart van dit jaar geef ik een lezing aan de  Faculteit Psychologie en Pedagogische Wetenschappen van de universiteit van Gent. Als je d’r bij wil zijn, kan dat door in te schrijven bij GALOP .

Na wederom een fijne reeks in Gent, speel ik de aller – laatste “de leraar” op 03 maart in Antwerpen en op 16 & 17 maart 2011 in Gent! Meer info vind je op www.driepees.be

 

 

Hoewel vakantie nu iets is dat verre weg lijkt is dit een ideale formule om steden te bezoeken. Probeer het eens. Maar check misschien op voorhand of er dictator aan de macht is, de verwondering staat zo lullig.

 

In de grauwheid van de ochtendlijke dierentuin sta ik samen met mijn lief aan te schuiven bij het ABVV.  Ze heeft zich vorige maand voor het eerst ingeschreven in dit land als werkzoekende omdat haar contracten ten einde liepen. Mijn lief had zich goed geïnformeerd bij het kunstenaarsloket naar haar rechten en plichten en ging met deze kennis naar de kameraden van de vakbond. Helaas mochten we daar vast stellen dat niemand iets begrijpt van het kunstenaarschap laat staan van het bijzondere statuut dat ze geniet na een vastgelegde en strengbewaakte periode van werk.  Zelfs dat verwonderde ons niet; het moet voor een baliebediende die dagelijkse tientalle verschillende dossiers behandelt niet eenvoudig zijn om al de statuten en uitzonderingen op de regel te kennen. De bediende ging dan ook het dossier doorgeven aan haar collega “die daar meer van weet”. Hoeveel meer zei ze d’r niet bij. Na twee weken niks gehoord te hebben en onder het mom van “geen nieuws is goed nieuws” bracht mijn lief haar werkloosheidkaart binnen bij dezelfde instantie en kreeg te horen van een wederom  uitermate vriendelijke baliebediende dat haar dossier “niet compleet“ was.  Toen ze vroeg wat er niet compleet was zei hij dat hij dat niet kon zien alleen dat het niet compleet was.  Computer says no. Dus staan we op een kouwe grijze ochtend aan te schuiven bij de kameraden van de vakbond om ditmaal te weten te komen wat er niet compleet was aan het dossier van mijn lief. Vastberaden zijn we om – al moeten we in hongerstaking gaan –  al het fijne te weten te komen van haar dossier. Rond ons staat het nieuws van de avond voordien en de herhaling van de dag daarvoor; een wespennest van mensen die hun baan verloren zijn. Stil en triest word ik bij de gedachte dat deze mensen hun hoop stellen op deze organisatie, een tussenschakel in een bureaucratische  maatschappij. Als volleerde sprinters duwen we ons naar de koppositie eens de deuren open gaan. Er wordt getrokken en geduwd, zelfs op dit vroege uur zijn mensen klaar om elkaar de strot af te bijten onder de rode vlag van de solidariteit. We krijgen een nummer en moeten aanschuiven. Een vrouw die zichzelf verontschuldigt vraagt me waar ze moet zijn om te weten hoeveel recht ze heeft op haar pensioen? Ik wijs naar de lange rij achter ons en zeg haar dat ze daar moet aanschuiven. “Ik moet hier niet zijn.”, zegt ze, “Ik heb mijn hele leven gewerkt en nu dit…Ik heb toch recht op pensioen?”. Ik adviseer haar om alle papieren die ze mogelijk heeft van haar loopbaan te kopiëren en de volgende dag vroeg, heel vroeg, aan te komen schuiven.

Ondertussen is het aan ons, een baliebediende vraagt wat we komen doen , naast haar zit een stagiaire  met een fris gewassen blik klaar om alles te weten te komen over de werkeloosheid in deze wereld. Ze tikt het lidnummer van mijn lief in en zegt haar dat het dossier gisterenavond nog vertrokken  is naar de RVA waar het dan weer verder onderzocht wordt. “U hoort iets binnen dit en twee weken.” . Van het kunstenaarstatuut kan ook zij ons niks vertellen, ze glimlacht en haalt haar schouders op. De stagiaire heeft dezelfde houding aangenomen als een kameleon in sociale afwimpeling.  Ok, deze hele actie was dus voor niks geweest. Een observatie vanuit de buik van de wereld. Een mix van zeep en onwetendheid.

Een paar dagen later ga ik naar de bank  met de vraag een lening te onderzoeken. Het kan, het kan allemaal zegt de bankbediende in haar “persoonlijke ontvangstruimte” waar een poster ophangt van twee mannen – de ene al wat ouder dan de ander -die net taart hebben gebakken in een of andere designkeuken met daarop het opschrift:”je toekomst begint nu.”.

