“Lieverds, Als ik bij jullie ben dan besef ik hoe gelukkig we zijn. Ik moet hier weg omdat ik nog teveel verdriet in mij draag. Verdriet dat ik nog een plaatsje moet geven. En dat zou voor jullie een enorme belasting zijn op jullie geluk. Dus laat jullie geluk niet afhangen van mijn verdriet. Ik zoek er een plek voor en kom dan stiekem weer kijken naar jullie geluk. Pa.”
Je zou willen dat je vader dat had geschreven. Maar dat deed hij niet. Hij verdween zonder woorden. Geen echo’s. Hij nam nooit afscheid. Ons eerste contact was een brief waarin hij het recept van pannenkoeken beschreef en later als ik bij hem op bezoek ging zwaaide hij van ver terwijl de trein weg reed. Van ver. Zwaaien. Dat is het dichts bij afscheid nemen dat mijn vader kwam. Hij sprak niet over zijn verdriet. Hij sprak over zijn vader en hoe die op riet kon fluiten en over de aaneenrijging van stommiteiten – waar ik er één van ben – die zijn leven kleurde. Ook tijdens zijn doodstrijd wilde hij geen afscheid nemen. Hij keek me in flitsen kwaad aan terwijl ik afscheid nam alsof hij het leven nog wilde omarmen en praten over alles wat dat leven in zich heeft en wat we nog generaties met ons meedragen.
Ook zijn verdriet.
“Zoon, Ik ben een overlever. Ik word kotsmisselijk van geluk en kan het geluk van jou en je gezin niet meer horen, zien, ruiken. Ik wil niet dat je voor me zorgt. Laat me vallen. Draai je om. Spreek achter mijn rug. Dan kan ik je nawijzen. Ma.”
Mijn moeder vertrok zonder afscheid te nemen. Zolang ik haar ken is ze het leven beu. Ze was het beu dat we voor haar wilde zorgen. We deden een zeese poging om haar gelukkig te maken maar dat wilde ze niet. Ze zat vier weken klaar dus bananendozen en vertrok zonder achterom te kijken. Ze leeft nog maar spreekt via anderen met mij over wat ik zou zeggen als haar dokter zegt dat ze niet meer voor zichzelf kan zorgen. Als ik bij haar ben neem ik afscheid zonder dat ik haar zeg dat het een afscheid is. Ik draai me om en weet dat het misschien de laatste keer is. Dat geeft verdriet. Verdriet dat ik een plek geef terwijl er geluk is.
Dag Stefan, wat schreef je weer een diep emotionele tekst. Ik kan je wel zeggen dat ik niets zo moeilijk vind dan “geluk willen zoeken, vinden en ervan genieten wanneer ik in een donkere periode verblijf”. Ik wens jullie nog heel veel gelukkige jaren toe. een buur uit de Sergeant De Bruynestraat 😘
Hoe ontroerend.hoe mooi !