Mijn hart.
Van 14 september tot 19 oktober van dit jaar maak ik Mijn Hart in de vijf vlaamse provincies. Telkens op een andere lokatie, telkens een ander verhaal. Tickets en info: www.hetpaleis.be
Van 14 september tot 19 oktober van dit jaar maak ik Mijn Hart in de vijf vlaamse provincies. Telkens op een andere lokatie, telkens een ander verhaal. Tickets en info: www.hetpaleis.be
Een goeie vriend van me is getrouwd en ik moest een speech geven…een huwelijksrede…
Mijn dierbare vriend,
Jij en ik zijn al veertien jaar bevriend.
God, een vriend hebben is iets heel bijzonders,
zeker een echte vriend zoals jij.
En nu ben je getrouwd met Saskia,
een vrouw als een rots en ik moet toegeven,
zij doet ook mijn ziel pinken.
Ik ben onder de indruk van het verbond dat jullie
vandaag hebben gesloten
Het huwelijk is voor mij een zeer emotioneel ding.
De dag zelf wordt er veel gelachen en gehuild en die dag zet zich verder in een leven – samen dat uitgroeit tot een ritueel waar nog veel meer gelachen en gehuild wordt, een zuiveringsproces/ een feest zoals de oude Grieken wekelijks gaven om zich te verlossen van al hun lasten.
Feesten, en iedereen weet dat wel, is één van de hobby’s van onzen Dirk.
Nee, op onze vele rooftochten in dit veel te kleine landje en ver daar buiten kunnen we niet zeggen dat we ons als ware monniken hebben gedragen die van ’s morgens tot ’s avonds thee dronken.
Van zodra het grijze van dit landje begon te dooien en het naar de lente rook pasten we onze kledij aan en vlogen als ridders door de straten, klaar om te verslinden of verslonden te worden.
Heerlijk. Als beginnende “natuurwetenschappers” ontdekten we de liefde die dat buitenleven met zich meebracht. En hadden zo onze plekken waar we ons schuil hielden.
Zo kregen we stilaan een beeld van het leven dat soms ruw en kleurloos is en waren opzoek naar de grote levensvragen en telkens was love the answer en smeten we ons in datzelfde leven.
Ja, jullie mogen allemaal van geluk spreken dat wij vandaag niet zijn getrouwd want ik houd van die jongen.
Bon, ik zal iedereen de details van al onze avonturen maar besparen want dan wordt het echt te gortig met schapen enzo…
Nee serieus, ik was al blij dat die kus daarstraks een beetje binnen de perken bleef.
…
Vandaag begint het nieuwe schooljaar. Mijn zoon gaat naar de tweede kleuterklas, bij juf Gonda. “Ik heb haar nog niet gezien.”, zei hij deze ochtend aan de telefoon tegen me. En dan school, het is voor de één toch anders dan voor de ander. Ieder maakt zijn school, het is zoals die kunstschilder.
Hij zat op zijn stoel in de tuin en keek naar zijn schilderij.
Toen kwam de buurman langs.
‘zo schilder’, zei hij.
‘ben je lekker aan het uitrusten?’
‘Nee’, zei de kunstschilder, ‘ik ben aan het werk’.
Een paar uur later kwam de buurman weer langs.
De schilder stond voor zijn doek.
Hij schilderde het in een kleur.
‘zo schilder’, zei de buurman, ‘eindelijk aan het werk?’
‘nee’ zei de kunstschilder, ‘nu rust ik uit’.
Hilarische scene uit Jiskefet, “Raar”. Even herkenbaar als typisch en ook waar.
Ik ben een luis en verder niets.Ja, ik ben inderdaad een luis, en een luis ben ik alleen al daarom, omdat ik er nu over mediteer dat ik een luis ben, en ten tweede omdat ik een maand lang de algoede voorzienigheid aan het hoofd heb gezeurd en er haar voor als getuige heb aangeroepen, dat niet mijn eigen zin en lust me tot die daad drongen, maar dat het mij daarbij om een hoog en heerlijk doel ging, haha! En dan ten derde, omdat ik mij had voorgenomen bij de uitvoering van mijn daad met de grootst mogelijke rechtvaardigheid te werk te gaan. Gewicht, maat, rekenkunde – alles moest kloppen! En zo koos ik dan van alle luizen de meest nutteloze uit en ik nam me voor, haar, als ik haar had doodgeslagen, slechts zoveel af te nemen als ik nodig had, noch min noch meer. En tenslotte, tenslotte ben ik nog een luis omdat ikzelf misschien nog veel akeliger en walgelijker ben dan de luis die ik heb doodgeslagen. O, wat is dat gemeen! O wat is dat laag!
