The morning after internationale vrouwendag

Vrouwen die ik mag ontmoeten met de kunsten als motor. Achter de muren van onwetendheid.

Het meisje.

Het meisje is naar de kapper geweest.

Ze draagt een nieuw kleed.

“Ik ben mooi, hé!”

En haar ogen glinsteren.

En ze komt te dicht bij.

“Ik heb gedroomd.”, zegt ze.

Het kind.

Het kind fluistert.

Niemand mag horen wat ze zegt.

“Ik word 18.”

De vrouw.

De vrouw rookt een sigaret en lacht naar me.

Het meisje.

“Ik heb gedroomd.” zegt ze.

Het blind meisje vraagt aan het meisje om rustig te zijn want het meisje zijn haar ogen.

“Ik heb gedroomd dat mijn kind me komt bezoeken in deze gevangenis.”

Het kind.

“Ik word achttien en moet trouwen. Mijn ouders zoeken al een man. Maar ik wil dokter worden en dan president in een land waar iedereen vrij is en waar ik kan samenleven met mijn vriendin.”

Het meisje.

“Mama, jij hebt mij negen maanden gedragen. Ik ben het kind van je vader maar jij bent mijn mama. Ik wil bij je zijn, mama. Zo zei mijn dochter het.”

Het blind meisje zegt dat ze al een paar dagen zo is en dat ze schrik heeft dat ze weer uit elkaar worden getrokken want dan zijn haar ogen weg.

De vrouw.

“Morgen komt mijn man terug.”.

Het meisje.

“Waarom hebben ze haar van me afgepakt terwijl mijn vader en de man die me mishandelde nog vrij rondlopen? Ik wil alleen mijn kind zien maar zij zeggen dat ik gek ben. Ik ben niet gek….Ze hebben mijn kind afgepakt.”. Twee begeleiders staan zenuwachtig “want als ze het weer krijgt dan nemen we haar mee.”

“Wie gaat mij dan helpen?”, vraagt het blind meisje.

Het kind.

“Ik wil niet trouwen. Kan jij me helpen?”

De vrouw.

“Als mijn man terug is mag ik geen toneel meer spelen. Dan moet ik thuis blijven. Kan jij een brief schrijven dat ik toneel moet spelen. Doe het met veel stempels. Dan denkt mijn man dat het heel officieel is. Hij is altijd onder de indruk van officieel; mensen met een uniform of met medailles of….een fanfare.”

Het meisje.

“Ik zit gevangen in mijn hoofd. Onder mijn mooie haren is er veel verdriet.”.

Het blinde meisje vraagt of ze haar hand wil nemen.

Ze neemt haar hand en samen wandelen ze verder.

De dag nadien krijg ik het nieuws dat het meisje is opgenomen in een psychiatrie.

Ik zal haar heel lang niet zien.

“Tot dat we de gepaste medicatie vinden.”

Het kind.

Speelt de sterren van de hemel en verdwijnt in straten waar mensen de deuren sluiten als ze voorbij komt. Ik hoop dat ze op een dag president is van een wereld waar iedereen gelijk is en zij kan samen leven met haar vriendin.

En ondertussen bouwen we muren van onwetendheid rondom ons.

De witte man die onze voorstellingen verkocht weigert de voorstelling IK NOEM JOU over transgenerationeel trauma te verkopen omdat het over “de joden” gaat. Hij telt zijn centen en draait zich om.

De burgemeester van een stad weigert een affiche op te hangen waar vrouwen met een hoofddoek op staan.

Die muren worden steeds hoger, onwetender want we denken dat het goed is zoals het is.

Plaats een reactie