ALLEMAN.
By Stefan Perceval op
Prachtige beschrijving van de karikatuur die sommige journalisten van zichzelf worden.
“…You put your eyes in your pocket/And your nose to the ground/ There ought to be a law/ Against you comin’ around/You should be made/To wear earphones/Because something is happening here/But you don’t know what it is….”
Met de zorg is het misschien wel net als met veel ouders en kinderen. Ouders willen graag zorgen, doen dat met veel liefde en overgave maar beschouwen kinderen als hun bezit en eigendom. Ze hebben dromen en verlangens van wie hun kinderen moeten worden en zijn teleurgesteld over wat ze niet zijn. Ze realiseren zich niet dat dit projecties en eigen angsten zijn om de verlangens die ze zelf niet durven leven. Hierdoor kunnen ze niet zien wie deze kinderen zijn, wat ze komen brengen en wat ze van hen kunnen leren. Om te kunnen zien wat kinderen ons kunnen komen brengen moeten we durven loslaten, verdwalen, onzekerheid en angsten onder ogen zien en onze eigen verlangens gaan leven. Als we goed kijken en ons durven laten verrassen zullen we trots zijn omdat ze zoveel meer zijn dan we ooit hadden durven denken en hopen. Anais Nin zei ooit: ‘We zien de dingen niet zoals ze zijn maar zoals wij zijn!”
Als het kind de taal leert, leert het tegelijk wat te onderzoeken valt en wat niet te onderzoeken valt. Als het leert dat in de kamer een kast is, dan leert men er niet aan twijfelen of dat wat het ziet nog altijd een kast is of alleen maar een soort coulisse.
Zou ik lang leven? Een imker weet dat een bijensteek een anafylactische shok kan veroorzaken . Een dichter die nonsens schrijft kan aan het gas gaan hangen. Een loodgieter springt gemakkelijk in het kanaal met een aantal buizen om zijn nek. Een leeuwentemmer gaat verkleed als clown het tijgerkooi binnen.De lengte kan je dus zelf bepalen. Jammer…want er zijn nog te veel gekken die hun mensenleven volsteken met idiotie waaraan niemand iets heeft. Soms is het lachwekkend maar meestal verontrust het me dat dat soort mensen voorbij gaan aan de meest elementaire dingen in dit leven, een goeiendag zeggen bijvoorbeeld. Toen ik nog alleen was kon ik uren en dagen bezig zijn met het voorbij gaan van de mensheid aan die kleine vormen van gelukzaligheid.
Nu heb ik het geluk dat ik dagelijks mag voelen wat er in mijn hart zit en blijft. Mijn vrouw heeft me genezen van het kauwen op laffe en hautaine scherpzinnigheid die ons niet red noch verbind. Want uiteindelijk doet de wereld er niet toe, het enige wat er toe doet is wat er in ons hart blijft. Dat is de werkelijke inhoud van ons leven. En dat wil ik overleven.
Door een foutje in de ticketing zijn er op alle dinsdagen en donderdagen nog enkele kaarten voor “Maria Vaart”. Bel snel naar GC ’t Heilaar – Heilaarstraat 35 in Beerse – Tel.: 014 600 770
Don’t wanna be a drag, everybody gotta bag,
I know you know, ‘bout the emperor’s clothes.
You don’t know what you got, until you lose it.
You don’t know what you got, until you lose it.
You don’t know what you got, until you lose it.
Oh baby, baby, baby gimme one more chance.
Well it’s Saturday night and I just gotta rip it up,
Sunday morning I just gotta give it up,
Come Monday momma and I just gotta run away,
You know it’s such a drag to face another day.
You don’t know what you got, until you lose it.
You don’t know what you got, until you lose it.
You don’t know what you got, until you lose it.
Oh baby, baby, baby gimme one more chance.
You know the more it change, the more it stays the same,
You gotta hang on in, you gotta cut the string.
You don’t know what you got, until you lose it.
You don’t know what you got, until you lose it.
You don’t know, you don’t know what you got, until you lose it,
Oh baby, baby, baby gimme one more chance.
Deze zomer maakte ik voor het het Vredescentrum in Antwerpen, “Gezjost”. Een voorstelling over het – vreemd – zijn in een land. Dit onderwerp schoot nogal wat mensen in het verkeerde keelgat, men lustte me rauw. Alsof ik hun trots aantastte of hen beschaamde.Nog andere riepen dat ik geen tekst kan schrijven, een uiterst onrealistisch maatschappijbeeld geef, of geen regie- concept kan ontwikkelen. Dit onderwerp vraagt duidelijk een meer beschouwende interpretatie omdat een groot van het publiek nog steeds bezig is met een streven naar een zedelijke en maatschappelijke volmaaktheid. Met dit onderwerp mag je geen rechtstreekse confrontatie aan gaan. De afwijzing van de voorstelling hing nauw samen met de morele verontwaardiging die ze opwekt. Tenslotte zijn er ook mensen die vanuit hun verleden of dagdagelijks met vreemdelingen werken en die me in de supermarkt, buiten op een plein of op straat aanspreken en mezelf en mijn acteurs in het oor fluisteren dat het zo is en dat we het heel juist hebben laten zien. “Bedankt daarvoor….” en dan kijken ze weg. Het was ook raar dat een voorstelling die de verbeelding zo op gang brengt, zonder gemakkelijke sensatie, wordt afgedaan als “cabaret” of “voor de grap”…. en zo werd deze voorstelling toch wat ze moest zijn; een vreemdmakingsmachine die afhankelijk van wat de toeschouwer verwachtte een ander verhaal werd. Of zoals schilder Francis Bacon het beschrijft: “Als je jezelf door de tijd en door te werken meer en meer conditioneert voor datgene wat gebeurt, dan word je meer alert voor hetgeen het toeval je voorstelt. In mijn geval denk ik dat alles wat ik ook maar enigzins goed gevonden heb, het resultaat is van een toeval van waaraf ik heb kunnen werken. Omdat het mij een gedesoriënteerde visie geeft op een gegeven dat ik probeer te vatten.”