”Maar hebt u al eens echt werk gedaan?”, vraagt de bankbediende een beetje smalend nadat ik haar heb gezegd dat ik er nog even over moet nadenken. Ik heb zin om op haar gezicht te slagen en te roepen:”Juffrouw, ik werk al veertien jaar non-stop , zonder ook maar één dag genoten te hebben van wat van kutrechten dan ook in dit land. Ik laat me elk jaar in de zeik zetten door de belastingen omdat ik te veel werk. Te veel werk wordt namelijk afgestraft in dit land. En jou juffrouw, wens ik een ferme beurt toe die ervoor zorgt dat uw bekrompenheid uit uw hersenen wordt gebeukt of waar geen hersenen meer van overblijven. Ik wens u het tweede omdat de schok dan minder groot zal zijn. “. Ik kon wel uren doorgaan. Maar ik zei niets en laat haar in haar onwetendheid. We weten namelijk zo weinig van elkaar en dat is maar goed ook.

 

 

Als het waar is wat ze in al die onderzoeken over “amateurkunsten” neerschrijven dat  er een duidelijk inhoudelijk verband is tussen de participatie van ouders aan amateurkunsten en deze van hun kinderen dan vraag ik me af of die kinderen diezelfde richting kiezen uit vrije wil? Wat ik zie als ik  les geef is dat veel kinderen van huis uit lessen moeten volgen. Is het omdat je ouders gek zijn van beeldende kunst dat je dan zelf ook in de beeldende kunsten moet gaan? Wat onderzoekers dan verstaan onder “enthousiasme” wordt algauw een verplicht nummertje waar studenten zuchtend en steunend hun tijd komen vullen tot dat diezelfde ouders hen komen halen. De moeder knikt dan enthousiast en is opgewonden omdat haar parel weer een uurtje in “de wereld der kunsten” heeft doorgebracht. Een wereld waar ze – dat hoor je dan bij de volgende opendeurdag – ook deel van had willen uitmaken maar ze mocht niet van thuis en haar man vindt ook dat de wereld al gek genoeg is. Het resultaat daarvan is een uitgeblust kind dat de zin van de onzin niet wil inzien maar ze moet, in een spagaat tussen haar ouders. Wat ik me nog kan voorstellen is dat er zoiets als een intergenerationele overdracht is die uit interesse ontstaat. Uit interesse, dat is heel wat anders.

Dames en heren,

Als ik hoor wat voor gevarieerde zeik er op de radio is dan zakt mijn broek af als mijn goede vriend, Tom Kets verteld dat hij geen airplay krijgt op omdat z’n liedjes niet passen binnen het concept van zender x of y. Daarom pleit is nogmaals om even naar dit pareltje te luisteren en massaal zijn plaat te kopen, downloaden, rippen….

Het leven. Ik ben veel met de dood bezig. Ook met de liefde. Maar zeker ook met de dood.  Omdat het de enige zekerheid is in dit leven. Gisteren was mijn zoon jarig, hij werd zeven. Zelf ben ik dezer dagen veel onderweg en gisterenavond werd ik plots verrast door een spekglad wegdek. Voor ik het wist gleed mijn auto stuurloos de weg af, de gracht in. In een flits zag ik mijn zoon z’n verjaardag vieren. Mijn auto kwam tot stilstand tegen een boom. Eventjes dacht ik dat mijn auto na de klap de lucht in zou vliegen maar er gebeurde niks. Ik leefde nog dat was zeker. Ik had het verschrikkelijk gevonden als ik er niet meer was geweest. Dan had ik mijn zoon niet groot kunnen zien worden. En al de plannen. Wachtend op de pechdienst op een pikdonkere weg zag ik – echt waar – een vallende ster. Ik heb gewenst.

Het gerugde lichaam strekt zich en hangt naar voor. Het kronkelt als een slang, een cobra die na de vergeving wraak neemt. Het gerugde lichaam wacht en wekt op tot de afspraak er is. Het gerugde lichaam zakt in elkaar bij het horen van de eerste woorden. Het gerugde lichaam doet z’n jas aan en vertrekt. Wat is het verhaal van het gerugde lichaam?  Rug. Ruggen. Gerugd. Het gerugde lichaam. Meer dan woorden zingt het z’n verhaal, altijd achter. Klaar om te ontvangen. Het gerugde lichaam  maakt ons klein en groot. Mijn gerugde lichaam buigt voor de kou. Ik wou dat ik het meer beschermen kon en duw mijn hoofd in haar schouders.