Was vandaag in Amsterdam. En ben met de fiets door Amsterdam gereden. Een damesfiets met een traprem. En dat in Amsterdam. Dé wereld-fiets-stad! Wat zijn de regels als je met de fiets door Amsterdam wil; gewoon keihard fietsen, nooit remmen en als je dan al eens stil staat moet je van je zadel, er zeker niet op blijven zitten want dan krijg je scheurtjes in gewrichtsbanden en dat soort dingen, ga nooit in discussie en roep zo hard je kan en, bovenal, laat niet zien dat je een toerist bent. Fietsen in Amsterdam dat is zoals op de roetsjbaan zitten; je weet wat er gebeurt als het fout gaat dan ben je namelijk zo dood als een pier maar dat maakt het ook wel spannend en je laat aan niemand zien dat je hart klopt als een wilde tierelier. Nou ja, Ik bewonder ze allemaal, hoor,  die Amsterdamkezen. Nee écht leuk en geweldig! Jammer dat er uit al dat gefiets geen betere wielrenners voort komen dan die van ons maar die zitten dan weer aan de wespen en dat halen ze dan op hun beurt weer uit….

“Als alles netjes op een rijtje zou staan zou je ook gek worden!”, riep de buitenslaper naar me terwijl ik een zucht slaakte bij het zien van mijn bankrekening. Daar heeft hij gelijk in, dacht ik en een jood begon te zeuren dat ik moest opschieten en dan nog wat dat ik niet begreep en ik deed alsof het me niks kon schelen. Toen dacht ik; stel je nu voor dat ik een boom was en dat het me echt niks kon schelen dan stond ik hier nu niet. Dan had ik nu ook geen bank-rekening-zorgen. Maar dan was er waarschijnlijk wel een hond met een te hoge zuurtegraad die tegen mijn stam kwam aanplassen. En zo is er altijd wat. Ik trok mijn kaart uit de automaat, de jood duwde me weg, ik struikelde over de buitenslaper. “Sorry.”, zei ik voorzichtig.”’t Is niks.”, zei hij, “ik ben van hout!”.

Het sneeuwt. Niet alleen buiten maar ook in mijn hart. Het is natte sneeuw; een gekristaliseerde druppel die even iets anders wil zijn. Eventjes volhouden en dan smelt het weg. Ik sta nu op een punt in mijn leven, een kruispunt waar ik alle richtingen uit kan. Nu ja, ook weer niet ALLE maar toch veel.Ik moet een keuze maken. Even dit of helemaal voor dat. Heb de voorbije maanden vele knopen door gehakt. Soms ook laten door hakken. Dat was niet altijd even makkelijk. En nu, keuzes maken.Niet eventjes een sneeuwvlokje zijn maar zo of zo. En wat dan als je die keuze hebt gemaakt? Dan kan je niet even vrolijk terug,of wel? Kijk, sommige mensen hebben daar helemaal niet zoveel last van dat ze een keuze hebben gemaakt in geene of welke richting. Ze berusten in de keuze. Op dit ogenblik begeleid ik jongens van het vierde jaar hout van de technische school van Kontich. En dat zijn op zich allemaal heel unieke gasten. En toch zijn er van die gasten die het geen reet kan schelen of ze nu hout of metaal of wat dan ook volgen. Ze moeten daar zitten.En zo denk ik dat veel mensen denken. Ze doen iets niet omdat het uit hun hart spreekt. Nee, ze doen het omdat ze het moeten doen. Omdat een soort van maatschappij dat van hen vraagt. En daarom twijfel ik altijd omdat ik niet wil afhangen van die maatschappij maar heel goed weet dat ik er van afhang en toch mijn eigen unieke stempel in dit leven wil zetten. Al was het maar voor mezelf. En buiten? Het sneeuwt, maar het blijft niet liggen en dat heeft met heel veel te maken. Dat bepaald dat vlokje niet helemaal zelf.