Het weekend staat voor de deur, wat moet ik doen:
*uitbreken van muren in mijn huis.
*mijn hart – limburg afwerken.
*de moeder van mijn zoon veel geluk wensen met haar huwelijk.
*aan mijn zoon denken op het feest…
*het is cultuurmarkt, cultuurminnend vlaanderen ruikt aan elkaars kont, aangezien ik daar deel van uitmaak moet ik misschien ook eens langs gaan maar dat van die kont steekt me zo tegen.
*af en toe iets aan mijn lippen zetten of door mijn strot duwen.
Goe weekend van onder een dikke steen!
Ik hou niet van eenzaamheid.
Nee. Soms kan ik gewoon uren naar het voetbal op tv kijken.
Gewoon.
Om de tribunes vol te zin staan met mensen.
En te denken.
Te denken dat ik er bij zou horen.
Maar dat is niet zo
Het gedacht is veel sterker dan wat dan ook.
Ik hou helemaal niet van voetbal.
Ik weet nog altijd niet wat een off side is.
En dan moet ge weten dat mijn vader dat elke avond riep.
“Godverdomme, arbiter, dat is ne pure off side! ZIEDE GIJ DAT DAN NI!”
Ik heb het hem nooit durven vragen. Maar ik denk dat die mensen daar op die tribunes ook niet weten wat nen off – side is.
Bijlange ni. Die kunnen gewoon ook ni tegen de eenzaamheid en daarom zitten ze dan in groepen en verenigingen. Dat heb ik nooit gedurft.
Ik heb schrik van mensen die ik niet ken.
Soms gaat het beter.
Als ik weer is ne film zien over mensen die nog meer schrik hebben van mensen die ze niet kennen. Dan voel ik me weer wat beter.
Dan denk ik,
Ja,
Denk ik dan.
Het heeft geen zin zoveel schrik te hebben. Schrik is iets van voorbijgaande aard.
Maar mij aansluiten bij ne groep dan doe ik ni. O, nee. Dan val ik nog liever dood.
Echt waar.
Boef. En ’t is gedaan.
Geenen asem meer uit mijnen mond. ’t kan me ni schelen da’k ni sociaal genoeg ben. Just geen kloten kan me dat schelen.
Just niks. Geeft mij maar een stadion vol met mensen die ik ni ken.
In ne positie waarvan ik zelf kan bepalen wanneer ik ze wegjaag.
Zap.
En ’t is gedaan.
Leve de eenzaamheid.
Leve de 1 – zaam – heid.
De hei.
Dat is nog zoiet.
Mensen gaan wandelen op de hei.
Mensen moeten in beweging zijn.
En daarna ne pannekoek eten in “’t hoeveke”.
Nee bedankt. Ik wandel van mijn keuken naar mijn living.
En soms.
Soms.
Trappeke op.
Naar de wc.
En dat voel goed.
Daarbij.
Masturberen. Dat zijn evenveel calorieën dan ne keer den trap op en af lopen.
Just zoveel. Dus ik heb geen sport nodig.
Als ge verstaat wat ik bedoel.
Maar verstaat ge mij.
Hey gij!
Verstaat gij mij!
(smijt een pantoffel naar zijn televisietoestel. Zwart niks)
Ik denk dat ‘em kapot is.
Och ja, dan moet er morgen iemand langs komen.
Laat maar komen.
Ze moeten hun teevees maar wat steviger maken.
Allé.
En dat van ne stoemme sloef.
’t is allemaal niet meer zo stevig.
Speelgoed.
Ja, maar geen stevig speelgoed.
Plastic speelgoed.
Vodden.
Niet zoals het in den tijd maakte.
Stevig.
Uit hout.
Houten figurekes.
Uit schoon hout.
Geen waaibomenhout.
Maar schoon hout.
Hout.
Hard hout.
Geenen MDF.
Minstens grenen.
Niks geperst.
Maar hard.
Stevig.
Hout.
H O U T.
Of iets anders.
Maar stevig.
Schat, geef je de suiker eens.
Dank je.
Nee, schat, dit is de suiker niet, dit is het zout.
Dank u wel.
