Het was voor het slapen gaan. En dan ging je later toch nog even naar beneden. Gewoon om bij je familie te zijn. Het lijkt lang geleden maar de gevoelens en de herinnering is nog steeds heel vers.

Honderd vlamingen zeggen hoeveel ze verdienen…

Ik leef in duistere tijden.

Een glad voorhoofd wijst op ongevoeligheid.

Een gesprek over bomen is een misdrijf.

Is er nog iemand bereikbaar voor zijn vrienden die in nood zijn?

 

Het is waar: ik verdien goed mijn brood.

Maar geloof me: dat is toeval.

Ze zeggen me: eet en drink toch. Wees blij dat je iets hebt!

Maar hoe kan ik eten en drinken als ik wat ik eet en drink afpak…

En toch eet en drink ik.

 

In oude boeken staat wat wijs is:

Houd u ver van het kwade in de wereld en zijn korte tijd

Zonder vrees doorbrengen

Kwaad met goed vergelden

Zijn wensen niet vervullen, maar vergeten.

Dat is wijs.

Dat alles kan ik niet.

 

Ik ben met mijn zoon aan de zee. We nemen vakantie. We lopen over de dijk.

Ook hier overal oranje en bruin.

Veel te veel mensen.

En joden in go-carts en op fietsen.

Als er nu nog ‘ns iemand opstaat die beweert dat de holocaust nooit heeft plaats gevonden die moet dan maar is over den dijk wandelen terwijl er joden in een go-carts voorbij razen.

Dat is pure holocaust, gast.

Die mannen zien echt naar niks, he.

Die joden denken dat ze op het circuit van zolder aan het racen zijn.

En dan die vader vanachter. Met zijn vlechten in de wind en die kinderen maar trappen.

Allé, die doen dan nog aan sport.

De meeste kinderen van tegenwoordig zitten in zo’n batterijen gestuurd vehicel hunnen hot – dog op te eten terwijl ze tegen uw schenen oprijen.

Ge moet u vooral niet verontschuldigen…

Fat – ass!

En dan al die gasten met hun veel te jonge vrouwen.

Of van die surf gasten met kinderen.

Dat zijn zo van die gezinnen die denken; kinderen of niet het leven gaat voort.

Surfin’ usa!

Een koppel new agers die bang zijn van de zon loopt ons voorbij.

“Weete schat, ik denk dat ik nu toch tijd ga maken voor een kindje.”

Ik heb zin om hen uiteen te rukken.

Nee, niet doen.

Geen kinderen op de wereld zetten!

Ziedet ni!

Hier, ziet rond u.

Het loopt allemaal fout.

Nu zijde nog ne bange bleke man maar straks zijde vader en ik weet dat ge uiteen wilt gaan omdat die van de the cure dat ook hebben gedaan. Maar ge moogt ni vergeten dat die mannen nooit thuis zijn en giij wel. Want gij zijt ne simpele ziel en ge gaat u vervelen met zo’n vrouw en een kind. Gelooft me!

Ze duiken in mekaars zwart en worden te warm voor de zon.

Misschien smelten ze nog op tijd weg.

Dat zou nog eens opluchting zijn!

Overal zijn huilende kinderen en vaders die doen alsof ze het niet horen.

Mijne zoon zegt:

“papa weet ge dat de zee altijd maar groter wordt. Dat er straks niks anders meer is dan zee”.

Dan zou ik wel fijn vinden.

We gaan ne pannekoek eten en dan krijg ik telefoon van mijn vader.

“O stefan, zedde gij aan de zee.”

Ja.

“Ik ook. Waar zedde gij?”

In middelkerke.

“Ja…Ik ook.”

Pa, ik en onze jef zijn ne pannekoek aan het eten.

Komt anders naar hier?

“Hebde ze zelf gebakken?”

Nee pa.

Beetje later sta ik met mijn vader en mijn zoon naar de zee te staren.

In de verte lijkt het alsof we een ijsbeer zien voorbij zwemmen.

“Daar, nen ijsbeer die verloren is gelopen!”

Het blijkt zo nen bot te zijn van pels van die….

“Zo, denkte nu da ge het beter hebt gedaan?”

Ik denk het niet pa.

Ik ben er zeker van.

We lopen nog wat over het strand.

Af en toe wordt de zon verduisterd door ne grote metalen vogel volgeladen met vaders die het normaal vinden dat ze daar in de lucht hangen.

Waarom zouden ze het abnormaal moeten vinden?

Zij verdienen dat, elke dag opnieuw.

