Vandaag neem ik afscheid van de compagnie Tartaren uit Leuven, een “sociaal artistiek” gezelschap met als actieterrein de Ridderbuurt, een wijk in het Noordwesten van Leuven. Deze bijzondere groep mensen stellen de defenitie van onbepaald en verleden en heden dag na dag, uur na uur, minuut per minuut in vraag. Hun verhalen lijken uit een opera van Wagner weg gelopen maar door dit te beweren zou ik het alleen maar romantiseren. Want zij worden niet gelouterd door het lijden, zij leven dag na dag en hen moet je niet spreken over lotsbestemming. “Was ich liebe, muss ich verlassen.”, zingt Wotan in het tweede bedrijf van de Walkure en dat is de rode draad in hun levens. Een leven waar ze elke dag met de klappen op hun hoofd worden geconfronteerd. Ik sprak met hen over en met liefde,passie en noodzaak. “Je hebt me geleerd wat zelfrespect is.”, zei een van de acteurs tegen me op de première. En zelfrespect en respect zijn veel complexer en vitaler dan de achtergrond van een actuele kunstenaar die dezer dagen bij bosjes landen in het sociaal artistieke werkveld. Nogmaals zijn deze woorden een oproep om naar de mensen te kijken en je kunstenaar opzij te schuiven in dit veld. Goed luisteren en net zoals hen vragen te stellen over af en onaf en de bemiddelende functie die kunst kan vervullen als je opzoek bent naar je eigen interne logica. Of zoals mijn vader zei toen ik hem deze week ging bezoeken in het ziekenhuis; “Gij waart al nen dromer in de kakschool. Ze wilde toen dat ge bleef zitten in de kakschool. Achteraf bekeken had ik dat misschien beter gedaan. Ge hebt nooit goe gestudeerd maar ge zult uwe weg wel vinden, Stefan. (lange stilte, we kijken samen hoe zijn hart een hartslag van 40 heeft.) Och ja, gij kunt goe met mensen om dat is ook waardevol.”.

Het ene kondigt zich aan terwijl het andere nog maar net eindigt. Presentaties en representaties neigen trillend naar elkaar. Ik rijd dezer dagen door de lage landen waar tijd en ruimte, plot en personage, stilte, stilstand en beweging, verhaal en ervaring worden afgekalfd tot de essentie. In wachtruimtes lees ik irriterende woorden van collega’s die zich geroepen voelen om deel te zijn van commissies en de reacties op hun deelname. Ik vind er geen vuiger scheldwoord voor dan “criticus” omdat hun woorden bedoelerig maar betekenisloos zijn. De zoveelste parodie op ons vak. Een alchemistische grote kuis dringt zich op. Ondertussen klopt mijn vaders hart trager maar daarom nog niet minder gedisciplineerd. Ik herschik de portretten van de mensen die ik tegen kom en houd ze tegen de schemering van deze wereld. Ik luister graag naar de ruis in hun woorden en probeer te ontsnappen aan gesprekken over sociaal en artistiek omdat ze onherroepelijk verstrikt raken in gedachten die de mensen voorbij lopen.

Sprankelende verliefdheid overvalt je, neemt je mee, neemt bezit van je. Je wordt vleugellam en je lijkt aan de aardse realiteit te ontsnappen. Het project ‘In naam van de liefde’ vertrekt vanuit de vraag: Welke taal zet een mens in, in naam van de liefde? Is de keuze van de taal anders als de liefde vanuit een andere invalshoek vertrekt? Welke taal neemt de bovenhand: de blik, de lichaamstaal, de nabijheid, afstand of net de gesproken taal? En hoe kan je als mens deze verschillende taalvormen, die allemaal voor eenzelfde doel kunnen worden ingezet, krachtiger maken of verfijnen?

Stefan Perceval werkt met de mensen door op zoek te gaan naar wat er zich achter hun buitenkant bevindt. De spelers zelf ontdekken en ontwikkelen ‘talen’, met de liefde als communicatiemiddel, waarmee Stefan een bijzondere theatraliteit creëert. Dit proces levert een voorstelling op die mensen (makers en publiek) moet verwonderen en aanzetten tot zelfreflectie.