Ik wist niet dat het bestond maar er zijn dus mensen die doen alsof ze naar een bal gaan. Ik zeg doen alsof want ik zag het in grote letters op een spandoek staan van één of andere achteraf parochiezaal; “BAL”. Aan de voordeur stond een wat dikkige jongen te huilen.  “Ik vind nooit een vrouw!”, murmelde hij, “Nooit!”. Ik liet de jongen voor wat het was in de gedachte dat het zijn schuld zou zijn mocht hij nooit een vrouw vinden. Een echte man huilt niet…En ja hoor, binnen in de parochiezaal stonden  in kleurrijke stoffen gehulde deernes die zich op een bal waanden. De dj had zijn verzameling “best Off Mixes” meegenomen en deed alsof hij het aanwezige publiek betoverde en de deernes geloofde het allemaal. Dit was een écht bal. In hun ogen dan toch. De huilende jongen had naast me plaats genomen op een stoeltje en wees naar een veel te dik meisje gehuld in de gordijnstof van haar over-grootmoeder, “dat is ze!”, riep hij in mijn oor. “De vrouw van mijn leven!”. “Je moet niet zo roepen.”, fluisterde ik hem in zijn oor. Ja, ik begrijp nooit waarom mensen op dat soort van luidruchtige feestjes altijd zo roepen. Het is veel aangenamer om in iemands oor te fluisteren. Hij stond op, trok me van mijn stoel af en begon wild tegen me aan te schoppen. “Ik ben de prins van het bal!”, riep hij en schopte nog heviger tegen de onderkant van mijn rug. De muziek viel niet stil, de balen stof bleven dansen. Nadat hij was uitgeschopt, kroop ik recht, aanschouwde de menigte en liet ze in hun droom.

Communicatie, het spreken van mens tot mens is het moeilijkste wat er is. Je ziet het overal. Onhandig sluipen onze woorden voorbij en kijken elkaar verlegen aan. Soms zijn woorden te veel en dan komt er alleen maar stommigheid uit. Weet niet hoe het komt maar het overvalt me. Meestal gooi ik het op als een schild “dat niemand lastig wil vallen”. Vreet dus geen tijd van andere, denk ik dan en ga voorbij. Dus ik ga voorbij. Zo. Zie je het? Zie je het? stilte. Misschien had ik toch iets moeten zeggen? Hoe gaat het? ofzoiets of  Is dàt je nieuwe vriendin? Nee, ik ben blij dat ik dan niets zeg. Of niet?Twijfel=communicatie.

de regen valt hier met bakken naar beneden en dan weer wel en dan weer niet. Wat doet een acteur/regisseur/schrijver op zo’n dag? In mijn geval kijk ik naar de regen en denk lang na. Vanalles schiet er dan door mijne kop. Simpele dingen maar ook soms ingewikkelde.  Eigenlijk te simpel en te ingewikkeld om er zelfs maar een gedachte aan te wijden. En waarom ik er dan aan denk in al zijn simpele ingewikkeldheid is me ook een raadsel. In Frankrijk is  een vrouw met een verschrikkelijke gezichtskanker plots overleden nadat haar vraag om  euthenasie te plegen was afgewezen door een Franse rechter. Misschien is ze helemaal niet zo plots overleden suggeren de media terwijl ze het beeld “flou” trekken? En dan zie je die grote tanden van die nieuwanker. En dan vraag ik me af hoe de nieuwsanker gaat sterven en ook hoe ik dan ga sterven? Misschien sterven we wel samen, ik en de nieuwsanker! Dat zou nog eens nieuws zijn! Misschien sterf ik wel terwijl ze met haar grote tanden het laatavondjournaal voorleest. En hoe ik dan bij die tanden kom dat is iets voor de volgende virtuele generatie zou ik zo zeggen. Misschien gaan we zo ver komen dat het lijkt alsof de nieuwsanker bij je op schoot zit. Laten we dan één ding afspreken; alleen het nieuws lezen,hé! Niet naar chips en drank vragen! Ja, maar zo gasten zoals Jan Becaus en Stef Wauters zie ik tot alles in staat, zulle! En dan maar lezen…Vanavond ga ik naar een filmpremière van een vlaamse film waar ik een flik heb ingespeeld, “linkeroever”. www.linkeroeverthemovie.be

Ben wreed curieus of er nog iets van mijne rol is over gebleven. Misschien zit ik wel naast die van ‘t nieuws met haar grote tanden en dan eet ze me op terwijl den eindgeneriek over ‘t beeld rolt. Ooooo, spannend!

Stefan.