Deze nacht stonden er twee ruzie te maken bij mij op straat en nu reed ik met mijn fiets verder en nu denk ik dat ik die twee die vorige nacht aan het ruziën waren op straat daarstraks heb gezien…aan de kerk…ze zijn getrouwd. Ja, die twee die elkaar deze nacht nog opvraten!

Zij was helemaal in ’t wit met veel pels in haar kraag, echt een ijsbeer. En hij had een wit pak aan en blauw geslagen oog. Ze moeten het geweest zijn, kan niet anders. Het was wel zo’n ecologisch huwelijk want in plaats van met confetti te strooien bliezen de omstanders zeepbellen. Dat was wat ik eerst zag; een landschap van zeepbellen met daarin twee ijsberen. Af – gekoeld, bekoeld en getrouwd. In die volgorde. Ik denk dat het leven als zeepbel ook wel fijn is; Ze blazen je op tot een  klein of iets groter belletje en dan vlieg je met je blauwgeaderde zeephuid even door de lucht om door diezelfde lucht weer doorprikt te worden tot niets meer dan water. Kort maar goed leven! Geen gezeik over wie en hoe en wat je weet of niet. En waarom je wat weet en waarom ook niet. Ploef! Gedaan. Of misschien is zo’n zeepbelleleventje wel veel langer dan wij denken? Denken.

Haar glimlach schijnt op mijn huid,
Niemand is zo mooi
Ze tolt en vraagt hoe het met me gaat.
Ja, ik hou van haar dat is zeker maar of ik haar
zal kunnen houden hangt van het seizoen af,
Lieve zon.

Soms is het moeilijk om mensen te bereiken. Mensen die je graag hebt iets duidelijk maken. Zeg het gewoon, denk ik dan, gewoon doen! Gewoon doen…maar ik kan dat niet. En nu probeer ik letterlijk iemand te bereiken. Iemand die ik heel graag heb maar ik kom er niet toe. En dan zijn er zoveel communicatiemiddelen maar geen één werkt. Niet de basis, niet de meest vernuftigen. Niks. Hopelijk valt er in mijn slaap zo een gewoon-doen-ster op mijn hoofd en dan bereik ik iedereen. Zo. Niks wachten. Niks uitstel. Gewoon doen.

Vandaag heb ik een reclame spot van dexia voorzien van mijn stem. ’t Is voor op de televisie. Zelf haat ik mijn stem. Maar de mensen van het reclameburo vinden ze goed/mooi en dat doet altijd goed om dat te horen. Ik heb er zelf zo’n hekel aan omdat ik mezelf enkel hoor in de weinige imitaties die mensen soms van me geven en dat klinkt niet altijd even fraai. Later ging ik samen met mijn zoon een wafel eten het lekkerste wafelhuis van de stad. Ik had net mijn auto geparkeerd, stapte uit en keek in de ogen van een vrouw die me het leven fameus zuur heeft gemaakt. Die vrouw haat ik echt. Echte welgemeende haat. Voor wat ze gedaan heeft en hoe ze het gespeeld heeft. En ik zag haar daar staan, schijnheilig en verschrikkelijk dom en ik wilde het haar zeggen hoe ik haar haatte maar ik zweeg. Want ik zag haar en wist ik dat ik een mooie stem had en dat ik die stem maar beter kon sparen om echt iets nuttigs te zeggen in deze wereld; “Twee wafels met slagroom, een cola en een koffie, asjeblieft.” Ik zei het en iedereen was tevreden. iedereen!

Was vandaag in Amsterdam. En ben met de fiets door Amsterdam gereden. Een damesfiets met een traprem. En dat in Amsterdam. Dé wereld-fiets-stad! Wat zijn de regels als je met de fiets door Amsterdam wil; gewoon keihard fietsen, nooit remmen en als je dan al eens stil staat moet je van je zadel, er zeker niet op blijven zitten want dan krijg je scheurtjes in gewrichtsbanden en dat soort dingen, ga nooit in discussie en roep zo hard je kan en, bovenal, laat niet zien dat je een toerist bent. Fietsen in Amsterdam dat is zoals op de roetsjbaan zitten; je weet wat er gebeurt als het fout gaat dan ben je namelijk zo dood als een pier maar dat maakt het ook wel spannend en je laat aan niemand zien dat je hart klopt als een wilde tierelier. Nou ja, Ik bewonder ze allemaal, hoor,  die Amsterdamkezen. Nee écht leuk en geweldig! Jammer dat er uit al dat gefiets geen betere wielrenners voort komen dan die van ons maar die zitten dan weer aan de wespen en dat halen ze dan op hun beurt weer uit….