Dit is de suiker.
Dank u liefste.
De suiker zit namelijk in de suikerpot.
De suikerpot heeft een blauw dekseltje.
Het zoutvat -onzijdig enkelvoud- heeft een groen dekseltje.
Blauw!
Groen!
Ordnung muss sein.
Ik hou wel van wat gezelligheid.
Liefste, waar is mijn tandenborstel?
Nee, dat is die van jou.
Ik had een tandenborstel met een blauw streepje.
Hij stond altijd hier rechts voor de spiegel.
Naast die van jou.
Die heeft een groen streepje.
Dit is een tandenborstel met een groen streepje.
Dit is van u.
Dit steek ik niet in mijn smoel.
Hygiëne voor alles.
Ordnung muss sein.
Ik hou wel van wat gezelligheid.
Liefste?
Liefste?
Ben je nog wakker, liefste?
Liefste?
Ben je nog aan het kijken naar de film?
De film?
Ben je nog naar de film aan het kijken of was je al in slaap gevallen?
Nee, maar ik dacht; als je slaapt kan ik misschien even naar het nieuws kijken of zo.
Mag ik het afzetten dan?
Maar je was toch helemaal niet meer aan het kijken.
Trouwens, de klank stond zo stil dat je het al helemaal niet meer hoorde.
Liefste: van wie is die tv hier?
Welke kleur heeft dat stikkertje bovenop de tv?
Blauw?
Hoor ik blauw?
Ja?
Juist.
Wie is blauw?
Ja, de video is groen. Dat is juist.
Maar wie is blauw?
Wie is blauw.
Ik ben blauw.
IK BEN BLAUW.
Ordnung muss sein.
Ik hou wel van wat gezelligheid.
Maar ik ben blijkbaar de enige.
Een gebroken hart schuurt tegen de binnenkant van mijn borst
Dit hoort niet te zijn
Want dit doet pijn
Een iets dierbaar heb ik verloren was het liefde waar ik niet voor ben geboren.
Ik weet het niet.
Ik weet alleen;
het doet pijn en dan kan
je alleen maar zijn.
Een hoopje wandelende stof.
Verliefd op de hele wereld.
Maar ik durf het niet te zeggen.
Angst.
Bang.
Slang.
Dat iemand me zal bijten.
Woorden die verwijten en
gillen dan mijn naam.
Huilende moeders in
hoekjes van bedden.
Depressies die niet vallen te redden.
Daar sta je dan als kind.
Bemind
Alleen te beven.
Vrezen.
Dat het leven ook voor jou zo zal worden.
Nee, jij zal je niet laten breken.
Dat heb jezelf niet in de hand.
Voor je’t weet heb je je verbrand.
De foute glimlach
op de foute plek en je leven staat boven op een hek.
Grootte pinnen en geen van je vrienden weet je te vinden.
Daar sta je dan heel alleen.
Dat is ’t leven.
Niemand om je heen.
Ga. Ga door.
Vecht en loop en wees daarbij nog gezond.
Dan weet je dat je opdracht mislukt.
De etter loopt uit je kont.
Je kan niet terug. Je moet nu door.
Ook al zoek je voor je eigen daden nog een metafoor.
Je wil nu gaan.
Je zult nu gaan en dan voor je’t weet ben je d’r aan.
Opgelopen. Opgebruikt.
Je leven naar de kloten.
Je geest gefnuikt.
Bijf niet zitten onder de spoelbak van je moeder want je moet naar ’t wc en kakken in een kast ruikt naar ongemak en kinderlijkheid die jezelf nu tentoonspreidt.
Ga. Ga door.
Welkom in ’t schone leven zingen we in koor.
We woonden met ons gezin in de Molenlei te Merksem. Mijn broer Peter zat in zijn puberjaren en had een groepje, “The Macho Party.”. Ze repeteerden bij ons op zolder. Als kleine broer mocht ik dit heilig schrijn van de toekomstige ridders van de punk zeker niet betreden. Als kleine broer mocht ik enkel af en toe een repetitie bijwonen en hun hits zoals“stront, zuip en spouwsel!” mee zingen. In die periode en op diezelfde zolder had hij ”Grease” en “Olivia Newton John” in koeien van letters op de zolderbalk geschreven. Was het de periode of zegt het iets over mijn broer wie zal het zeggen? Kort daarna is hij gaan volksdansen om in contact te komen met zijn eerste lief. Strange days…