In september maak ik voor Open Monumenten een nieuwe reeks van “Mijn hart”; een voorstelling in een huis met een zekere bouwkundige geschiedenis. Vorig jaar heb ik op Open Monumentendag een voorstelling gemaakt in een huis in de kerkstraat in Antwerpen. Op het eerste zicht was het een oud vervallen huis zoals er daar veel in de buurt staan maar eens de voordeur door kwam je in een fascinerende geschiedenis terecht vol liefde, trouw maar ook natuurlijk intriges, overspel en geruzie over geld. Bedoeling van dit project is om iedereen vanaf 06 jaar te laten kennismaken met een geschiedenis van een huis. Dat het meer is dan een hoop stenen. Deze keer speel ik het project ook in de verschillende provincies. Zo ben ik gisteren een psychiatrische instelling gaan bezoeken in Eeklo. Het is mengelmoes van stijlen maar het hart waar het ooit uit ontstaan is door de wil van enkele hoogbejaarde kloosterzusters bewaard gebleven. Je krijgt een prachtig beeld van hoe mensen vroeger over geesteszieken dachten. Wist je bijvoorbeeld dat vrouwen van rond de dertig die nog geen man hadden en die er een flamboyante levensstijl op na hielden veilig werden weg gestopt om de erfenis veilig te stellen? En zo zaten vele mensen onschuldig in de psychiatrie. Ik vond het wel geruststellend te horen dat alles te genezen valt en nu ja, zo goed als alles. Dit wordt ongetwijfeld weer een boeiende geschiedenis. In oktober, ergens in Eeklo, “Mijn Hart.”, een productie van het Paleis in samenwerking met Open Monumenten.

“Deze muziek moeten ze spelen op mijn begrafenis.

Op mijn laatste rustplek.

Ik,

Tussen zes houten planken.

Ik hoor niks.

De ultieme stilte.

Alleen het gewoel van de aarde op mijn hoofd.

En dan moet er iemand iets over me zeggen.

Over hoe goed ik wel niet was.

Over hoeveel goeds ik heb gedaan…

Wie kan er iets over me zeggen?

(denkt lang na)

Ik ken niemand.

En sterven?

Hoe kan ik sterven zonder hart?

Mijn lijf is koud en kil.

 

Ga toch weg;

Ga toch allemaal weg.

Wat doen jullie hier?

Het weer is goed buiten.

Het stond in de krant.

Het weer is goed.

Als het in de krant staat is het zo.

Ik hoef de zon niet te zien.

Mijn bleke vel zou verschrompelen moest het de zon zien.

Wat willen jullie weten?

Mijn naam?

Norbert.

Dujardin.

Zoals je het zegt; Dujardin.

Vroeger stonden hier fruitbomen.

Hier waar jij nu zit stond de mooiste.

Niet huilen,

Boos zijn,

Huilen is voor niks goed.

Huilen is voor kinderen.

Ik haat kinderen.

Mijn vader zei tegen me als je groot ben dan krijg je een olifantenvel.

En hij vloog weg,

Hij vloog weg van de fruitboom waar jij nu op zit.

Mijn vader was de mooiste vlinder die er was.

Mijn vader was een vlinder.

“Mijn vrijheid, boven alles!”, riep hij toen ik nog niet geboren was.

Mijn vader was een vlinder.

Zijn vleugels waren van paardenbloemen.

Zijn lichaam was van leder, groot en sterk.

“Als je groot bent dan krijg je een olifantenvel!” en hij vloog weg.

Daar hing ik, in mijn eerste kleine huisje.

Ik zag de wereld  door mijn aderen.

Kleine buisjes die me eten gaven.

En meer en meer.”

Uit “Mijn Hart”- Kerkstraat Antwerpen.

 

 

 

De zon schijnt en jij bent er niet. Jij loopt door een andere stad. Praat met andere mensen. Lacht ze zelfs toe. Ik bracht mijn zoon naar school en hij vroeg waar je was en waarom je er nu niet was en gisteren wel. Ik wist ook niet wat ik daarop moest zeggen. stilte. Maar kijk, de zon schijnt en jij bent er niet. Jij loopt door een andere stad. Misschien fiets je wel, misschien kom je vandaag een one night stand van vroeger tegen of een oude liefde waar mee het nu wel goed klikt want, vroeger niet maar nu wel of misschien vroeger ook wel maar het was maar voor één avond en dat hadden jullie afgesproken of wisten jullie, zonder woorden. De zon schijnt en ik vraag me af hoe het met je is daar in die andere stad, op die fiets en hoe je je voelt als je die mensen toelacht want dat kan je goed. stilte. De zon schijnt en mijn hoofd en hart verbergen zich in mannelijkheid hier in deze stad waar ik alles heb; een zoon, werk, familie, vrienden heb ik er 1 maar dat is ook al lang geleden realiseer ik me nu. Alleen de liefde ontbreekt me hier. Want de zon schijnt ook in deze stad, ik gooi me in de stad en iedereen lacht me toe en zet zonnebrillen op en kijkt vrolijk of “o, waar ken ik u van?”. De lente is daar, het wordt een warme zomer. Ik zet de venster open en kijk.stilte. De zon schijnt en ik zal doen alsof ik vrolijk ben en ook mensen toelachen dat lijkt het me het best als de zon schijnt.