Vanuit mijn tuin kijk ik op een uitvaartcentrum. Daar zie ik soms heel veel, soms een handje vol mensen zitten om wat ze “de laatste groet” noemen te brengen. En dat bijna non-stop. De dood is echt een carrousel, is ook big – business. In allerlei formaten en kleuren zie je stoeten voorbij komen. Als ik er over nadenk dan nemen ze je op een zwak moment om allerlei rites in je maag te splitsen. Onder het mom van “ wij regelen alles terwijl u rouwt” en “wij hebben de ervaring” zetten ze hun voet tussen de deur. Handige jongens die zich aanpassen aan elk geloof.  

De nacht kruipt in stilte voorbij.

Geen gewoel, geen gekrab van mijn geliefde.

De sterren fonkelen alsof ze in en uit ademen.

De lucht ontneemt me mijn zuurstof.

O, waanzinnig stille nacht,

Hoe lang zal je nog dit leven domineren?

Ik verlang naar een hartenklop, een lied van liefde.

Ik weet dat ze daar is,

Binnen handbereik.

Mocht ze willen zou de nacht nooit meer zo zijn.

Mocht ze willen zullen onze nachten altijd samen zijn.

Het duister omarmt me en duwt me in de slaap van dit bestaan.
Met je ogen open verder gaan.

 

Vorig jaar rond deze tijd maakte ik samen met Stefan Kolgen in opdracht van Het Paleis paola246. Het verhaal van een eenzaam meisje die met haar vader samen leefde en opzoek ging naar haar moeder. Het was een razend succes en het voordeel van het internet is dat er overal nog  sporen van te vinden zijn. Het was een onderzoek naar identiteit op het internet en hoe je daar als theatermaker mee kan omgaan of in mee gaan. Een ontzettend arbeidsintensief project waar ontelbare mensen in meeleefde. Misschien is het tijd voor een vervolg?

 

Mijn vader, en hij daar had helemaal terecht zo zijn redenen voor, wilde dat ik bokser werd om me assertiever in dit leven te laten staan. Ik heb het nooit gedaan en nu kijk ik naar mijn zoon en denk soms dat het goed zou zijn mocht hij later gaan boksen. Zeker als je deze ziet, de dichter – bokser.

 

Dit is zowat het beste nummer ter wereld, zeker als het gaat over nen dikke vette plakker zo dansvloergewijs,  en in mijn vorige job heb ik de heren van deze groep ooit hun aperitief gebracht. De zenuwen gierde door mijn lijf, een jaar later was de zanger dood. Ik hoop dat het één niks met het ander te maken heeft.

 

 

Gisteren speelde ik de allerlaatste Wortel Van Glas in het kader van het palletfestival in Het Paleis te Antwerpen. Het was ontzettend fijn, intens en emotioneel voor me om afscheid te nemen van deze voorstelling. Er volgde een daverend applaus. Maar dan achteraf werd ik wederom geconfronteerd met wat ik noem het Vlaams autisme. Aan de bar stonden er enkele mensen hun gal te spuwen over deze voorstelling tot ze zagen dat ik daar achter hen stond. Ze porde elkaar aan en deden lacherig teken dat ik daar stond en ze zwegen.  Kijk, mensen mogen iets slecht vinden dat vind ik helemaal niet erg maar dat ze dan hun menig ook gewoon kenbaar geven en niet vluchten in lacherig scoutisme. En dat heb je alleen in Vlaanderen. In alle andere landen in deze wereld komen mensen je eerlijk zeggen wat ze er van dachten maar hier in Vlaanderen steken ze nog liever hun hoofd in hun hol dan hun mening te ventileren.

Gelukkig is er nog steeds geen exacte definiëring van autisme (alles en iedereen is autistisch) en dus zijn er ook mensen die op je wachten om te zeggen dat ze er van genoten hebben. Heerlijk.

Eeuwige schoonheid bestaat niet. Ik werk op dit ogenblik in de KVS te Brussel. Vlakbij is de dienst vreemdelingenzaken van dit peperkoekenlandje. Dagelijks staan daar lange rijen van mensen die hier willen komen wonen omdat ze geloven dat dit écht een peperkoekenlandje is. Ze geloven dat en ik durf hen die hoop en dat geloof niet afpakken. Dus ik kijk naar hen en zie alle kleuren, maten en formaten. Boeiend van op een afstand, misschien zelfs wel een fijn idee dat al die mensen hier kunnen/mogen/ eventueel wonen. Maar achter de hoek is er een café, “de nieuwe wereld” genaamd. Daar zie je diegene voor wie de droom en de hoop allang verdwenen zijn. Ze zijn bleek en hun dromen zitten in plastieken zakken die je snel weer mee kan meenemen. En Brussel davert voort. Sneller, beter en harder dan ooit ter voren. Zo goed dat een treinstaking een bevrijding was voor dit land. Eindelijk rust in dit land. Voor de dienst vreemdelingenzaken stond er één man met een brede glimlach, hij zou het gezien de relatieve rust wel eens kunnen halen. Ik hoop het voor hem.