Van 08 tot/met 16 juni 2012 in Leuven. Meer info vind je op tartaren.be

Omdat de vraag bleef stijgen zijn er extra plaatsen bijgekomen voor de workshop die ik deze zomer geef in de zomeracademie. Nu is er nog 1 plaats voor een intense week schrijven om te spelen. Op diezelfde zomeracademie kan je op 18 juli om 21.30 naar “Ondertussen” van Jasmien Aernout komen kijken, een voorstelling die begon te kiemen op de laatste zomeracademie en waar we sindsdien verder aan hebben gebouwd. 

Mr. an Mrs. Smith had a wonderful life.
They were a normal, happy husband and wife.
One day they got news that made Mr. Smith glad.
Mrs. Smith would would be a mom
which would make him the dad!
But something was wrong with their bundle of joy.
It wasn’t human at all,
it was a robot boy!
He wasn’t warm and cuddly
 and he didn’t have skin.
Instead there was a cold, thin layer of tin.
There were wires and tubes sticking out of his head.
He just lay there and stared,
not living or dead.The only time he seemed alive at all
was with a long extension cord
plugged into the wall. Mr. Smith yelled at the doctor,
”What have you done to my boy?
He’s not flesh and blood,
he’s aluminum alloy!” The doctor said gently,
”What I’m going to say
will sound pretty wild.
But you’re not the father 
of this strange looking child.
You see, there still is some question 
about the child’s gender,
but we think that its father
 is a microwave blender.” The Smith’s lives were now filled
 with misery and strife.
Mrs. Smith hated her husband,
and he hated his wife.
He never forgave her unholy alliance:
a sexual encounter
with a kitchen appliance.

And Robot Boy
 grew to be a young man.

Though he was often mistaken
for a garbage can.

Vanaf aanstaande maandag ga ik een week aan de slag in het stedelijk museum van Aalst. In een samenwerking met de kunsteducatieve organisatie De Veerman,  het stedelijk museum Aalst en vzw Intro, een vzw die kansen biedt  aan jongeren die moeilijk hun weg vinden in deze maatschappij. Samen gaan we grasduinen in het werk van Louis Paul Boon.  Boon benadert  mensen vanuit hun creatieve sterkte en doorbreekt  diverse vormen van stereotiepe beeldvorming. 

Afgelopen weekend speelde de acteurs van OPENING DOORS onder begeleiding van mezelf en mijn vrouw, “Hoe ziet de wereld mij?”.  In oktober van vorig jaar zijn we onder impuls van cc Leopoldsburg met dit project gestart. Langzaamaan kwamen we tot de uiteindelijk vertelling,

Het publiek reageerde enthousiast, hieronder enkele reacties;

“het was super!…Ik heb menig traantje geplengd, het was inderdaad emotioneel, ontroerend, grappig….gewoonweg fantastisch!….” Sonja.

“opening doors was prachtig, zeer emotioneel met momenten en heel ontroerend en af en toe heel grappig….” Anny.

“Proficiat aan iedreen!!! het was echt mooi…zo puur…aangrijpend!!!” Annick.

“…het gebeurt niet vaak dat mijn vizier wordt geopend in dit leven; mijnheer Perceval, U hebt mijn vizier geopend. Dit moet iedereen gezien hebben.” Luk.

“Papa, hoe sterft de zon?”. Ik weet het niet, het is een vraag die niet te vatten is. Ik zocht het op en las dat er nog geen antwoord is op deze vraag. De vraag behoort tot de fundamentele wetenschap, kennis omwille van de kennis zonder dat een concrete toepassing in zicht hoeft te zijn. Mijn zoon stelde me deze fundamentele vraag en ik kan hem geen antwoord geven. Als hij me gevraagd had, “papa, hoe sterf jij?”. Dan had ik hem kunnen zeggen dat ik hoop dat de dood me ooit snel zal komen halen zonder al te veel verhaal. Maar aan de zon verbrand ik mijn handen. En fundamentele wetenschap is wetenschap die geen concrete toepassing hoeft te kennen in het dagelijks leven. En dan heb je ook nog fundamenteel geloof of zelfs fundamenteel zelfvertrouwen maar niemand kan zeggen hoe de zon sterft.