De zon schijnt en jij bent er niet. Jij loopt door een andere stad. Praat met andere mensen. Lacht ze zelfs toe. Ik bracht mijn zoon naar school en hij vroeg waar je was en waarom je er nu niet was en gisteren wel. Ik wist ook niet wat ik daarop moest zeggen. stilte. Maar kijk, de zon schijnt en jij bent er niet. Jij loopt door een andere stad. Misschien fiets je wel, misschien kom je vandaag een one night stand van vroeger tegen of een oude liefde waar mee het nu wel goed klikt want, vroeger niet maar nu wel of misschien vroeger ook wel maar het was maar voor één avond en dat hadden jullie afgesproken of wisten jullie, zonder woorden. De zon schijnt en ik vraag me af hoe het met je is daar in die andere stad, op die fiets en hoe je je voelt als je die mensen toelacht want dat kan je goed. stilte. De zon schijnt en mijn hoofd en hart verbergen zich in mannelijkheid hier in deze stad waar ik alles heb; een zoon, werk, familie, vrienden heb ik er 1 maar dat is ook al lang geleden realiseer ik me nu. Alleen de liefde ontbreekt me hier. Want de zon schijnt ook in deze stad, ik gooi me in de stad en iedereen lacht me toe en zet zonnebrillen op en kijkt vrolijk of “o, waar ken ik u van?”. De lente is daar, het wordt een warme zomer. Ik zet de venster open en kijk.stilte. De zon schijnt en ik zal doen alsof ik vrolijk ben en ook mensen toelachen dat lijkt het me het best als de zon schijnt.
