op een veilige afstand

“Wat voor een acteur bent u? Hoe zou u zichzelf omschrijven?”. Eerst dacht ik dat het een grap was maar dat was niet zo. Aan de telefoon hing een jongen van een of andere universiteit die dit echt wilde weten. Hierop antwoorden kon ik niet. “Ik ben wie ik ben.”, stamelde ik verder. “Wel, dat is interessant!”, joelde de jonge stem uit,”Dat heeft nog niemand over zichzelf gezegd.”. Ik sloot mijn ogen en probeerde een niesaanval te onderdrukken terwijl ik naar de rest van zijn vragen luisterde. “Bent u gevaarlijk? Contactschuw? Of eerder een publiekvertroetelaar?”. Ook hierop wist ik geen antwoord. Ik zei hem dat ik die manier van catalogeren aan andere mensen over laat, critici bijvoorbeeld of sympathisanten. Zij kunnen misschien een beeld schetsen maar meer dan een schets zal het niet zijn omdat het elke voorstelling – wat je ook doet – helemaal anders is. Dat is waar we ons  in de “artistieke” sector voor moeten hoeden,  van het te veel in hokjes denken. Het werd even stil aan de andere kant van de telefoon. “Maar…luister…Piet Piraat zal toch altijd Piet Piraat blijven?”, ging hij verder. “Het is jammer dat je dat denkt.”, zei ik, “Want Piet Piraat is een goed acteur die met veel plezier en om den brode de rol van Piet Piraat speelt. Wil dat dan zeggen dat hij altijd Piet Piraat moet spelen? Ik denk het niet. Ik zou dat jammer vinden. Gelukkig speelt hij ook andere rollen.” Ik raadde de jongen aan om eens verder te kijken dan zijn televisietoestel. “ Dat doe ik hoor. Met de studiegroep zijn we net naar Betty & Morris gaan kijken. Mijnheer Perceval, wat zijn dan uw kwaliteitsnormen?”, duwde hij verder. Ik herhaalde hem nogmaals dat ik mijn eigen pad bewandel en daar in stappen zet en dat ik het publiceren van kwaliteitsnormen over laat aan commissies, critici, kunstencentra en misschien wel een publiek. “Je hebt, bijvoorbeeld, productiehuizen die nu eenmaal een grote achterban hebben bij jongeren. Dat vraagt een andere manier van denken en werken maar dat gaat niet over kwaliteit. Nog over zelfbewijsbaarheid. We moeten zijn dat maakt ons vak uniek.”. Ik vond van mezelf dat ik dat goed had gezegd. “Oh…ok!…Euhmm…”, hij onderzocht zijn vragenlijstje en ging dan weer verder, ik niesde omdat ik het echt niet meer kon houden.”Gezondheid, mijnheer Perceval!…Zou u zichzelf in of uit het circuit plaatsen?”. “Wat verstaat u onder het circuit?”, vroeg ik hem. “Wel, vroeger maakte u meer producties in het centrum, zeg maar; de grote huizen. Terwijl u nu meer bij kleinere productiehuizen aan de slag bent? Vind u dat erg, mijnheer Perceval?”. “Luister, ik ben niet bezig met het labelen van mijn producties noch het rangschikken van klein naar groot. Ik maak telkens opnieuw in wat voor functie of wat mijn rol ook moge zijn een productie vanuit de diepste toppen van mijn tenen. Bij jou klinkt het als een onderdeel van broederlijk delen; Arme Stefan Perceval vroeger in het centrum nu in de marge. Geloof me, of het nu een groot of klein huis is het engagement tegenover de structuur en zijn dragers is telkens enorm. Niet te peilen. Soms kan je je de vraag stellen of het niet beter zou zijn een productie ook nog daar of daar te tonen maar daar zijn mensen voor en uiteindelijk – als je een beetje geduld hebt – geraak je daar ook. Ik ben niet dwangmatig bezig een kwaliteitsoordeel te vellen over mensen, huizen, structuren maar ik ben bezig – hoe egoïstisch het ook moge klinken – met mezelf. Nu ik 37 ben merk ik dat het zelfs contraproductief werkt als ik mezelf wil bewijzen met goedbevonden producties die voldoen aan de verwachtingspatronen van god of klein Pierreke. Begrijpt u?”. “Nee, maar dat moet ook niet…Vind u het goed als ik een aantal van uw collega’s vraag wat ze over u en uw werk denken?”. “Ja, doet u maar.”.”Bedankt, mijnheer Perceval.”. Ik leg de telefoon neer en vraag me af waarom deze jongen bezig is met wat hij bezig is? De telefoon gaat weer over en daar is hij weer. “Ik was nog vergeten te vragen hoeveel u verdient?”. “Dat is decretaal vastgelegd. Zie wanneer ik ben afgestudeerd en tel uit uw winst.”.”Hebt u ook nog veel extra’s? Spotjes enzo? Ik heb begrepen dat u dat daar niet vies van bent?”.”Waarom zou ik daar vies van moeten zijn? Luister, ik heb de indruk dat u mij belt met een voorgevormd beeld en ik heb geen zin om dat te bevestigen. salut.”. Ik leg de telefoon weer neer en besluit dat de hopelozen nog steeds de meerheid vormen op deze aarde. Morgen weer werken, opzoek naar het bedreigende in “de rietdekker”, het fascineert zolang het zich op een veilige afstand bevindt. Op een podium, bijvoorbeeld.

2 Comments

Laat een reactie achter op Ward Reactie annuleren

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google photo

Je reageert onder je Google account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s