“Als alles netjes op een rijtje zou staan zou je ook gek worden!”, riep de buitenslaper naar me terwijl ik een zucht slaakte bij het zien van mijn bankrekening. Daar heeft hij gelijk in, dacht ik en een jood begon te zeuren dat ik moest opschieten en dan nog wat dat ik niet begreep en ik deed alsof het me niks kon schelen. Toen dacht ik; stel je nu voor dat ik een boom was en dat het me echt niks kon schelen dan stond ik hier nu niet. Dan had ik nu ook geen bank-rekening-zorgen. Maar dan was er waarschijnlijk wel een hond met een te hoge zuurtegraad die tegen mijn stam kwam aanplassen. En zo is er altijd wat. Ik trok mijn kaart uit de automaat, de jood duwde me weg, ik struikelde over de buitenslaper. “Sorry.”, zei ik voorzichtig.”’t Is niks.”, zei hij, “ik ben van hout!”.

Het sneeuwt. Niet alleen buiten maar ook in mijn hart. Het is natte sneeuw; een gekristaliseerde druppel die even iets anders wil zijn. Eventjes volhouden en dan smelt het weg. Ik sta nu op een punt in mijn leven, een kruispunt waar ik alle richtingen uit kan. Nu ja, ook weer niet ALLE maar toch veel.Ik moet een keuze maken. Even dit of helemaal voor dat. Heb de voorbije maanden vele knopen door gehakt. Soms ook laten door hakken. Dat was niet altijd even makkelijk. En nu, keuzes maken.Niet eventjes een sneeuwvlokje zijn maar zo of zo. En wat dan als je die keuze hebt gemaakt? Dan kan je niet even vrolijk terug,of wel? Kijk, sommige mensen hebben daar helemaal niet zoveel last van dat ze een keuze hebben gemaakt in geene of welke richting. Ze berusten in de keuze. Op dit ogenblik begeleid ik jongens van het vierde jaar hout van de technische school van Kontich. En dat zijn op zich allemaal heel unieke gasten. En toch zijn er van die gasten die het geen reet kan schelen of ze nu hout of metaal of wat dan ook volgen. Ze moeten daar zitten.En zo denk ik dat veel mensen denken. Ze doen iets niet omdat het uit hun hart spreekt. Nee, ze doen het omdat ze het moeten doen. Omdat een soort van maatschappij dat van hen vraagt. En daarom twijfel ik altijd omdat ik niet wil afhangen van die maatschappij maar heel goed weet dat ik er van afhang en toch mijn eigen unieke stempel in dit leven wil zetten. Al was het maar voor mezelf. En buiten? Het sneeuwt, maar het blijft niet liggen en dat heeft met heel veel te maken. Dat bepaald dat vlokje niet helemaal zelf.

Ik wist niet dat het bestond maar er zijn dus mensen die doen alsof ze naar een bal gaan. Ik zeg doen alsof want ik zag het in grote letters op een spandoek staan van één of andere achteraf parochiezaal; “BAL”. Aan de voordeur stond een wat dikkige jongen te huilen.  “Ik vind nooit een vrouw!”, murmelde hij, “Nooit!”. Ik liet de jongen voor wat het was in de gedachte dat het zijn schuld zou zijn mocht hij nooit een vrouw vinden. Een echte man huilt niet…En ja hoor, binnen in de parochiezaal stonden  in kleurrijke stoffen gehulde deernes die zich op een bal waanden. De dj had zijn verzameling “best Off Mixes” meegenomen en deed alsof hij het aanwezige publiek betoverde en de deernes geloofde het allemaal. Dit was een écht bal. In hun ogen dan toch. De huilende jongen had naast me plaats genomen op een stoeltje en wees naar een veel te dik meisje gehuld in de gordijnstof van haar over-grootmoeder, “dat is ze!”, riep hij in mijn oor. “De vrouw van mijn leven!”. “Je moet niet zo roepen.”, fluisterde ik hem in zijn oor. Ja, ik begrijp nooit waarom mensen op dat soort van luidruchtige feestjes altijd zo roepen. Het is veel aangenamer om in iemands oor te fluisteren. Hij stond op, trok me van mijn stoel af en begon wild tegen me aan te schoppen. “Ik ben de prins van het bal!”, riep hij en schopte nog heviger tegen de onderkant van mijn rug. De muziek viel niet stil, de balen stof bleven dansen. Nadat hij was uitgeschopt, kroop ik recht, aanschouwde de menigte en liet ze in hun droom.

Communicatie, het spreken van mens tot mens is het moeilijkste wat er is. Je ziet het overal. Onhandig sluipen onze woorden voorbij en kijken elkaar verlegen aan. Soms zijn woorden te veel en dan komt er alleen maar stommigheid uit. Weet niet hoe het komt maar het overvalt me. Meestal gooi ik het op als een schild “dat niemand lastig wil vallen”. Vreet dus geen tijd van andere, denk ik dan en ga voorbij. Dus ik ga voorbij. Zo. Zie je het? Zie je het? stilte. Misschien had ik toch iets moeten zeggen? Hoe gaat het? ofzoiets of  Is dàt je nieuwe vriendin? Nee, ik ben blij dat ik dan niets zeg. Of niet?Twijfel=communicatie.