De begeerte
in het bed
der minnaars
omhelzen
het dansen
van vingers.
 
Omhelzen
de adem
van alle goden,
onder gaan.
 
Naamloze
wilde paarden
voeren het schip 
geladen in kleuren
van woorden.
 
Blootsvoets
over 
de scherven lopen.
 

Bibberend en bevend

Nadat je een hele reis hebt afgelegd

Zet je de radio aan

Tussen het geruis van een nieuwe vlotheid

Kondigen ze de beoordeling van je laatste kind aan

Bibberend en bevend

Want je weet wat er fout kan gaan

De adem van de wereld lonkt

Of verstikt

Omdat iedereen het horen kan

Bibberend en bevend

Een talent is geboren, kondigde hij aan na onze eerste ontmoeting.

Bling, dat is de man van de radio fluisterde zijn faam.

Hij is belangrijk…

Als een paukeslag bij een stil moment.

Jaren heeft zijn bas me zenuwen door mijn lijf laten gieren.

Aantrekken en afstoten.

En ja, soms daalde de nevel van al je gedachten op je schouders neer of zweefde je met je hoofd tussen de wolken omdat ook je moeder het had gehoord.

Het was goed of het was stil.

Soms dacht je

Hij heeft er niets van begrepen

Het is een wreed complot tegen mijn artistieke bestaan.

Met geduld en het oog van de havik werd je recht of onrecht aangedaan.

Nee, dat is overdreven.

Drink een pint en ga met de wetenschap naar het volgende kind.

Bibberend en bevend.

Ik dacht iemand goed te kennen. Maar daar kan je je dus vreselijk in vergissen, hé. Is het dan beter iemand niet te kennen? Als je mensen niet kent kan het niet zo’n kwaad dat ze onzin uitkramen. Nu ja, ik las iets van iemand ik dacht goed te kennen en dacht; “hoe kan je nu zo stom zijn!”. “Dat soort onzin uitkramen is niks voor jou…”, dacht ik en deed het boekje weer dicht.

Mijn buren zijn de hele dag bezig geweest met een soort van touw rond hun vijver te spannen om katten weg te houden van hun dure vissen. Ook vrij nuteloos denk ik want terwijl ze er mee bezig waren zag ik de buurtkatten in het gras,met hun kont op het muurtje de situatie bestuderen om “in de nabije toekomst” toe te slaan.

En zo ontdek je dat er soms wreed veel stommigheid is in deze wereld en staat het dichter bij dan je denkt.

Op radio 1 kan je een reportage beluisteren die in het afgelopen jaar is gemaakt voor het programma Stories. Wist niet dat ze het terug hadden uitgezonden maar kreeg deze week veel reacties op deze reportage. luister maar…

Hier luisterde ik altijd met mijn broer Peter naar toe. Hij was puber en ik een kind van zeven, bang om in bed te plassen. En dat op zijn hoofd, want wij hadden een hoogslaper en ik sliep boven en heb héél lang in mijn bed geplast. nu is het over. dus.

Soms is het moeilijk om mensen te bereiken. Mensen die je graag hebt iets duidelijk maken. Zeg het gewoon, denk ik dan, gewoon doen! Gewoon doen…maar ik kan dat niet. En nu probeer ik letterlijk iemand te bereiken. Iemand die ik heel graag heb maar ik kom er niet toe. En dan zijn er zoveel communicatiemiddelen maar geen één werkt. Niet de basis, niet de meest vernuftigen. Niks. Hopelijk valt er in mijn slaap zo een gewoon-doen-ster op mijn hoofd en dan bereik ik iedereen. Zo. Niks wachten. Niks uitstel. Gewoon doen.

Vandaag heb ik een reclame spot van dexia voorzien van mijn stem. ’t Is voor op de televisie. Zelf haat ik mijn stem. Maar de mensen van het reclameburo vinden ze goed/mooi en dat doet altijd goed om dat te horen. Ik heb er zelf zo’n hekel aan omdat ik mezelf enkel hoor in de weinige imitaties die mensen soms van me geven en dat klinkt niet altijd even fraai. Later ging ik samen met mijn zoon een wafel eten het lekkerste wafelhuis van de stad. Ik had net mijn auto geparkeerd, stapte uit en keek in de ogen van een vrouw die me het leven fameus zuur heeft gemaakt. Die vrouw haat ik echt. Echte welgemeende haat. Voor wat ze gedaan heeft en hoe ze het gespeeld heeft. En ik zag haar daar staan, schijnheilig en verschrikkelijk dom en ik wilde het haar zeggen hoe ik haar haatte maar ik zweeg. Want ik zag haar en wist ik dat ik een mooie stem had en dat ik die stem maar beter kon sparen om echt iets nuttigs te zeggen in deze wereld; “Twee wafels met slagroom, een cola en een koffie, asjeblieft.” Ik zei het en iedereen was tevreden. iedereen!