Een paar seconden azuurblauw

Op donderdag en vrijdag staan ze op de hoek van de straat. Ze staan daar waar de kapper net overleden is. Een moeder en een dochter.  Ze wachten op een bus. Als ik voorbij kom strekt de dochter haar hand uit. Een hand met smalle vingers valt in de mijne. Het begon een tijdje geleden met een knikje op afstand alsof er wederzijds begrip was voor wie we zijn. Het knikje werd een opgestoken hand en nu diezelfde hand in de mijne. Ze wachten op de bus. De moeder houdt de andere hand van de dochter stevig vast. Ze zal haar niet lossen. Nu nog niet. De dochter heeft kleine azuurblauwe pretogen die me vertellen wat ze vandaag gaat doen. De moeder luistert met een hart dat overstroomt van liefde naar de woorden van haar dochter. Daarom wonen ze aan de zee, zegt de moeder. Vlakbij het strand. “Dan kunnen we veel naar buiten. Wandelen.”, zegt de moeder en ze perst haar lippen op elkaar. Als kind wandelde ik ook veel met mijn moeder. In het Fort van Merksem. En dan is de bus daar. Een bus met gekleurde lampjes en medepassagiers met helmen in alle maten en formaten. De moeder legt haar hand in de rug van haar dochter terwijl ze de bus instapt. De dochter heeft haar vaste plaats aan het raam en knipoogt naar haar moeder en perst haar lippen op elkaar terwijl de bus vertrekt. “Ze gaat twee dagen in de week en dan mis ik haar.” en de moeder draait haar ogen in de grond terwijl haar voetenstappen verder gaan. Ontmoetingen van een paar seconden. Ik wens iedereen elke dag ontmoetingen van een paar seconden met uitreikende handen en pretogen van azuurblauw.

Plaats een reactie